door Wannes Neukermans in ’t Pallieterke.

Het ratingbureau Moody’s behoudt de Aa3-rating voor de federale overheid, weliswaar met een negatief vooruitzicht omdat er nog twijfels zijn over de impact van de geplande hervormingen door de regering-De Wever. Het status quo van Moody’s is goed nieuws, maar ook niet meer dan dat. Zelfs als de federale overheid niet in het vizier komt van de financiële markten, blijven de rentelasten op de staatsschuld stijgen van 10 naar 20 miljard euro in 2029.

De rapporten van ratingbureaus worden door sommige analisten zeer ernstig genomen, anderen lachen ze weg. Het principe van zo’n beoordeling is bekend. Het is eigenlijk een inschatting van hoe geloofwaardig het is dat een land de financiële verplichtingen kan nakomen en dus de eigen schuld en begrotingstekorten onder controle krijgt.

Ratingverlaging komt regering-De Wever niet zo slecht uit

‘Hoge kwaliteit’ blijft behouden

Maar er is onder economen inderdaad discussie over de vraag of een ratingverlaging ertoe leidt dat de rentevoeten op de schuld substantieel stijgen. Volgen internationale beleggers in overheidsobligaties echt de richtlijnen en scores van de ratingsbureaus ? Ze spelen in elk geval een rol. Het is beter voor een regering dat een rating stabiel blijft dan verlaagt. Eerste minister Bart De Wever (N-VA) zal dan ook tevreden zijn dat Moody’s voor België de Aa3-rating behoudt, dezelfde als in de zomer.

“Goede rating heeft vooral psychologisch effect”

Om een idee te hebben : een Aa3-rating is er een van ‘zeer hoge kwaliteit’. Het is de vierde hoogste rating mogelijk na AAA, Aa1 en Aa2. En daling zou de Belgische overheidsfinanciën in de categorie A hebben gebracht. Dat is nog altijd ‘hoge kwaliteit’. Men is nog vier verlagingen verwijderd van schuld en begroting met ‘voldoende kwaliteit’ en zeven verlagingen vooraleer men in de speculatieve zone zit. In dat geval is er inderdaad een groot gevaar op speculatie tegen de Belgische schuld.

Dat zit er niet direct aan te komen. Misschien op termijn wel voor de Brusselse schuld, waarvan recentelijk is duidelijk geworden dat die op drijfzand is gebouwd. Bij het afsluiten van dit artikel was dit nog niet duidelijk, maar vorige maandag zou Standard & Poor’s een nieuwe rating voor Brussel hebben bekend gemaakt. Als die daalt, zitten ze daar op A-, de laatste rating in de A-klasse. Nog twee verlagingen en met zit op BBB. Dan zou het kunnen dat men bij de federale overheid aanklopt voor een financieel reddingsplan.

Dat is uiteraard nog toekomstmuziek. Die federale overheid heeft andere dingen aan haar hoofd. De rating van Moody’s mag dan wel stabiel blijven, maar er is wat men in expertentaal zegt een ‘negatieve outlook’ aan gekoppeld. Dat wil zeggen dat het ratingbureau nog twijfelt aan de positieve impact van de pensioen- en arbeidsmarkthervormingen van de regering-De Wever.

meer mensen aan het werk krijgen

Psychologie

De stabiele rating voor België heeft eigenlijk vooral een psychologisch effect. Veronderstel dat Frankrijk – ook een land met een zeer hoog begrotingstekort – straks een verlaging krijgt van de kredietwaardigheid, dan kan De Wever zeggen dat we voor de financiële markten losgekoppeld zijn van probleemland Frankrijk.

Maar daarmee is ook alles gezegd. De stabiele beoordeling door Moody’s is eigenlijk een magere troost. Het federale tekort van 24 miljard euro stijgt bij ongewijzigd beleid naar 42 miljard in 2030. Uiteraard is het niet zo dat de regering-De Wever de komende jaren niets zal doen. Maar de saneringsingreep blijft gigantisch. Een grote uitdaging zijn de oplopende rentelasten op de staatsschuld. Die bedragen momenteel 10,8 miljard euro. Volgend jaar zitten we aan 12,2 miljard euro en tegen het einde van de legislatuur is er sprake van 20,9 miljard euro rentelasten. Er zou dus 10 miljard euro bijkomen aan kosten, middelen die niet kunnen worden gebruikt om echt beleid te voeren.

Wie met begrotingsexperts spreekt, verneemt dat de Belgische begroting dankzij relatief beperkte ingrepen de komende jaren niet in de gevarenzone komt, maar dat het einde van de legislatuur een keerpunt wordt door de stijgende rentelasten. En ook omdat bepaalde uitgaven, zoals voor defensie, dan buiten de begroting kunnen worden gehouden, maar van dan af als gewone uitgaven worden geboekt.

Belangrijke waarschuwing

Dat komt dan bovenop het deficit dat tegen dan meer dan 6 procent van het bbp bedraagt. De schuld zou dan gestegen zijn van 104 procent van het bbp naar 120 procent. Het is duidelijk : als de regering-De Wever niet saneert, dan zitten we aan het einde van de regeerperiode in dezelfde situatie als in de jaren 1990. Moody’s maakt in haar België-rapport duidelijk dat het probleem hem zit bij de uitgaven die sneller blijven stijgen dan de economische groei.

“Dit is een magere troost”

De dramatische situatie van de jaren 1980 is nog niet in zicht. Toen was er zelfs sprake van een rentesneeuwbal. Dan moeten extra leningen enkel gebruikt worden om de stijgende rentelasten te financieren. Een straatje zonder einde. Dat gebeurt wanneer de rente op de schuld hoger is dan de nominale groei. Dat is de reële groei plus inflatie. In België zitten we aan 1 procent groei en een inflatie onder de 3 procent. Tellen we dat voor het gemak samen naar een 3,5 procent nominale groei. De rente op Belgische staatsbons varieert van 1,9 procent op één jaar tot 3,2 procent op tien jaar. Dat is lager dan de nominale groei. Dus geen rentesneeuwbal. Voorlopig toch.

foto’s (c) Gazet van Hove.