door Karl Van Camp in ’t Pallieterke .

De afgelopen maanden en weken is de problematiek rond de faciliteiten, en meer bepaald de mogelijke afschaffing ervan, geregeld ter sprake gekomen in mijn artikels. Ronse speelt daarin een voortrekkersrol, maar inmiddels roeren ook enkele Limburgse gemeenten zich.

Laat me beginnen met een krantenbericht van 8 november in Het Belang van Limburg, met als titel : ‘Herstappe en Voeren kreunen onder statuut, zonder hoop op beterschap’. Met dat ‘statuut’ wordt verwezen naar het feit dat beide Limburgse gemeenten faciliteiten moeten bieden aan hun Franstalige inwoners. Herstappe neemt daarbij een bijzondere plaats in, want het is de kleinste gemeente van ons land, met slechts 75 inwoners. Er is één eenheidspartij – Gemeentebelangen-Intérêts communaux (G.B.-I.C.) – die bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen als enige lijst opkwam. Gevolg : niemand hoefde te stemmen en de eenheidspartij kreeg automatisch alle zetels en mandaten. Burgemeester Marlutje Jackers verklaarde in de pers, verwijzend naar de faciliteiten : “We kampen allemaal met dezelfde problemen, zoals personeel en administratie.”

Vlaams belastinggeld

En dit alles ter wille van enkele Franstaligen die zich na zestig jaar nog steeds niet hebben aangepast, want zo lang bestaan de faciliteiten al. Ook Ronse heeft gewezen op de zware financiële gevolgen van het faciliteitenstelsel. Op 3 september vond een overleg plaats met zes burgemeesters van Vlaamse faciliteitengemeenten.

“De faciliteiten brengen heel wat extra werklast en kosten met zich mee”, zegt burgemeester Joris Gaens van Voeren (Voerbelangen). “Al onze communicatie en infosessies moeten in twee talen, en onze personeelsleden moeten taalexamens afleggen. Op zich heb ik daar geen probleem mee : het is een vorm van dienstverlening aan de vele Franstaligen in onze gemeente. Maar er is geen enkele flexibiliteit toegestaan, en we krijgen daar absoluut geen steun of compensatie voor van de hogere overheid.”

Bevoegd minister Crevits heeft intussen een eerste stap gezet : kleine faciliteitengemeenten tot 3.000 inwoners krijgen vanaf 2026 extra financiële ondersteuning. Concreet gaat het om Herstappe, Mesen, Bever en Spiere-Helkijn, die samen één miljoen euro bijkomende middelen ontvangen. Voeren valt uit de boot omdat het ‘te veel’ inwoners heeft. Voor Herstappe betekent dit een extra bedrag van 40.000 euro. Het blijft Vlaams belastinggeld dat wordt ingezet voor Franstaligen die weigeren zich te integreren.

MP Diependaele

Spreidstand

Vooral de N-VA komt hierdoor in een moeilijke spagaat terecht. Op 11 juli verklaarde minister-president Diependaele (N-VA) : “De faciliteiten waren tijdelijk. Punt.” En in het Vlaams Parlement herhaalde minister Ben Weyts meermaals : “Wij (de N-VA) pleiten voor de afschaffing van de faciliteiten.” Ook Jeroen Bergers, N-VA-Kamerlid, zei in een interview op 9 september : “Schaf de faciliteiten in Vlaamse én Waalse gemeenten af.” Op 12 oktober bepleitte hij in de commissie Binnenlandse Zaken opnieuw de volledige afschaffing van de faciliteitenregeling. Dat staat overigens ook zo in het N-VA-partijprogramma.

Jeroen Bergers

Motie

Op 16 oktober diende het Vlaams Belang in het Vlaams Parlement een motie in met twee verzoeken :

  1. de federale regering officieel te vatten over deze problematiek, verwijzend naar het federale regeerakkoord waarin staat dat elke deelstaatregering wijzigingen kan voorstellen aan federale regels, met het expliciete verzoek concrete stappen te zetten om de faciliteitenregeling op te heffen;
  2. overleg op te starten met het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap om te proberen tot een gezamenlijk standpunt te komen inzake de opheffing van de faciliteitenregeling.

Op 5 november – vorige week – werd over deze motie gestemd. De N-VA stemde tegen. En met haar alle andere ‘Vlaamse’ partijen.

Ik kan daarbij, samen met u, alleen vaststellen dat de particratie belangrijker wordt geacht dan het geven van een krachtig en eensgezind signaal aan de federale overheid. Spijtig. Heel spijtig.

foto’s (c) Gazet van Hove.