Steffie Van Neste over Franse romans

door Jürgen Pieters – www.doorbraak.be .

‘Therapie met Bovary’ sluit aan bij een opvallende trend in het hedendaagse
boekenbedrijf: de bibliotherapie.

‘Therapie met Bovary’ sluit aan bij een opvallende trend in het hedendaagse boekenbedrijf : de bibliotherapie. – foto © Wikimedia

Boeken over boeken, dat verkoopt niet, zei een Vlaamse uitgever me nog niet zo lang geleden. Intussen heeft diezelfde uitgever een nieuw boek over boeken uitgebracht. Het siert de goede man : ook hij vindt dat boeken er niet alleen zijn om verkocht te worden. Ze zijn er in de eerste plaats om gelezen te worden. Laat dat nu net ook de boodschap zijn van ‘Therapie met Bovary’.

Dat boek is geschreven door Steffie Van Neste, doctor in de letterkunde en docent Frans aan een Gentse hogeschool. Ik weet niet of ze daar ook lessen literatuur mag geven, maar als dat het geval is, ga ik er met plezier op de banken zitten. Ze schrijft met aanstekelijk enthousiasme en weet geleerdheid goed te balanceren met wijsheid die geen hoger diploma vereist.

Boeken zijn voor Van Neste virtuele ruimtes waaruit je levenslessen kan oppikken die je tegelijk even goed links kan laten liggen. Niets moet immers in de literatuur, alles mag. In romans wordt iets verteld, iets voorgesteld, iets getoond. Het is aan de lezer om er het zijne mee te doen. Of niet.

Grote namen

De acht romans waarover Van Neste het heeft, zijn alle klassiekers uit de 19de-eeuwse Franse letterkunde. Het is de eeuw waarin de roman in het Westen zich ten volle ontwikkelt. Ook in Frankrijk ontdekken schrijvers het belang van realisme en psychologische diepgang. De roman wordt een waardig alternatief voor de geschiedschrijving : schrijvers tonen hun tijd zoals hij is; de mensen die erin rondlopen zijn niet langer bordkartonnen poppetjes.

Flaubert, Zola en Balzac zijn van de partij, net als Stendhal en de Maupassant. Maar er is ook plaats voor de mij voorheen onbekende Claire de Duras, van wie in 1823 ‘Ourika’ verscheen : het verhaal van een jonge zwarte vrouw die opgroeit in een wit aristocratisch milieu, wezenlijk eenzaam is en overal altijd anders. De schrijfster is volgens Van Neste onterecht uit de aandacht verdwenen. Een voorloopster van Simone de Beauvoir noemt ze haar : vroeg voorvechtster van gelijkheid voor alle mensen, ongeacht ras of gender.

Identificatie

Openen doet Van Neste met Flauberts ‘Madame Bovary’. Het is het boek, schrijft ze, dat haar echt leerde lezen. In het titelpersonage vond ze een zielsverwant, een jonge vrouw die door halfopen vensters blijft uitkijken naar iets anders. Identificatie, ook op afstand en met mate, is voor Van Neste belangrijk bij het lezen.

Het is overigens net die afstand die bij Flauberts heldin net iets te weinig ontwikkeld was: het besef dat boeken uiteindelijk maar boeken zijn en geen werkelijkheid. Bovary gaat ten onder aan haar onvermogen om de werkelijkheid en de mannen die haar bepalen te nemen voor wat ze zijn: gewoon, soms routineus of vervelend. De mannen waar ze op jaagt, zijn niet zoals de droomprinsen uit haar boeken.

Tegengif

En toch, schrijft Van Neste, zijn het niet die boeken die Bovary’s einde hebben veroorzaakt. Bovary’s zelfmoord ziet ze als een finaal verzet tegen de eentonigheid van het leven. Emma Bovary heeft er gewoon genoeg van: ze beseft dat het nooit beter wordt en maakt een einde aan haar leven.

Tot zover de identificatie. ‘Ik ben Madame Bovary’, schrijft ook Van Neste, zij het enkel tot op zekere hoogte. Wij hebben geluk, lijkt ze daarmee ook te zeggen. Wanneer de verveling en de eenzaamheid in ons bestaan toeslaan, kunnen we nog altijd naar de roman van Flaubert grijpen, als goed geformuleerd tegengif voor alles wat ons verziekt. Of naar de boeken van die andere grote Fransen, die van de huisbibliotheek van Van Neste de warme thuis lijken te maken in een wereld die dat niet altijd kan bieden.

Bibliotherapie

‘Therapie met Bovary’ – de titel verraadt het al – sluit aan bij een opvallende trend in het hedendaagse boekenbedrijf : de bibliotherapie. Rode draad is de gedachte dat literatuur lezen een helend effect kan hebben, of ons alvast beter bestand kan maken tegen gebeurtenissen en fenomenen die ons in het echte leven ziek kunnen maken.

In de ons omringende taalgebieden verschijnen er geregeld boeken die op verschillende manieren aansluiten bij die trend. Soms zijn het boeken waarin leesvoorschriften worden gegeven (‘als je dit probleem hebt, moet je dat boek lezen’), soms zijn het memoire-achtige werken waarin iemand vertelt over hoe het lezen van een specifiek boek heeft geholpen een levenscrisis te bezweren.

Mondjesmaat

Dat laatste gebeurt in ‘Therapie met Bovary’ alvast niet. Van Neste geeft ons wel inzage in bepaalde aspecten van haar leven, maar met mondjesmaat. We lezen over haar afkomst uit een dorp op de grens tussen Oost- en West-Vlaanderen (haar moeder had een kapsalon), over haar studies in Gent en Parijs, met hier en daar een hint over haar liefdesleven.

Dat de romans die ze in haar boek bespreekt haar kijk op de wereld hebben bepaald, wordt wel gezegd, maar niet echt getoond. Daarvoor zijn de passages waarin Van Neste het over zichzelf heeft te beperkt. En dat is, voor alle duidelijkheid, geen tekort.

Docent

Persoonlijke ontboezemingen zijn niet per definitie de moeite waard. Veel hangt af van én de lezer, én diens pen. Van Neste laat in de meer persoonlijke passages zien dat het alvast met die pen goed zit.

Maar tegelijk doet haar boek vermoeden dat de auteur vooral ook anderen aan het lezen wil krijgen, en die anderen ook iets wil leren. Ik zei het al: de auteur van ‘Therapie met Bovary’ is docent. In dit geval niet alleen van levenslessen, maar ook van de geschiedenis van Frankrijk. Wie openstaat voor een goede mix van literatuurkritiek, cultuurgeschiedenis en leesgoesting is bij Steffie Van Neste aan het juiste adres.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en ‘Creative criticism’ aan de Universiteit Gent. Recent verschenen ‘Literature and Consolation’ (Edinburgh University Press) en ‘Een boekje troost’ (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

foto’s (c) Gazet van Hove.