door Bart Maddens in ’t Pallieterke .

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft vijftien maanden na de verkiezingen nog steeds geen regering. Ik heb niet de indruk dat de Vlamingen in het algemeen en de flaminganten in het bijzonder zich daar veel zorgen over maken. “Ach die domme Brusselaars toch, daar hebben wij niets mee te maken.” Dat is uiteraard verkeerd. Het Brusselse imbroglio vormt een ernstige bedreiging voor Vlaanderen. Niet alleen verloedert onze hoofdstad verder, met alle gevolgen van dien voor de rest van Vlaanderen, maar bovendien riskeren we de politieke hefbomen te verliezen om daar iets aan te doen.

Hoe langer de crisis duurt, hoe meer stemmen er opgaan om de Brusselse instellingen te ‘vereenvoudigen’. De zogenaamde facilitator Yvan Verougstraete van Les Engagés pleitte in zijn nota voor een modernisering van de Brusselse instellingen om toekomstige blokkeringen te vermijden. Ook in Vlaanderen lijkt die mening veld te winnen.

standbeeld Godfried van Bouillon in Brussel

Nochtans kan het niet genoeg benadrukt worden dat de crisis in Brussel helemaal niet institutioneel is, maar louter politiek. Stel je voor dat alle andere partijen in het Vlaams Parlement zouden weigeren om een coalitie te vormen met de N-VA of het Vlaams Belang, met een complete politieke impasse tot gevolg. Dan zou er toch ook niemand zeggen: we moeten sleutelen aan de instellingen? Iedereen zou de blokkerende partijen met de vinger wijzen.

Het probleem in Brussel is niet dat er geen meerderheid gevonden kan worden langs Nederlandstalige kant. Die was er al in november vorig jaar. Het échte probleem is Ahmed Laaouej van de PS. Die riep een cordon sanitaire uit tegen de N-VA en weigerde om zelfs nog maar te onderhandelen met die partij. Hij verwees daarbij naar het confederalismeplan van de N-VA – terwijl iedereen weet dat dit plan al sinds 2014 diep weggeborgen zit in het diepvriesvak van de partij. Ook tijdens de onderhandelingen over de meerderheid langs Vlaamse kant heeft de N-VA dat plan nooit op tafel gelegd.

zwak voor de Brusselse Vlamingen

Je kunt er donder op zeggen dat elke ‘modernisering’ en ‘vereenvoudiging’ van de Brusselse instellingen gaten zal slaan in de garanties voor de Vlamingen

PS aanvaardt de Brusselwet niet

De dieperliggende reden is natuurlijk dat de PS weigert om zich neer te leggen bij de logica van de Brusselwet. En eigenlijk geldt dat voor de Franstaligen in het algemeen. Al in een zeer vroeg stadium, in september vorig jaar, hebben de PS, de MR en Les Engagés een advocatenkantoor laten onderzoeken of er een regering gevormd kon worden zonder meerderheid langs Vlaamse kant. Dat feit alleen is eigenlijk al verbijsterend. Stel je voor dat de N-VA na de verkiezingen had laten onderzoeken hoe er een federale regering gevormd zou kunnen worden zonder pariteit tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Het kot zou te klein geweest zijn ! Maar als de Franstaligen de bescherming van de Vlaamse minderheid in Brussel proberen te omzeilen, vindt iedereen dat de normaalste zaak van de wereld.

Franstalige constitutionalisten breken nu al een jaar lang hun tanden stuk op de kwestie. Hun koortsachtige zoektocht naar achterpoortjes in de Brusselwet is tevergeefs. Dat komt omdat de basisregels voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest alles behalve ingewikkeld, maar juist heel eenvoudig zijn. Er zijn Franstalige en Nederlandstalige parlementsleden in het Brussels parlement, verkozen op aparte lijsten, en om een regering te vormen is er een absolute meerderheid vereist in zowel de Franse als de Nederlandse taalgroep.

Als het daarover gaat, betrap ik mezelf altijd op een gevoel van bewondering voor de Vlaamse politici die onderhandeld hebben over de Brusselwet van 1989. Dat waren voornamelijk Jean-Luc Dehaene en Hugo Schiltz. Dat Brussel een apart derde gewest werd met wetgevende bevoegdheden, was zeker een grote Vlaamse toegeving. Maar daartegenover stond dat de garanties voor de Vlaamse minderheid in Brussel dit keer echt wel waterdicht waren. Dat is door Schiltz en Dehaene netjes dichtgetimmerd.

Ik betrap mezelf altijd op een gevoel van bewondering voor de Vlaamse politici die onderhandeld hebben over de Brusselwet

‘Vereenvoudiging’ en ‘modernisering’ verzwakt Vlaamse garanties

Dit heeft ertoe geleid dat de Franstaligen de macht in Brussel 35 jaar lang hebben moeten delen met de Vlamingen. Macht delen is macht verliezen, en dat hebben de Franstaligen nooit ten volle verteerd. Vandaar hun hardnekkige framing van de Brusselse institutionele structuur als hopeloos ingewikkeld en achterhaald. Tussen haakjes: als het Brusselse model inderdaad extreem complex is in een aantal opzichten, dan is dat vooral de schuld van de Franstaligen zelf. Zij zijn het immers die hun gemeenschapsbevoegden in Brussel deels hebben overgeheveld naar de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF), en daarvan een apart parlement hebben gemaakt, met alle complexiteit van dien.

Naïeve en ‘ruimdenkende’ Vlaamse opiniemakers springen enthousiast mee op de Franstalige kar. Het Brusselse systeem weerspiegelt zogezegd niet meer de multiculturele en grootstedelijke realiteit en moet dus worden gemoderniseerd. Je kunt er donder op zeggen dat elke ‘modernisering’ en ‘vereenvoudiging’ van de Brusselse instellingen gaten zal slaan in de garanties voor de Vlamingen.

Wat eerst op de schop zal gaan, is het systeem van de taalgesplitste lijsten bij de verkiezingen. Resultaat: de op taalgemengde lijsten verkozen ‘Vlaamse’ politici zullen naar de pijpen van de Franstalige partijen moeten dansen. Dat is de verborgen agenda van Laaouej en consorten. Het valt te vrezen dat heel wat Vlaamse en misschien zelfs Vlaamsgezinde politici minder bij de pinken zullen zijn dan Schiltz en Dehaene destijds, en met open ogen in die valstrik zullen trappen.

Vlaams Huis Brussel

De N-VA mag dan al zweren bij de tweeledigheid in haar (ingevroren) confederalisme-plan, er zijn aanwijzingen dat de partij nogal wankelmoedig is wat Brussel betreft. Even leek de N-VA in te stemmen met het bizarre 11 juli-voorstel van Georges-Louis Bouchez om een regering te vormen zonder Vlaamse meerderheid, maar met een pseudo-Vlaamse MR-staatssecretaris. Volgens Wouter Verschelden (in ‘De doodgravers van België’) zou Bart De Wever er in 2019 en 2020 (tijdens de onderhandelingen met Paul Magnette) zelfs mee akkoord gegaan zijn om de gemeenschappen af te schaffen en dus de band tussen Brussel en de rest van Vlaanderen door te knippen.

Een van de vele communautaire kansen die de Vlaams-nationalisten hebben laten liggen bij de regeringsvorming

Ingrijpen tegen Laaouej

Ik blijf het ook vreemd vinden dat de N-VA er niet minstens mee dreigt om vanuit de federale overheid in te grijpen in Brussel, als reactie op de onredelijkheid van Laaouej. Want dat is een andere reden waarom de Brusselwet van 1989 zo slecht nog niet was. Juridisch gezien is het Hoofdstedelijk Gewest wel degelijk ondergeschikt aan het federale niveau, in tegenstelling tot de twee niet-hoofdstedelijke gewesten. Inzake stedenbouw, ruimtelijke ordening, openbare werken en vervoer kan de federale regering ingrijpen in Brussel, als daarvoor in de twee taalgroepen van de Kamer een meerderheid is. Laat dat nu net de belangrijkste bevoegdheden zijn in een grootstad.

de partij van Laaouej

Uitgerekend Georges-Louis Bouchez creëerde al een opening in die richting. Hij pleitte er kort na de verkiezingen voor om Brussel onder federale curatele te plaatsen. De N-VA had die bal kunnen binnentrappen bij de federale regeringsonderhandelingen. De partij had duidelijke afspraken kunnen afdwingen over een federale interventie in Brussel. Het is een van de vele communautaire kansen die de Vlaams-nationalisten hebben laten liggen bij de regeringsvorming. 

Maar wat niet is, kan nog komen. Hoe langer de crisis duurt, hoe langer Laaouej volhardt in de onredelijkheid, hoe groter de druk zal worden op premier De Wever om orde op zaken te stellen in de hoofdstad.

Bart Maddens, politicoloog (KU Leuven).
Bart Maddens

foto’s (c) Gazet van Hove.