COLUMN – door Jan Denys – www.doorbraak.be .

Een nieuwe arbeidsmarktstudie gaat regelrecht in tegen een algemeen negatieve teneur als het over werk gaat.
Je zou kunnen denken dat een robuuste studie over de kwaliteit van de arbeid in België wat aandacht krijgt in de media. Zeker als die studie de eerste is sinds 2015.
De betrokken studie Jobkwaliteit in België in 2024 is trouwens onderdeel van een internationale Europese studie The Working Condition Survey. Je komt dus niet alleen te weten hoe de kwaliteit van de arbeid evolueert in België doorheen de tijd maar ook hoe België het er internationaal van af brengt.

Goed nieuws is geen nieuws
Zeker in tijden waarin langdurige ziekte en invaliditeit historische records breken, is zo’n studie goud waard, want de basisverklaring van de historische piek wordt nog steeds grotendeels in de sfeer van het werk gezocht. Dat zou betekenen dat de kwaliteit van de arbeid in België negatief evolueert doorheen de tijd. Daarnaast zou België binnen de EU ook minder goed moeten presteren, want bij ons zijn er meer mensen ziek dan in de rest van de EU.
Het is op zijn minst toch bizar dat een studie die een flink deel van het antwoord bevat niet in de media opduikt. Ik zie maar één verklaring : de resultaten van de studie zijn positief voor de evolutie van de kwaliteit van de arbeid in België, en positief nieuws is meestal geen nieuws.
De kwaliteit van de arbeid in België is meer dan behoorlijk
Wat zijn nu de belangrijkste bevindingen van de studie ? Van de zeven verschillende criteria van kwaliteit van de arbeid – financiële verdiensten, loopbaanvooruitzichten, vaardigheden en autonomie, werktijden, werkintensiteit en sociale en fysieke omgeving – zijn er vijf die internationaal een betere score laten optekenen dan in 2015 : werktijden, vooruitzichten, vaardigheden en autonomie en de fysieke omgeving. Eén is licht negatief: werkintensiteit.
Hoe brengt België het er binnen Europa vanaf ? De kwaliteit van de arbeid in België is zoals bekend meer dan behoorlijk, met goede scores voor verdiensten, loopbaanvooruitzichten en vaardigheden en autonomie en fysieke omgeving. Inzake werktijden zit België in het midden. Alleen voor werkintensiteit en sociale omgeving zit België iets onder het EU gemiddelde.

Stress en autonomie
Hoe is de kwaliteit van de arbeid nu geëvolueerd in België ? We beperken ons tot enkele opmerkelijke bevindingen. De resultaten inzake stress zijn wellicht het meest in het oog springend. Stress wordt systematisch naar voor geschoven als een van de belangrijkste problemen op de werkvloer. Maar zelfs als we het beperken tot werkstress is de ontwikkeling, zoals zelf gerapporteerd door de werknemers, duidelijk anders dan we geneigd zijn te denken. Het aandeel werknemers dat veel stress rapporteert, is stabiel ten opzichte van 2010 en zelfs sterk gedaald ten opzichte van 2015. Tussen 2010 en 2015 was er sprake van een sterke stijging.
Langgeschoolden rapporteren veel meer stress dan kortgeschoolden, in 2010 was er geen verschil
Nog verrassender is dat stress nu meer en meer verschuift naar de langgeschoolden. Die rapporteren veel meer stress dan kortgeschoolden (31 procent versus 21 procent). In 2010 was er geen verschil. En, ook interessant, de grootste stress wordt in de publieke sector gerapporteerd (31 procent), een stuk meer dan in de diensten 26 procent en de industrie (22 procent).
Een andere belangrijke factor in de kwaliteit van de arbeid is de mate van autonomie die werknemers ervaren. Ook daar zijn de evoluties duidelijk positief. Steeds meer werknemers (78 procent) rapporteren een redelijk tot grote mate van autonomie in de job. In 2010 was dat slechts 68 procent. Dit zijn zonder discussie opmerkelijk hoge cijfers.
Ook opmerkelijk is dat de grotere mate van autonomie niet gepaard gaat met een stijging van de stress, zoals eerder aangegeven. Vrouwen blijken iets meer autonoom dan mannen. Hetzelfde geldt voor werknemers in de publieke sector. Ook kortgeschoolden worden autonomer, maar de stijging is kleiner dan bij de midden- en langgeschoolden.

Psychosociale en fysieke risico’s
Een ander belangrijk thema zijn uiteraard de psychosociale risico’s in het werk. Nagenoeg iedereen denkt dat die sterk toegenomen zijn, maar dat blijkt niet uit de cijfers. De ontwikkelingen op de werkvloer zijn in de meeste gevallen stabiel tot positief. Werknemers zijn positiever dan vroeger over de steun die ze krijgen van collega’s en van oversten, emotionele belasting, autonomie (zoals al vermeld), loopbaanvooruitzichten en jobzekerheid, Andere zaken blijven stabiel : de werkdruk, de balans werk-privé en betekenisvol werk. Negatieve ontwikkelingen zijn al bij al beperkt en slaan op het aantal werkuren en het feit dat die meer dan vroeger atypisch zijn.
Is er dan niets dat je in negatieve zin kan verrassen ? Eerst en vooral is er de sterke stijging van het aantal musculoskeletale aandoeningen (rugpijn, nekpijn, polsen, onderbenen, ontstekingen). Dat is van 38 naar 55 procent gestegen. De oorzaken hiervoor zijn divers en liggen voor een flink deel in de privésfeer, bijvoorbeeld in de toename van obesitas. Dat is trouwens geen exclusief Belgisch fenomeen.
Al bij al is het bilan positief en gaat het rapport in tegen een algemeen negatieve teneur
Daarnaast valt op dat de fysieke risicocomponent van werk anno 2024 zo belangrijk blijft. Maar liefst 53 procent van de mensen geeft aan minstens een vierde van de werktijd blootgesteld te zijn aan trillingen, hoge of lage temperatuur, rook, damp, chemicaliën, infecties. Dat aandeel blijft stabiel sinds 2010. Je zou denken dat dit doorheen de tijd daalt, maar dat is dus niet zo.
Maar al bij al is het bilan dus positief. De studie gaat ook regelrecht in tegen een algemeen negatieve teneur als het over werk gaat. Maar voor onze media is dat dus niet nieuwswaardig. In tegenstelling tot de vele flutstudies over hetzelfde onderwerp waar de pers wél veel aandacht voor heeft.

Jan Denys – Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sinds eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.
foto’s (c) Gazet van Hove.

