door Ewoud De Meyer – www.doorbraak.be .

Ewoud De Meyer (N-VA) : ‘Zonder structurele hervormingen is de beperking van werkloosheid geen oplossing, maar een verschuiving van het probleem.’

Wie niet kan werken, verdient steun en begeleiding, maar wie bewust niet wil
werken, mag niet automatisch in het leefloon terechtkomen.

Wie niet kan werken, verdient steun en begeleiding, maar wie bewust niet wil werken, mag niet automatisch in het leefloon terechtkomen.

Wie niet werkt, zal na twee jaar zijn uitkering verliezen – zo luidt het federale plan om langdurige werkloosheid tegen te gaan. Begrijpelijk in een krappe arbeidsmarkt en met een historisch scheef gegroeide begroting. Maar die aanpak schuift het probleem door naar de gemeenten.

De OCMW’s dreigen het nieuwe opvangnet te worden – zonder dat zij daarvoor over voldoende middelen of manoeuvreerruimte beschikken. Zowel de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) als meerdere grootsteden hebben al hun bezorgdheden geuit over de financiële gevolgen van die maatregel voor de lokale besturen.

Terwijl de federale overheid bespaart, dreigt het lokale sociale vangnet overbelast te raken

De beperking van de werkloosheid in de tijd is een maatregel die op veel steun kan rekenen volgens de recentste peiling van De Standaard en VRT NWS. De maatregel is dan ook broodnodig om de sociale zekerheid voor de toekomst te garanderen. Maar terwijl de federale overheid bespaart, dreigt het lokale sociale vangnet overbelast te raken door de langdurig werklozen die zullen doorstromen naar de OCMW’s.

Zo wordt een watervaleffect gecreëerd van de federale RVA naar het lokale OCMW, maar de lokale besturen zijn hier niet voor uitgerust. In elke gemeente wordt de vraag gesteld over hoe groot de impact zal zijn op de begroting en welke middelen het federale niveau zal vrijmaken om de OCMW’s te helpen met de uitbetaling van de duizenden extra leefloondossiers.

Anderlecht

Elke aanvraag voor een leefloon vereist een grondig sociaal onderzoek : huisbezoek, evaluatie van de gezinssituatie, schulden, vermogen, eventuele zorgnoden, … Dat is geen louter administratieve formaliteit, maar een intensieve en tijdrovende opdracht. De maatschappelijk werkers die die onderzoeken uitvoeren, staan momenteel al onder grote druk. Als de instroom straks verder stijgt, zonder middelen voor extra collega’s, zal dat de werking van het OCMW volledig ontwrichten.

Op dit moment gelden er strenge diplomavereisten voor maatschappelijk werkers. Het is van fundamenteel belang dat de Vlaamse regering hierin meedenkt en dat die vereisten verder worden uitgebreid, waardoor grondig sociaal onderzoek gegarandeerd blijft in de toekomst.

De risico’s zijn niet hypothetisch. De Pano-reportage over het OCMW in Anderlecht toonde hoe dossiers werden goedgekeurd zonder (voldoende) sociaal onderzoek. Iets wat leidde tot onrechtmatige uitbetaling van leeflonen. Uiteraard speelde daar meer dan louter werkdruk : een gebrekkige controle en politieke inmenging ondermijnden de werking van de dienst.

Zulke ontsporingen onderstrepen de nood aan een performante POD Maatschappelijke Integratie, die sociale fraude sneller en effectiever kan detecteren én sanctioneren. Maar als maatschappelijk werkers de toevloed aan dossiers niet meer aankunnen terwijl wettelijke termijnen dwingen tot een beslissing, dan komt ook in Vlaamse gemeenten de kwaliteit van sociaal onderzoek en het publieke draagvlak van onze sociale zekerheid in het gedrang.

Hervormingen nodig

Ook het wettelijke kader voor het leefloon schiet tekort. De voorwaarden zijn ruim : meerderjarigheid, verblijf in België en onvoldoende middelen volstaan in principe. Er wordt verwacht dat de betrokkene ‘bereid is om te werken’, maar die voorwaarde is vaag en moeilijk afdwingbaar.

werkers van de gemeente Hove

Bijzondere Comités voor de Sociale Dienst (BCSD) kunnen in theorie een aanvraag weigeren bij werkonwil, maar dergelijke beslissingen worden vaak teruggefloten door de arbeidsrechtbank. In de praktijk kunnen comités vooral toekennen, zelden weigeren. Het gevolg is dat het leefloon zijn activerende rol verliest. Dossiers waarbij de motivatie tot maatschappelijke integratie minimaal is, blijven binnenstromen. Maar lokale besturen beschikken niet over het mandaat, noch de middelen om die mensen effectief te responsabiliseren en activeren.

In de praktijk kunnen comités vooral toekennen, zelden weigeren

Daarom is een herziening van de RMI-wet (2002) noodzakelijk. Indien men op federaal niveau inzet op activering, moet het lokale niveau kunnen volgen. De voorwaarden voor het leefloon moeten scherper en duidelijker worden, zonder in te boeten op hulp voor wie het echt nodig heeft.

Activering veronderstelt heldere spelregels, afdwingbaarheid en voldoende begeleiding. Wie niet kan werken, verdient steun en begeleiding, daar dient onze sociale zekerheid voor. Maar wie bewust niet wil werken, mag niet automatisch in het leefloon terechtkomen en daar blijven hangen.

Lokale besturen zijn bereid hun rol op te nemen. Maar dat vereist ook dat de bovenlokale overheden hun verantwoordelijkheden opnemen. Beperking van de werkloosheid in de tijd ? Graag. Maar kijk dan ook naar :

  1. een aangepaste leefloonwetgeving die responsabiliseert
  2. structurele financiering voor leeflonen en personeel
  3. modernisering van de personeelsregels, onder andere het versoepelen van diplomavereisten voor maatschappelijk werkers.

Zonder structurele hervormingen is de beperking van werkloosheid geen oplossing, maar een verschuiving van het probleem.

Ewoud De Meyer (N-VA) is schepen voor Welzijn, Kinderopvang, Seniorenbeleid en Dierenwelzijn in het Vlaams-Brabantse Grimbergen en voorzitter van het Bijzonder Comité Sociale Dienst (BCSD).

foto’s (c) Gazet van Hove.