COLUMN – door Rik Torfs – www.doorbraak.be
Oud-rector Herman Van Goethem ging woensdagavond in debat in De Afspraak / Rik Torfs – foto © VRT De Afspraak, DB
Professor Herman Van Goethem, oud-rector van de Universiteit Antwerpen, zei deze week in De Afspraak : ‘Ik denk dat onze universiteiten zijn ingebed in een context die honderd jaar geleden niet de onze was. Een context gebaseerd op mensenrechten en op een inclusieve, diverse samenleving. Ik denk dat dat de basis, de fundamentele basis is waarbinnen onze universiteiten functioneren. (…) Het is niet zo dat om het even wat aan een universiteit in onderzoek kan, onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Neen, dat denk ik niet.’

Oud-rectoren zijn uiterst wijze mensen. Ik ken er alvast geen andere. Ze verdienen een respectvolle bejegening. Dus verwacht hier geen persoonlijke aanval. Wel wil ik op zoek gaan naar de draagwijdte van de woorden die Herman Van Goethem sprak. En van de woorden die hij daarbij verzweeg.
Voor hem is de vrijheid voorwaardelijk. Ze is ondergeschikt aan de ‘context’ waarin onze universiteiten nu, anders dan een eeuw geleden, functioneren. Context ? Het woord ‘ideologie’ gebruikt de oud-rector niet. Maar daar gaat het wel degelijk om. Twee essentiële concepten primeren op de academische vrijheid, die zich binnen hun contouren dient te ontwikkelen. Enerzijds de mensenrechten, anderzijds de inclusieve, diverse samenleving.

Mensenrechten
Mensenrechten dus. Maar om welke mensenrechten gaat het precies ? Hoe ruim worden ze geïnterpreteerd ? Daarover zwijgt de Antwerpse oud-rector. Hij verkiest de algemene term; erg veilig. Want zelfs de waanzinnigste academicus zal nooit beweren dat hij tegen mensenrechten is. En voor de slavernij of het vierendelen van vermeende criminelen.
Toch blijft de vraag hoe Van Goethem de mensenrechten precies opvat. Betekent het recht op leven van artikel 2 EVRM dat de uitstootnormen streng moeten zijn, desnoods tegen de democratische besluitvorming in ? Andersom, wanneer en in welke mate mogen diezelfde mensenrechten worden ingeperkt ? Als iemand mannen minderwaardige wezens met het verstand van een okkernoot vindt, mag zij dat dan openlijk zeggen of is, zoals bij ons nu al, een seksismewet nodig en een rechter die straffen oplegt ?

Democratie
Opvallend is dat Van Goethem de mensenrechten onontbeerlijk acht, maar zwijgt over de democratie. Die omissie kan onbewust zijn. In een discussieprogramma moet het vlug gaan en vergeet je weleens iets. Maar in ieder geval zijn mensenrechten en democratie sterk met elkaar verweven.
Mensenrechten en democratie zijn sterk met elkaar verweven.
Of, zoals de Nederlandse hoogleraar en oud-minister Ernst Hirsch Ballin onlangs schreef : ‘De rechtsstaat heeft een goed functionerende democratie even hard nodig als de democratie een rechten en vrijheden beschermende rechtsstaat.’ Anders uitgedrukt: zonder democratische steun verzwakt het systeem. Van Goethem maakt van deze factor geen melding.
En dat op een moment dat de universiteiten zelf in de samenleving ‘democratische’ steun verliezen. Door de verregaande verengelsing ten koste van het Nederlands. Door de rauwe arrogantie van sommige experts, bijvoorbeeld in de coronatijd. Maar ook door een breedgedragen vermoeden van ideologische eenzijdigheid in de universitaire wereld.

Inclusie
Het tweede concept van Herman Van Goethem is de ‘inclusieve, diverse samenleving’. Ook deze woorden klinken veelbelovend en verwelkomend. Maar vergis u niet. Het tegendeel is waar. ‘Inclusie’ betekent niet dat alle opvattingen aan de universiteit welkom zijn, in de zin van ‘laat honderd bloemen bloeien’. Wie de heersende genderideologie niet volgt, zal het aan de universiteit moeilijk krijgen.
Wie zich als ‘rassenwetenschapper’ opwerpt, ontvangt een gele kaart nog voor de wedstrijd begint. Inclusie en diversiteit betekenen niet dat iedereen en alle opvattingen welkom zijn. Wel dat academici het ideologisch gekleurde concept ‘inclusie’ nodig hebben als entreekaartje om in de ‘context’ van de hedendaagse universiteit te passen.

Almaar gelijker
Het concept ‘inclusieve diversiteit’ gaat ervan uit dat de universiteit bepaalde groepen die in het verleden ondervertegenwoordigd waren ter compensatie een voorkeursbehandeling moet geven. Inclusie bevoordeelt onder meer vrouwen of mensen van buitenlandse origine. Ze beoogt een ongelijke, geen gelijke behandeling, om zo historisch leed te compenseren en een toekomstige herhaling ervan te voorkomen.

Dus selecteert de universiteit mensen op basis van hun geloof in haar ideologische invulling van diversiteit en inclusie. Het verklaart meteen waarom historici of sociologen uniforme ideeën hebben. Allemaal streven ze naar een samenleving die almaar gelijker wordt. Dat maakt de universiteit op het niveau van opvattingen en ideeën niet meer divers, maar juist uniformer.
Dat lijkt erg harmonisch. Maar als iedereen hetzelfde denkt, hoeft niemand nog te denken. En waarom zou een universiteit dan blijven bestaan ?

Rik Torfs is Belgisch hoogleraar emeritus aan de KU Leuven, kerkjurist, oud-rector van de KUL, bekend mediafiguur, voormalig christendemocratisch politicus en bekende twitteraar.
foto’s (c) Gazet van Hove.


