Wie op steun van de overheid rekent, stelt die verwachting beter bij
NIEUWS – door Michiel Dubbeldam – www.doorbraak.be
De rente die België betaalt om geld te lenen op de financiële markten steeg in amper twee weken van zo’n 3,1% naar meer dan 3,6%. Dat klinkt als een klein verschil, maar voor een land met ruim 500 miljard euro schuld is het miljoenen waard. En het raakt niet alleen de overheid : ook uw hypotheek en uw werkgever voelen de gevolgen.
De rente op Belgische staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is een thermometer van het vertrouwen van beleggers in ons land. Hoe hoger de rente, hoe meer vergoeding beleggers eisen om hun geld aan België uit te lenen. Die rente bewoog het voorbije jaar rustig tussen 3,0% en 3,5%. Maar sinds begin maart sprong ze in drie weken van een dieptepunt rond 3,05% naar een top van 3,64% op maandag — het hoogste niveau sinds de eurocrisis. In heel Europa stegen de obligatierentes fors.
Drie oorzaken
1. De oorlog in Iran en de olieprijsschok
Het gewapende conflict rond Iran deed de olieprijs exploderen : van zo’n 70 dollar per vat naar meer dan 110 dollar. De Straat van Hormuz, waar 20% van alle olie ter wereld doorheen vaart, is grotendeels geblokkeerd. Europa is als netto-importeur bijzonder kwetsbaar. Duurdere energie werkt door in alles — van de benzinepomp tot de supermarkt — en wakkert de inflatievrees aan.

2. Veranderde renteverwachtingen
Tot voor kort rekenden financiële markten erop dat de Europese Centrale Bank (ECB) de rente misschien nog zou verlagen in 2026. Door de stijgende energieprijzen is dat scenario van tafel. De ECB hield haar beleidsrente op 19 maart op 2%, maar verhoogde tegelijk haar inflatievoorspelling voor 2026 naar 2,6%. ECB-voorzitter Christine Lagarde waarschuwde dat de bank ‘klaar is om te handelen indien nodig.’
Markten prijzen nu zelfs een mogelijke renteverhoging in tegen het najaar. Dat is een draai van 180 graden : van ‘wanneer gaat de rente omlaag ?’ naar ‘wanneer gaat de rente omhoog ?’. Die omslag jaagt de rente op obligaties automatisch hoger.

3. De Belgische begrotingssituatie
België heeft met een staatsschuld van ruim 109% van het bbp en een begrotingstekort rond 5,5% een zwakker rapport dan veel buurlanden. Beleggers eisen daarom een hogere risicopremie — en in tijden van onzekerheid wordt die groter.
Geen ruimte voor compensaties
Wie hoopt dat de overheid de gestegen energie- en woonlasten zal opvangen met nieuwe steunmaatregelen, komt bedrogen uit. De budgettaire marge is simpelweg op. Met een tekort van 5,5% van het bbp en een schuld die de grens van 110% nadert, beschikt de federale regering over geen enkele financiële speelruimte om huishoudens of bedrijven te compenseren — zoals dat in 2021-2022 wel, zij het moeizaam, kon.
Integendeel : puur financieel bekeken zijn hogere rentelasten eerder een argument voor bijkomende besparingen dan voor nieuwe uitgaven. Elke extra euro schuld vergroot immers de rentesneeuwbal. De Vlaamse rentelasten alleen al verdrievoudigden tussen 2019 en 2026 : van minder dan 400 miljoen naar meer dan 1,2 miljard euro per jaar. Op federaal niveau zijn de bedragen nog vele malen groter.
Dat maakt de huidige situatie politiek bijzonder ongemakkelijk. Burgers en bedrijven voelen de pijn van duurdere energie en hogere hypotheeklasten, maar de overheid kan — anders dan in het verleden — de rekening niet langer doorschuiven naar toekomstige generaties zonder de geloofwaardigheid op de obligatiemarkten verder te ondermijnen.

Gevolgen
De hypotheekrente hangt grotendeels af van de rente op langlopende staatsobligaties. Belgische banken boden begin 2026 nog tarieven rond 3,2 à 3,4% voor een vast krediet op 25 jaar. Die tarieven zijn de voorbije weken al gestegen en specialisten verwachten verdere verhogingen zolang het conflict aanhoudt.
Op een lening van 250.000 euro over 25 jaar betekent een verschil van 0,5 procentpunt zo’n 70 euro per maand méér aflossing — of meer dan 20.000 euro extra over de hele looptijd.
Voor bedrijven is de combinatie van duurder lenen en duurdere energie een dubbele klap. Het doemscenario is dan stagflatie : stagnerende groei én stijgende prijzen. De eurozone-economie kan in het tweede kwartaal zelfs krimpen als het conflict aanhoudt.

Wat nu ?
De vergelijking met de energiecrisis van 2022 dringt zich op, maar het vertrekpunt is gezonder : de inflatie lag net rond 2% en de arbeidsmarkt is minder krap. Toch zijn de risico’s reëel als de olieprijzen boven 100 dollar blijven.
De grote vraag is hoe lang het conflict aanhoudt. Een snel einde zou de rentes weer laten zakken. Maar zolang de Straat van Hormuz verstoord blijft, zitten we in onzeker vaarwater. Wie een grote financiële beslissing plant — een huis kopen, een lening herfinancieren, een onderneming starten — doet er goed aan de renteontwikkelingen op de voet te volgen. En wie op steun van de overheid rekent, doet er beter aan die verwachting bij te stellen.

Michiel Debbeldam
De auteur is masterstudent handelswetenschappen aan de universiteit van Gent. In het weekend is hij te vinden in Edegem waar hij al sinds zijn geboorte woont.
foto’s (c) Gazet van Hove.

