NIEUWS – door Vanille Dujardin – www.doorbraak.be .

De Grote Moskee van Brussel

Er is een terugval van integratie en assimilatie bij jonge moslims in Frankrijk. Dat blijkt uit een Franse studie van IFOP voor het tijdschrift Écran de Veille, afgenomen bij 14.244 respondenten en gewijd aan Franse moslims en hun houding tegenover islamisme. De jongeren lijken hun moslimidentiteit sterker uit te dragen, profileren zich scherper en omarmen een meer rigoristische islam.

Maar geldt dat ook bij ons ? In België beschikken we niet over vergelijkbare cijfers. Het onderzoek zelf stelt expliciet dat dergelijke metingen zeldzaam tot onbestaand zijn. Dat is in België nog sterker het geval. We weten amper hoeveel moslims er in dit land wonen, laat staan hoe hun religieuze praktijken evolueren. We gingen daarom aankloppen bij Johan Leman, antropoloog en professor-emeritus aan de KULeuven en voorzitter van Foyer vzw, een Brussels integratiecentrum in Sint-Jans-Molenbeek. Hij volgt de Brusselse realiteit al veertig jaar op de voet. ‘We weten dat toch al lang ?’, zegt hij lachend.

Jongeren worden strenger

Volgens het Frans rapport is de islam in Frankrijk vandaag de enige religie die zowel numeriek als ideologisch blijft groeien. Sinds 1985 steeg het aandeel moslims in Frankrijk van 0,5 naar 7 procent van de bevolking. De religieuze intensiteit gaat dezelfde richting uit : 80 procent van de Franse moslims noemt zich religieus, tegenover 48 procent bij andere gelovigen. Bij jongeren tussen de 15 en 24 jaar loopt dit zelfs op tot 87 procent.

Bijna de helft van de respondenten vindt dat de sharia in enige vorm moet gelden in het land waar men woont.

Ook de religieuze praktijk versterkt. De dagelijkse gebedspraktijk stijgt van 41 procent in 1989 naar 62 procent vandaag, en zelfs 67 procent bij jongeren onder de 25. Het wekelijks moskeebezoek verdubbelt van 16 procent naar 35 procent.

Maar het meest opvallende cijfer is ideologisch : bijna de helft (46 procent) van de respondenten vindt dat de sharia in een of andere vorm moet gelden in het land waar men woon. 15 procent vindt zelfs dat de sharia volledig en zonder aanpassing toegepast moet worden. Daarnaast voelt 33 procent sympathie voor minstens één islamistische stroming, met de Moslimbroederschap als grootste winnaar : 24 procent onder de totale groep, 32 procent onder jongeren. Ook salafisme (9 procent), wahabisme (8 procent) en Tabligh (8 procent) zijn geen randverschijnselen meer.

De zoektocht naar pure islam

Op de vraag of hij gelijkaardige tendensen ziet in Brussel, antwoordt Leman zonder aarzelen : ‘Sommige cijfers uit het rapport bestaan in Brussel al lang’. Hij schetst drie generaties moslims : een oudere generatie, die niet strikt was, een tweede generatie, regionaal georganiseerd, en de jongeren van vandaag. ‘Wat er nieuw is bij jongeren vandaag, is dat ze zoeken naar wat ze een “pure islam” noemen’, zegt de professor. ‘Eentje die niet langer cultureel of regionaal bepaald is.’

Leman interpreteert dit op twee manieren : jongeren zoeken de ‘zuivere’ beleving en willen de wijk ontsnappen. ‘Ik heb de indruk dat islam voor hen bestaat uit een soort universalisme’, zegt hij. En dat is volgens hem de motor achter de aantrekkingskracht van organisaties zoals de Moslimbroederschap. ‘Ze spelen daar perfect op in’, zegt hij. ‘Zelfs open-minded jongeren voelen zich aangesproken’.

Een trend die mooi aansluit bij de cijfers van De Belgische Veiligheid van de Staat, dat al jaren schrijft dat de Moslimbroederschap duurzaam verankerd is in België, invloed uitoefent in moskeeën, scholen, verenigingen en jongerenwerk en werkt via een netwerk rond maatschappelijke mobilisatie en religieuze vorming.

Minder sociale controle

Volgens Leman gaat deze nieuwe trend wel gepaard met een zekere tolerantie voor wie afwijkt. ‘Ik zie dat jongeren perfect kunnen leven met een vrouw die bijvoorbeeld geen hoofddoek wil dragen’, vertelt de professor. ‘Ze vinden dat een recht. Waar je vroeger meer sociale druk had in de regionale islam, heb je nu meer plaats voor interpretatie. En dat maakt jongeren toleranter naar anderen.’

‘Ik zie dat jongeren perfect kunnen leven met een vrouw die bijvoorbeeld geen hoofddoek wil dragen.’

Het feit dat jongeren strikter op de godsdienst spelen, is volgens hem dan weer niet enkel in de islam te zien. ‘Je voelt daar vooral een soort anti-establishment in’, vindt hij. ‘Maar ik stel mij wel de vraag : kan dit niet leiden tot communautarisering ? Niet in heel Brussel, maar in bepaalde wijken. Dat zou de sociale cohesie niet ten goede komen’.

Islamisering als containerbegrip

Kunnen we dit islamisering noemen ? Leman reageert als antropoloog. ‘Islamisering is een containerbegrip dat ik liever niet gebruik’, zegt hij. ‘In containerbegrippen zitten er zoveel verschillende dynamieken en processen, die dikwijls verschillend zijn van elkaar. Maar we moeten het gewoon durven benoemen : er is een onbetwistbare invloed van de Moslimbroederschap’.

‘Ik vraag mij soms af of de overheid weet waarmee ze bezig is.’

‘We durven er niet over spreken’, zegt Leman. ‘Je moet nu niet overal de Moslimbroederschap beginnen zien. Maar je moet prioriteit geven aan een sociaal-cultureel beleid dat dit niet ondersteunt. Je moet erover kunnen debatteren. Ik vraag mij soms af of de overheid weet waarmee ze bezig is.’

Of we dat islamisering noemen of niet, doet er eigenlijk minder toe dan de vraag of we het durven onderzoeken. Want zonder meten wordt elk politiek debat een gok. En zoals Leman het formuleert : ‘Ik weet niet waar het naartoe gaat’, zegt hij. ‘Maar we moeten het eindelijk durven benoemen’.

Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al 3 jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek journalistiek ten volle inzet.

foto’s (c) Gazet van Hove.