
Geschiedenis
door Jan Huijbrechts in ’t Pallieterke .
Nu de gevangenispoorten achter Freddy Horion sluiten, flakkerde weer even de discussie over de doodstraf op. Deze week is het precies 30 jaar geleden dat de doodstraf in ons land werd afgeschaft. De Belgische staat was daarmee de laatste in West-Europa waar ze definitief uit het strafrecht werd geschrapt.
De rechtspraak en de hieraan verbonden strafuitvoering was eeuwenlang in onze gewesten niets voor watjes. De zwaarste straffen waren in volgorde : brandmerken, het verminken van oren, lippen en tong, amputatie van handen, voeten, neus en/of oren, het uitsteken van de ogen, de dood door onthoofding, ophanging of wurging, verdrinking, vierendelen, verbranding, radbraken en levend begraven worden. Het uitvoeren van de doodstraf had tot laat in de negentiende eeuw een publiek karakter dat zowel exemplarisch als didactisch bedoeld was. Het was, met andere woorden, een kwestie van lering en vermaak.

Waarschuwende voorbeelden
Executies moesten voor iedereen waarschuwende voorbeelden en aansporingen zijn om op het rechte pad te blijven. Het gebeurde zelfs geregeld dat de uitvoering ervan werd uitgesteld tot ze kon samenvallen met een druk bezocht evenement zoals een jaarmarkt of een kermis.
De Franse bezetting van de Zuidelijke Nederlanden op het einde van de achttiende eeuw leidde niet alleen tot het onherroepelijke einde van het ancien régime,maar ook tot een reeks van ingrijpende wijzigingen in het recht waaronder het afschaffen van de folteringen als pressiemiddel en de invoering van de valbijl, de guillotine als énige methode van executie. Dit gebeurde voor het eerst op 13 juli 1796 in Brussel. In de periode tussen 1796 en 1814 werden er door de burgerlijke rechtbanken 787 doodstraffen uitgesproken waarvan er 553 ook effectief werden uitgevoerd door middel van de valbijl. Een van de meest spectaculaire was zonder de twijfel de massa-executie op 6 november 1803 van Lodewijk Baekelandt en 22 van zijn bendeleden in Brugge. Tussen 1815 en 1830, in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werden evenwel ‘slechts’ 71 van de 242 doodsvonnissen uitgevoerd.
“De laatste terechtgestelde was een SS’er”
Na de Belgische revolte van 1830 gingen er stemmen op om de doodstraf af te schaffen. Uiteindelijk verkoos men de doodstraf als afschrikwekkend voorbeeld te behouden, maar het parlement had wel genaderecht tot een koninklijk prerogatief verklaard en Leopold I maakte er meer dan ruim gebruik van. Tijdens zijn bewindsperiode werden er 848 doodvonnissen geveld waarvan er slechts 55 werden uitgevoerd.

Onthoofdingen
De, om meerdere redenen, omstreden onthoofdingen van Jan Coucke en Pieter Goethals in Mons in 1860 deed opnieuw de discussie over de doodstraf oplaaien. Deze twee in Wallonië wonende Vlamingen werden er van beschuldigd een roofmoord te hebben gepleegd op een weduwe. Niet alleen verstonden ze geen jota van hun proces dat volledig in het Frans werd gevoerd en was de hen toegewezen ‘tolk’ een Nederlands onkundige Luxemburgse rijkswachter, maar bovendien bleek het onfortuinlijke duo, een jaar na hun terechtstelling, onschuldig te zijn geweest…
“Executies werden uitgesteld tot de jaarmarkt”
In 1867 besliste de liberale minister van Justitie Jules Bara, die als jurist eerder tevergeefs had geprobeerd de doodstraf uit het strafwetboek te halen, dat voortaan iedere terdoodveroordeling automatisch via het koninklijk genaderecht in levenslange gevangenisstraf werd omgezet, zelfs als de veroordeelde niet een verzoek om genade zou indienen. Hoewel deze beslissing van Bara niet bindend was voor zijn opvolgers, voelde niet een van hen zich geroepen om ze te niet te doen, waardoor de doodstraf ‘de facto’ afgeschaft was. Misdadigers werden evenwel nog met de regelmaat van de klok door de assisenhoven ter dood veroordeeld, maar ze werden niet langer terechtgesteld. Enkel in tijden van oorlog golden er nog uitzonderingen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog spraken de krijgsraden 222 doodstraffen uit, waarvan er 20 werden uitgevoerd. In 19 zaken gebeurde de terechtstelling door een militair vuurpeloton : 4 Belgische burgers en 4 Duitsers kregen de kogel wegens spionage en 11 Belgische militairen werden – meestal wegens desertie of insubordinatie – gefusilleerd. Eén militair, Emile Verfaille, die zijn zwangere vriendin had gewurgd, werd op 26 maart 1918 op de binnenplaats van de gevangenis van Veurne onthoofd. Omdat zijn slachtoffer een burger was, was in deze zaak niet de militaire, maar wél de gewone burgerlijke strafwetgeving van toepassing. Hierdoor ontsnapte Ferfaille aan het vuurpeloton, maar werd hij de laatste die in ons land de dood vond onder de guillotine.
Na de wapenstilstand werden 38 burgers tot de doodstraf veroordeeld wegens politieke of economische collaboratie met de Duitse bezetter. Koning Albert I wilde deze straffen effectief laten uitvoeren, maar botste op het verzet van de toenmalige socialistische minister van Justitie Emile Vandervelde. De bekendste terdoodveroordeelde uit die periode was de activistische voorman August Borms die op 17 januari 1929 uit de gevangenis werd vrijgelaten, nadat hij op 9 december 1928, bij een parlementaire tussenverkiezing in Antwerpen, met 83.058 voorkeurstemmen zijn liberale tegenkandidaat die 44.410 had behaald, verpletterend had verslagen…

SS’er als laatste
In België was de laatste terechtgestelde SS-Sturmbannführer Philipp Schmitt, de gewezen kampcommandant van het ‘Durchgangslager’Breendonk. Hij viel op 8 augustus 1950 op de schietbaan in de gewezen militaire bakkerij in Hoboken onder de kogels van een peloton rijkswachters. Hij was de enige Duitser die na WO II wegens oorlogsmisdaden in ons land werd terechtgesteld. Tijdens de naoorlogse repressiegolf werden in België in totaal 2.940 personen ter dood veroordeeld. Van 242 onder hen – waaronder 4 vrouwen – werd het vonnis daadwerkelijk voltrokken met de kogel. 237 van deze terechtgestelden hadden de Belgische nationaliteit, 133 waren Franstaligen en 103 Nederlandstalig. De eerste naoorlogse terechtstellingen hadden al op 13 november 1944 in de gevangenis van Sint-Gillis plaatsgevonden toen Joseph Hoogeveen en Paul Herten wegens verklikking werden gefusilleerd.

Onder de 242 terechtgestelden waren onder meer August Borms, de burgemeester van Ronse Leo Vindevogel wiens parlementaire onschendbaarheid nooit is opgeheven, Irma Laplasse wier proces tot een jarenlang aanslepende controverse leidde, de nationale secretaris van VOS Karel De Feyter en de jurist Theo Brouns, het enige lid van de Raad van Leiding van het VNV die voor het vuurpeloton eindigde.

foto’s (c) Gazet van Hove.

