door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
De instabiele geopolitieke situatie en de handelstarieven die de Verenigde Staten de rest van de wereld wil opleggen, zijn normaal gezien de ideale cocktail voor een recessie en oplopende inflatie. Maar daar is amper iets van te merken. Een analyse.
Stagflatie. Dat is een woord dat economen de stuipen op het lijf jaagt. Het is een situatie van een stilgevallen economie en een recessie, plus een oplopende inflatie. Normaal gezien vloeken die zaken met elkaar, want inflatie is een symptoom van een oververhitte economie.
Dat stagflatie-scenario hebben we in de jaren 1970 gekend met de oliecrisis die de inflatie aanjoeg en tegelijk de concurrentiekracht van de bedrijven aantastte, wat leidde tot herstructureringen en sluitingen. En dat net op een moment dat een generatie babyboomers op de arbeidsmarkt kwam en dus geen baan vond. Hoge werkloosheid, inflatie van 10 procent en meer, en een recessie waren het gevolg. Met veel monetair kunst- en vliegwerk heeft men de economie begin jaren 1980 opnieuw op de sporen gekregen. Dat gebeurde via besparingen, devaluaties in de pre-europeriode en deregulering.

Terug van weggeweest
Sindsdien is er geen sprake meer geweest van stagflatie, tot het woord begin dit jaar viel bij de voorspellingen die economen voor 2025 maakten. De combinatie van geopolitieke spanningen, budgettaire tekorten in de VS en de EU-landen, plus de handelstarieven van Donald Trump, die de inflatie moeten doen stijgen, zouden leiden tot een recessie en een te hoog prijspeil in de westerse wereld.
Halverwege 2025 is die voorspelling niet uitgekomen. Daar zijn verschillende redenen voor. De hoge importtarieven van de Trump hebben natuurlijk een impact op Europa, maar ze wegen minder zwaar door dan verwacht. Voor België bijvoorbeeld heeft dat te maken met het feit dat de helft van de export naar de VS bestaat uit farmaceutische producten. Daarop zijn voorlopig geen heffingen van toepassing. De farma-industrie is bovendien zeer wendbaar met hoge winstmarges en lage prijselasticiteit. In mensentaal: een hogere prijs voor farmaproducten als de VS toch beslissen om heffingen op te leggen zal weinig effect hebben. Een importtarief van 25 procent op geneesmiddelen die in Europa geproduceerd zijn, zou slechts 0,5 procent van de omzet van de farmabedrijven opeten. Verwaarloosbaar.
Ten tweede hebben de centrale banken via het hydraulische systeem van renteverlagingen en -verhogingen de inflatie onder controle gekregen. De vorige opstoot dateert van het einde van de coronapandemie en had vooral te maken met flessenhalzen in de aanvoerketens. Het aanbod kon de vraag niet volgen. Die zijn er nu veel minder en voorlopig ziet het er niet naar uit dat de internationale handel zwaar zal lijden onder de geopolitieke instabiliteit. De 12-daagse oorlog tussen Israël en Iran is voorbij en van het afsluiten van de Straat van Hormuz was nooit echt sprake. China, dat sterk afhankelijk is van Iraanse olie en gas, zou dat nooit aanvaard hebben.

Minder vertrouwen
Verder blijkt dat het consumentenvertrouwen in de VS, Canada en Europa wat gedaald is. Dit heeft geleid tot een relatief stabiele inflatie die in heel de westerse wereld rond een ‘gezonde’ 2 procent blijft hangen. Dat dalende vertrouwen heeft op de groei gewogen, maar niet in die mate dat er sprake is van een recessie. De Europese Centrale Bank (ECB) voorspelt een economische groei van 0,9 procent dit jaar voor de eurozone en 1,1 procent volgend jaar. Niet indrukwekkend, maar een recessie is veraf. De economische balans valt na zes maanden 2025 dus mee.
Bijkomend voordeel is dat de Duitse economische locomotief weer in gang is geschoten. De impact van het beleid van de regering-Merz mag niet onderschat worden. De komende 12 jaar willen de Duitsers 500 miljard euro of 10 procent van hun bbp in infrastructuur en vergroening van de economie stoppen. Plus miljarden voor defensie. Een economische impuls die ook in de rest van de Europese Unie voor groei moet zorgen. Enige hinderpaal voor het Europese economische herstel: de vele klimaatnormen en overdreven regulering. Er komen op Europees vlak tien wetten per dag bij. Dat is hallucinant veel.
Als er een factor van economische onzekerheid is, dan moeten we die aan de andere kant van de wereld gaan zoeken. Meer bepaald in China. Akkoord, het land is de belangrijke automarkt als nooit tevoren aan het domineren dankzij de elektrische auto’s. Men heeft daar een voorsprong opgebouwd die Europa moeilijk zal inhalen. Ook de dominantie van het land in de batterij-industrie is een ‘game changer’.
Maar onderhuids kampt de op een na grootste economie ter wereld met problemen. De vastgoedmarkt is er niet alleen stilgevallen, maar ingestort door een teveel aan bouwprojecten. De binnenlandse vraag is er zeer laag en men zit met een overcapaciteit aan producten die omwille van de handelsspanningen met de VS niet zomaar een afnemer vinden. De Chinezen sparen zich ondertussen suf. De spaarquote bedraagt 120 procent van het bbp. Een gezonde economische toestand is dat allesbehalve.


foto’s (c) Gazet van Hove .

