NIEUWS – door Astrid Elbers – www.doorbraak.be .

Vrouwen vormen de grootste groep slachtoffers van huiselijk en partnergeweld. Maar betekent dat ook dat ze nérgens veilig zijn ? Doorbraak duikt in de cijfers.
‘Als wij vrouwen over straat lopen, moeten we nadenken. Wij zijn overal onveilig. Dit is geen mening. Dit zijn keiharde cijfers.’ Met die uitspraak maakte de Nederlandse actrice en presentatrice Soundos El Ahmadi haar punt in De Afspraak van 5 februari. Toen presentator Bart Schols opmerkte dat hij meerdere vriendinnen heeft die dat anders ervaren, reageerde El Ahmadi scherp : ‘Maar jouw vriendinnen zijn niet de statistieken!’ Tijd voor een factcheck.
De uitspraak van El Ahmadi kreeg veel bijval. BV’s steunden haar massaal, zo schreef Het Laatste Nieuws. Maar ze kreeg ook bitse kritiek. Ook van vrouwen. ‘Je bent als vrouw niet áltijd en óveral onveilig,’ reageerde psychologe Liesbet Boone in De Standaard. Haar reactie werd op sociale media gedeeld door vrouwen die zich helemaal niet herkenden in het beeld dat El Ahmadi schetste.

Opzettelijke doding
Hoe zit het met die statistieken ? Hoe onveilig is het voor vrouwen op straat ? Een eenvoudig antwoord bestaat niet. ‘Veiligheid’ is geen statistische categorie, maar een begrip dat wordt afgeleid uit andere indicatoren, zoals geregistreerde misdrijven. Die cijfers worden bovendien beïnvloed door aangiftebereidheid, registratiepraktijken en verschillen in meetmethoden. Ook wordt geslacht niet in alle datasets bijgehouden. Toch laten de beschikbare gegevens enkele duidelijke patronen zien.
Mannen lopen een grotere kans om op straat gedood te worden dan vrouwen.
Uit de Global Study on Homicide van 2023 van het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) blijkt dat wereldwijd 81 procent van de slachtoffers van opzettelijke doding man is tegenover 19 procent vrouw. In totaal ging het in 2021 om 458.000 slachtoffers. In Europa werden dat jaar 1,2 vrouwen per 100.000 inwoners vermoord tegenover 3,4 mannen.

Vrouwen en meisjes zijn daarbij vooral slachtoffer in de huiselijke sfeer. Ze vertegenwoordigen 54 procent van de slachtoffers van dodelijk geweld thuis en 66 procent van de slachtoffers van moord door een intieme partner. Mannen lopen dus een grotere kans om op straat gedood te worden dan vrouwen.
Fysiek geweld
Ook bij andere vormen van geweld zien we hetzelfde patroon. De Belgische Veiligheidsmonitor (2024) van de Federale Politie toont dat ongeveer 60 procent van de slachtoffers van fysiek geweld in de publieke ruimte man is. Een Nederlandse studie uit 2021 naar sekseverschillen bij geweldsslachtoffers onder mensen met een psychose bevestigt dat deze trend overeenkomt met die in de algemene bevolking : mannen worden vaker op straat slachtoffer van fysiek geweld, vrouwen vaker thuis.
Ook in absolute termen zijn mannen vaker het slachtoffer van niet-dodelijk geweld dan vrouwen. Volgens het World Report on Violence and Health van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, 2002) is de meerderheid van de patiënten die voor dat type geweld in het ziekenhuis belandt mannelijk. De verhouding varieert per land, maar de trend is duidelijk : in Kenia is de verhouding 2,6 : 1, in Jamaica 3 : 1 en in Noorwegen zelfs 4–5 : 1 .

Seksueel geweld
Bij seksueel geweld zijn vrouwen wel oververtegenwoordigd in de slachtofferstatistieken. Al is de kloof veel minder groot dan vaak gedacht wordt. De UN-MENAMAIS-studie stelt bijvoorbeeld dat 16 procent van de vrouwen tussen 16 en 69 jaar ooit verkracht werd, tegenover 5 procent van de mannen. Daarnaast maakte 42 procent van de vrouwen en 19 procent van de mannen ooit ‘hands‑on’ — met aanraking — seksueel grensoverschrijdend gedrag mee. Voor ‘hands‑off’-gedrag — zonder aanraking — gaat het om 78 procent van de vrouwen en 41 procent van de mannen.
Bij volwassen mannelijke slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag was in 33 procent van de gevallen de pleger een vrouw.
De percentages voor ‘hands-off’ grensoverschrijdend gedrag lijken enorm hoog. Maar in de studie wordt niet duidelijk gedefinieerd wat precies onder ‘hands-off’ valt. En dat blijkt bijzonder ruim te zijn. Bij de voorbeelden staat onder andere ‘ongewild aangestaard worden’. Andere bronnen vermelden ook zaken als nafluiten, kusgeluiden maken, een grapje maken over het uiterlijk… Een goedgeluimde bouwvakker die een voorbij wandelende dame met ‘dag schoonheid’ begroet, doet deze statistieken dus ook stijgen.
De locatie van seksueel grensoverschrijdend gedrag is minder eenduidig. Sommige studies wijzen op een hoger risico voor vrouwen in de huiselijke sfeer en voor mannen op straat; andere studies tonen een licht omgekeerd patroon.

Aantal vrouwelijke daders onderschat
Hoewel in de meeste statistieken over gewelds- en zedendelicten mannen veruit de grootste groep daders vormen, is het aantal vrouwelijke plegers ook niet te onderschatten. Bij volwassen mannelijke slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag was in 33 procent van de gevallen de pleger een vrouw. Bij fysiek intiem partnergeweld zou het aantal vrouwelijke plegers (17,5 procent) zelfs hoger zijn dan het aantal mannelijke (10,6 procent), zo blijkt uit een studie in de geïndustrialiseerde Engelstalige landen.
Het aantal vrouwelijke daders wordt dus onderschat. Maar het aantal mannelijke slachtoffers wordt ook onderschat. De WHO benadrukt dat seksueel geweld tegen mannen en jongens een groot probleem is dat voorkomt in uiteenlopende contexten : thuis, op school, op het werk, op straat, in het leger, tijdens oorlog en in gevangenissen of politiebewaring. Toch is er maar beperkt onderzoek naar dit thema.

Dat vrouwen zich onveiliger voelen terwijl mannen net vaker slachtoffer worden van criminaliteit, is een bekend fenomeen.
Dat gebrek aan aandacht heeft gevolgen, zegt ook Helen Blow, experte in het bestrijden van geweld en misbruik op de eerste lijn. Ze verwijst naar een peiling van Plan International België over grensoverschrijdend gedrag op festivals. Die haalde de nationale media met de boodschap dat één op zes meisjes wordt lastiggevallen (16,5 procent). Dat één op acht jongens (12 procent) hetzelfde meemaakt, werd maar terloops vermeld. Volgens Blow leidt de eenzijdige focus op vrouwelijke slachtoffers ertoe dat vrouwelijke plegers onderbelicht blijven, mannen gestigmatiseerd worden en mannelijke slachtoffers minder snel hulp zoeken.

‘Fear of crime’-paradox
De vraag blijft dan natuurlijk of het onveiligheidsgevoel – wat iets heel anders is dan de werkelijke onveiligheid – bij vrouwen hoger is dan bij mannen. Cijfers tonen daar inderdaad een kloof. De Nederlandse Emancipatiebarometer (2024) meldt dat 44 procent van de vrouwen zich onveilig voelt, tegenover 26 procent van de mannen. De Belgische Veiligheidsmonitor (2024) zoomt in op ‘problematische’ onveiligheidsgevoelens. Problematisch wil zeggen dat ze vaak tot altijd voorkomen. Die liggen op 12 procent bij vrouwen en 8 procent bij mannen.
Dat vrouwen zich onveiliger voelen terwijl mannen net vaker slachtoffer worden van criminaliteit, is een bekend fenomeen. Professor criminologie Wim Hardyns (UGent) omschreef dit eerder op VRT NWS als de ‘fear of crime’‑paradox : het zijn niet noodzakelijk de mensen met het hoogste objectieve risico die zich het meest onveilig voelen.
El Ahmadi heeft dus ongelijk. Wie beweert dat vrouwen ‘overal onveilig zijn’ verkoopt een mythe die misschien goed werkt op televisie, maar slecht tegen cijfers kan.

Astrid Elbers is doctor in de geschiedenis, gediplomeerd journalist en geeft Nederlands aan anderstaligen aan Linguapolis (Universiteit Antwerpen).
foto’s (c) Gazet van Hove.

