NIEUWS – door Vanille Dujardin – www.doorbraak.be .

De Belgische overheid gaf vorig jaar 7,6 miljoen euro uit aan interculturele bemiddeling in ziekenhuizen, goed voor bijna honderdduizend interventies. Maar zowel de definitie van wat de bemiddelaars precies doen als hun kostenplaatje zorgen voor debat. Is interculturele bemiddeling een tijdelijke maatregel om migranten te helpen integreren ? Of net een structureel probleem dat alsmaar meer geld kost ? Ook opvallend : zelfs op politiek niveau blijkt het moeilijk om precies aan te wijzen wie verantwoordelijk is voor interculturele bemiddeling in ziekenhuizen.

Volgens cijfers van minister Frank Vandenbroucke zijn er 118 interculturele bemiddelaars actief in Belgische ziekenhuizen. Hun opdracht : bijspringen wanneer een patiënt de landstalen niet voldoende machtig is. De totale loonkosten bedroegen in 2025 precies 7.655.000 euro voor ongeveer 97.400 interventies. Omgerekend komt dat neer op zo’n 78 euro per tussenkomst. Minder dan een huisartsbezoek bij sommige specialisten, maar toch genoeg om politieke gemoederen te verhitten.

UZA in Edegem

Tolken of toch meer ?

Voor Barbara Pas, fractievoorzitter van Vlaams Belang, is de zaak simpel : ‘In feite gaat het gewoon om tolken voor personen die geen Nederlands of Frans kennen’. De term ‘intercultureel bemiddelaar’ vindt ze een eufemisme voor wat in essentie een taaldienst is.

Anne Trappers, inhoudelijk coördinator bij Foyer vzw in Brussel, een organisatie met twaalf actieve bemiddelaars in de Brusselse gezondheids- en welzijnssector, tekent bezwaar aan. ‘Een intercultureel bemiddelaar doet veel meer dan vertalen’, zegt ze. ‘Het zijn hulpverleners die tolken én culturele duiding geven. Ze verduidelijken in twee richtingen : de leefwereld van de patiënt aan de hulpverlener, en de wereld van de gezondheidszorg aan de patiënt’. Concreet betekent dat : niet alleen woord-voor-woord vertalen, maar ook uitleggen waarom een patiënt op een bepaalde manier reageert, religieuze of culturele contexten duiden, het gezondheidssysteem toelichten, of helpen om een diagnose te begrijpen.

Kostenpost of investering ?

Voor Vlaams Belang wijst de omvang van de dienstverlening op een fundamenteel probleem. ‘Het gaat hier niet over toeristen of mensen die hier kortdurend verblijven’, zegt Pas. ‘Het gaat om mensen die hier permanent wonen, soms zelfs de Belgische nationaliteit hebben, en desondanks de taal niet spreken. Van hen mag je verwachten dat ze ernstige inspanningen hebben gedaan om te integreren, wat impliceert dat ze onze taal leren en kennen’. Wie gebruikmaakt van een tolk, geeft daarmee volgens Pas aan ‘niet te willen integreren’. ‘Een dergelijke onwil mag niet beloond worden door gul tolken ter beschikking te stellen, zeker niet betaald door de belastingbetaler. Dat druist bovendien in tegen het officieel beleid rond inburgering en integratie.’

‘Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat patiënten afhankelijk worden van de bemiddelaar.’

Trappers nuanceert. Volgens haar is het zeker niet de bedoeling van interculturele bemiddelaars het taalprobleem in stand te houden. Tegelijk is Foyer vzw er duidelijk over : de bemiddelaar mag geen structurele kruk worden. ‘Onze mensen sensibiliseren patiënten om zo zelfredzaam mogelijk te worden en de taal te leren’, zegt Trappers. ‘Ze proberen een voorbeeldfunctie op te nemen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat patiënten afhankelijk worden van de bemiddelaar’. Gezondheidsgeletterdheid, mensen leren omgaan met het zorgsysteem, staat hoog op de agenda van de organisatie. ‘Dat zou integratie net ten goede moeten komen’, concludeert ze.

Nederlands ? Français ? Deutsch ?

Opvallend : volgens Trappers zou interculturele bemiddeling op langere termijn net geld besparen. ‘Als mensen de juiste diagnose krijgen en hun behandeling begrijpen en opvolgen, vermijdt dat nodeloze spoedopnames en terugval’, zegt ze. ‘We zien ook dat er meer therapietrouw is wanneer een bemiddelaar betrokken is. Mensen lopen minder lang met klachten rond’.

Twee maten, twee gewichten

Wat Pas het meest steekt, is niet alleen het prijskaartje, maar de ongelijkheid die het systeem blootlegt. ‘Vlamingen in Brusselse ziekenhuizen worden al decennialang niet in hun eigen taal geholpen’, meent ze. ‘De taalwet verplicht openbare ziekenhuizen tot tweetaligheid, maar in de praktijk wordt die al lang niet meer nageleefd en de overheid laat het zo’. Terwijl Nederlandstalige patiënten in Brussel zich met handen en voeten moeten redden, worden voor anderstaligen die ‘weigeren te integreren’ miljoenen euro’s uitgetrokken, klinkt het bij Vlaams Belang. ‘Dat is een beleid van twee maten en twee gewichten, ten nadele van onze eigen mensen. Absoluut onaanvaardbaar’.

Op dat punt vindt Pas een onverwachte bondgenoot in Trappers. Ze erkent : ‘Het mag absoluut niet de bedoeling zijn dat anderstaligen extra ondersteuning krijgen en daardoor voorgetrokken worden. Gelijke toegang tot zorg geldt voor iedereen, niet bétere toegang voor de ene groep’.

Overheid die het zelf niet weet

Misschien wel het meest verontrustende aspect van het dossier : de overheid heeft nauwelijks zicht op wat er precies gebeurt met die 7,6 miljoen euro. De nationaliteit van patiënten wordt niet geregistreerd. Evenmin wordt bijgehouden in welke diensten (spoed, consultatie, langdurige zorg) de bemiddelaars het vaakst worden ingezet. Men weet dat er veel gebruik wordt gemaakt van interculturele bemiddeling, maar niet door wie, wanneer of waarom.

Dat gebrek aan data maakt een ernstige beleidsevaluatie zo goed als onmogelijk. Is dit een tijdelijke maatregel die nieuwkomers op weg helpt of een structureel gegeven dat generaties overspant ? Wordt de dienst vooral ingezet in acute situaties waar snelheid primeert ? Of eerder in de reguliere zorg, waar taalverwerving een rol zou kunnen spelen ? Op al die vragen blijft het antwoord voorlopig uit.

Het gebrek aan data maakt een goede beleidsevaluatie zo goed als onmogelijk.

Bovendien is het opvallend hoe we bijzonder weinig inzicht verkrijgen in wie politiek de eindverantwoordelijkheid draagt. Het kabinet van Hilde Crevits, bevoegd voor Integratie en Inburgering, verwijst voor een inhoudelijke reactie door naar federaal minister Frank Vandenbroucke, omdat het om een federale bevoegdheid zou gaan. Daar blijft het opvallend stil.

is het hier koud ?

Volgens Pas ligt de realiteit echter een stuk complexer. Zij wijst op de versnippering van bevoegdheden binnen de Belgische gezondheidszorg, die volgens haar leidt tot ‘Kafkaiaanse toestanden’. ‘In theorie is er een onderscheid’, stelt ze. ‘Wanneer interculturele bemiddeling betrekking heeft op medische of verpleegkundige aspecten, valt ze onder de federale bevoegdheid. Maar wanneer het gaat om administratieve of integratie-gerelateerde aspecten, komt ze bij de gemeenschappen terecht’. In de praktijk valt die grens volgens haar nauwelijks te trekken. ‘Wie vandaag precies bevoegd is voor het beleid en de evaluatie van interculturele bemiddeling, blijft zeer vaag en onderhevig aan interpretatie’.

Oplossingen ?

Vlaams Belang heeft een duidelijk antwoord op het probleem. ‘Wij zijn er voorstander van om minstens die allochtonen die de Belgische nationaliteit hebben, uit te sluiten van deze tolkendienst’, zegt Pas. ‘Dit soort tolkendienst mag enkel voorbehouden zijn voor wie alleen een vreemde nationaliteit heeft en hier geen lang verblijf heeft’. Dat is ook geen vrijblijvende aanbeveling : wie de Belgische nationaliteit verwerft, moet immers aantonen kennis te hebben van een landstaal. Dat het systeem ook voor hen toegankelijk blijft, noemt Pas het bewijs dat die taalvereiste meer theorie dan praktijk is. Wat de kosten betreft, is de partij even resoluut : die moeten worden gedragen door de buitenlandse ziekteverzekering van de betrokkenen, of bij gebrek daaraan door henzelf. ‘Maar zeker niet met het geld van onze belastingbetalers’, klinkt het.

Trappers gaat daar niet in mee, maar erkent wel dat de dienst scherper ingezet kan worden. ‘Die dienstverlening moet behouden worden, omdat we elke dag zien dat het positieve effecten heeft : hulpverleners zijn tevreden, patiënten ook’, zegt ze. ‘Maar het moet gericht gebeuren. Het is niet nodig om bij elk contact een bemiddelaar in te schakelen’. Voor routineuze interacties kan vertaaltechnologie volstaan. De bemiddelaar is er voor de momenten die er werkelijk toe doen.

Aannames

Zonder inzicht in wie gebruikmaakt van de dienst en in welke omstandigheden, blijft het debat steken in aannames en ideologie. Bijna honderdduizend tussenkomsten per jaar wijzen op een reële nood. Of die nood afneemt, stabiel blijft of groeit : het blijft gissen. In een context van begrotingstekorten blijft ook deze factuur stijgen, zonder dat iemand met zekerheid kan zeggen wat ze oplevert.

Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al drie jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek en journalistiek ten volle inzet.

foto’s (c) Gazet van Hove.