COLUMN – door Dirk Rochtus – www.doorbraak.be .

Buitenland
Ulrike Meinhof behoorde tot de ‘eerste generatie’ van de extreemlinkse terreurorganisatie Rote Armee Fraktion (RAF). Op 9 mei was het vijftig jaar geleden dat er een einde kwam aan het leven van een getalenteerde én geradicaliseerde vrouw uit een burgerlijk milieu.
De ouderen onder ons herinneren zich nog wel hoe de extreemlinkse Rote Armee Fraktion in de jaren ’70 en ’80 talrijke roofovervallen, terroristische aanslagen en moorden pleegde in haar strijd tegen het kapitalistische systeem van Duitsland.
De RAF kende drie ‘generaties’. De eerste generatie, die actief was van 1970 tot haar ontmanteling in 1974, stond ook bekend onder de naam ‘Baader-Meinhof-Gruppe’. Ulrike Meinhof pleegde op 9 mei 1976 zelfmoord in haar cel in de gevangenis van Stuttgart-Stammheim; Andreas Baader anderhalf jaar later op 18 oktober 1977. Lange tijd circuleerde in beide gevallen de samenzweringstheorie dat ze vermoord zouden zijn.
Tegen atomaire bewapening
Het leven van Ulrike Meinhof roept die ene grote vraag op: hoe komt het dat deze getalenteerde journaliste zich van de ene dag op de andere tot een koelbloedige terroriste ontpopte? Als prille dertiger was ze hoofdredacteur van een invloedrijk links tijdschrift en leidde ze met haar man Klaus Rainer Röhl een mondain links-burgerlijk leventje in Hamburg. Niet veel later – ze was toen 36 jaar – werd ze als ‘vijand van de staat’ gezocht.
Meinhof stamde uit een christelijk-burgerlijk milieu. Haar vader, kunsthistoricus Werner Meinhof, was in 1933 lid van de NSDAP geworden en leidde vanaf 1936 tot aan zijn dood vier jaar later het stadsmuseum van Jena. Ulrike Meinhof bezocht als tiener het gymnasium van Weilburg (waar overigens ook Heinrich von Gagern, een van de leidinggevende figuren achter de revolutie van 1848, school had gelopen). Ze kon er haar schrijftalent ontplooien in de door haar gestichte scholierenkrant.
Daarna studeerde ze kunstgeschiedenis in Münster en engageerde ze zich tegelijk actief in het verzet tegen de atomaire bewapening. Ze behoorde vanaf oktober 1959 tot de redactie van Konkret, een ‘Zeitschrift für Kultur und Politik’. Het linkse tijdschrift was opgericht door Klaus Rainer Röhl, haar latere echtgenoot. Röhl zou eind jaren ’80 naar rechts evolueren en zelfs schrijven voor het rechts-nationale Junge Freiheit.

‘Hitler in jullie’
Meinhof wist als hoofdredacteur van Konkret vanaf 1960 met haar kritische artikels over het beleid van de conservatieve Duitse regering heel veel nieuwe lezers aan te trekken. Haar artikel ‘Hitler in euch’ (‘Hitler zit nog in jullie’) uit mei 1961 was een aanklacht tegen het onverwerkte naziverleden van veel van haar medeburgers. Ze schreef daarin ook dat net zoals haar generatie de vorige vraagt hoe het met Hitler zat, die vraag ook eens aan haarzelf met betrekking tot Franz Josef Strauß zou worden gesteld.
Meinhof drukte zo de wijdverbreide afkeer van links tegenover de conservatief-autoritaire koers van de toenmalige minister van Defensie uit. De klacht van Strauß tegen die gelijkstelling met Hitler maakte Meinhof in één klap beroemd in Duitsland.
De tijdsgeest begon in de jaren ’60 naar links te draaien. ‘Mei 68’ was als het ware het culminatiepunt van het buitenparlementaire protest en de studentenrevolte. Meinhof begeleidde die ‘culturele revolutie’ met haar artikels. Ze had begrip voor het verzet, maar waarschuwde voor ‘machteloze woede’ en irrationeel geweld als reactie tegen de ‘brutaliteit van de politie’.
Betekenisvol voor haar latere ontwikkeling is de volgende zin uit haar artikel ‘Vom Protest zum Widerstand’ uit mei 1968: ‘Protest is wanneer ik zeg, dit of dat past me niet. Verzet is wanneer ik ervoor zorg dat datgene wat me niet past, niet langer gebeurt.’

Spectaculaire bevrijdingsactie
De extreemlinkse activisten Andreas Baader en Gudrun Ensslin stichtten op 2 april 1968 brand in twee warenhuizen in Frankfurt. Meinhof zocht beide terroristen na hun veroordeling op in de gevangenis om hen te interviewen over hun motieven. In Konkret liet ze zich kritisch uit over deze ‘actievorm’ omdat hij het leven van gewone mensen in gevaar bracht en het heersende systeem niet fundamenteel aantastte.
Toch zou ze dezelfde weg opgaan als Baader en Ensslin. Op 14 mei 1970 nam ze deel aan de spectaculaire, door advocaat Horst Mahler geplande bevrijding van Baader uit de bibliotheek van het Deutsches Sozialinstitut für soziale Fragen in West-Berlijn. Baader mocht daar met het oog op een gemeenschappelijk boekproject met Meinhof enkele uren opzoekingswerk verrichten. Meinhof had besloten om ‘eindelijk dit leugenachtige burgerlijke leven te stoppen en alle gevolgen van een consequente strijd op mij te nemen’.
Mahler zelf ging eind jaren ’90 de extreemrechtse toer op. Hij was ook enkele jaren lid van de Nationaldemokratisch Partei Deutschlands (NPD), die hij verdedigde in de eerste verbodsprocedure die de regering tegen haar had ingesteld.

Stadsguerrilla
Op 6 juni 1970 publiceerde Meinhof in het linkse tijdschrift Agit 883 de oproep ‘Die Rote Armee aufbauen’. Alleen met gewapende acties tegen de staat zou je de mensen kunnen wakker schudden en een revolutie voorbereiden. Het begrip ‘Rote Armee Fraktion’ zelf dook in 1971 voor het eerst op Meinhofs ‘Das Konzept Stadtguerilla’. ‘Stadtguerilla’ signaleerde de verwantschap van de Rote Armee Fraktion met gelijkwaardige terreurgroepen elders in de wereld die zich tot doel hadden gesteld het bestaande systeem met geweld omver te werpen.
Met de bevrijding van Baader was een periode begonnen van bankovervallen en aanslagen tegen bases van het Amerikaanse leger in West-Duitsland. Dat daarbij ook onschuldige mensen om het leven kwamen nam de groep er maar bij. Meinhof werd in juni 1972 opgepakt en in 1974 tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld. Op 9 mei 1976 maakte ze een einde aan haar leven door ophanging.

De 80-jarige oud-journalist Stefan Aust is auteur van het boek ‘Der Baader-Meinhof-Komplex’. Hij heeft Meinhof nog persoonlijk gekend. Dikwijls heeft hij zich afgevraagd waarom ze de pen voor het wapen had geruild. Hij denkt dat haar journalistieke werk haar niet meer tevreden stelde en dat ze eigenlijk activiste wilde zijn, zoals Ensslin, die ze bewonderde.

Dirk Rochtus (1961) is hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis aan de KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij is voorzitter van het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN). Zijn onderzoek gaat vooral over Duitsland, Turkije, en vraagstukken van nationalisme.

