NIEUWS – door Marc Bossuyt – www.doorbraak.be .
Minister Anneleen Van Bossuyt. foto © Europese Unie, 1998 – 2026
Het debat in de federale Kamer over de woonstbetreding als middel bij het opsporen van illegalen is overgewaaid naar Gent. Groen vergelijkt daar in een Instagramfilmpje het ontwerp van minister Anneleen Van Bossuyt met de nazipraktijken ten tijde van Anne Frank. Van Bossuyt heeft het in haar reactie, ook op Instagram, over de ‘groene, extreemlinkse leugenfabriek’. Tussen Groen en N-VA komt het in Gent nooit meer goed…
Hieronder legt migratie- en asielexpert prof. Marc Bossuyt uit waarom, los van die lokale politieke toestanden, woonstbetreding een broodnodig instrument is voor een efficiënt terugkeerbeleid.
In de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt een wetsontwerp besproken dat de betreding van de woonst moet toelaten bij vreemdelingen die geen gevolg hebben gegeven aan een bevelschrift om het grondgebied te verlaten en die een gevaar uitmaken voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Dat wetsontwerp werd ingediend door de minister van Justitie en de minister van Asiel en Migratie. Het moet het verwijderingsbeleid efficiënter maken. Het lijkt nuttig even uiteen te zetten waarom dat noodzakelijk is.

Wie niet mag blijven, mag niet blijven
Een migratiebeleid vereist dat de bevoegde overheid beslist wie in ons land mag blijven en wie niet. Het heeft geen zin procedures te hebben om uit te maken wie mag blijven en wie niet, als wie niet mag blijven toch mag blijven. Wie niet mag blijven en het land niet vrijwillig verlaat, moet gedwongen worden verwijderd. Onregelmatig op het grondgebied verblijvende vreemdelingen verlaten dat alleen vrijwillig als ze ook weten dat ze gedwongen zullen verwijderd worden wanneer ze het grondgebied niet vrijwillig verlaten.
Het moet mogelijk zijn tot vasthouding over te gaan
Niemand kan gedwongen van het grondgebied worden verwijderd als hij niet voorafgaandelijk (met het oog op verwijdering) kan worden vastgehouden. Het moet mogelijk zijn tot vasthouding over te gaan minstens op de plaats waar de te verwijderen personen verblijven. Er kan van de politie geen medewerking aan gedwongen verwijdering worden verwacht, wanneer ze de woonplaats waar de te verwijderen persoon verblijft enkel met zijn toestemming mogen betreden.
Zolang de woonstbetreding niet wettelijk is geregeld, zal de gedwongen verwijdering uiterst zeldzaam en moeilijk blijven. Vermits het zeer moeilijk is om de onontbeerlijke medewerking van de landen van bestemming te verkrijgen, kunnen we ons bovendien de luxe niet veroorloven om in eigen land ook nog allerlei hinderpalen tegen verwijdering op te werpen.

Criminogene factor
Hoewel onregelmatig verblijf op het grondgebied een strafrechtelijke inbreuk is, is het college van procureurs-generaal niet bereid tot vervolging over te gaan, gezien daarvoor slechts een geringe strafmaat (maximum drie maanden) wordt voorzien. Uit het grote aantal vreemdelingen in onregelmatig verblijf onder de gevangenisbevolking blijkt dat onregelmatig verblijf een belangrijke criminogene factor is. Personen in illegaal verblijf kunnen immers maar overleven op ons grondgebied door te bedelen, door een beroep te doen op vrijgevigheid, door sekswerk, door het plegen van criminele daden of door zwartwerk. Illegaal verblijf dulden en de mistoestanden die ermee gepaard gaan laten voortwoekeren geeft geenszins blijk van menselijkheid.
Het compromis dat door de regeringspartijen werd gesloten, vereist voor woonstbetreding (naast het misdrijf van illegaal verblijf) bovendien dat de te verwijderen persoon een gevaar uitmaakt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Daardoor wordt een bijkomend contentieux gecreëerd dat de doeltreffendheid van het verwijderingsbeleid niet ten goede komt. Of iemand al dan niet onregelmatig op het grondgebied verblijft, is voor weinig betwisting vatbaar. De vraag of zo iemand ook een gevaar uitmaakt voor de openbare orde of de nationale veiligheid, zal daarentegen aanleiding geven tot oeverloze betwistingen. Dat de grote meerderheid van de bevelschriften het grondgebied te verlaten niet wordt uitgevoerd (geschat op 70 procent), zelfs niet na de bevestiging door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, tast het respect voor de rechtsstaat aan.

Overbelasting
Het niet-wettelijk regelen van de woonstbetreding draagt ook bij tot de overbelasting van de asielprocedures en de gevangenissen. Al jaren ligt de werklast bij de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen op meer dan 25.000. Hoger dan het aantal beslissingen dat zij neemt op één jaar tijd dus. Sinds juni 2021 lag het aantal maandelijkse asielaanvragen slechts drie keer (in februari, maart en mei 2026) lager dan 2.000. Door die overbelasting worden sommige asielzoekers (vooral alleenstaande mannen) niet opgevangen, hoewel ze daar recht op hebben. Rechterlijke uitspraken die een opvang bevelen worden al jaren niet uitgevoerd. Onze gevangenissen zitten overvol (13.397 gedetineerden voor 10.795 plaatsen). 31 procent (4.077) van die gedetineerden verblijven illegaal in België! Was het verwijderingsbeleid efficiënter, dan waren vele misdrijven waarvoor ze zijn veroordeeld niet gepleegd.
Zolang er een rechterlijk toezicht wordt voorzien, er geen woonstbetreding kan plaatsvinden tussen 21 en 5 uur en het hele gebeuren op personen slaat die weigeren gevolg te geven aan een bevelschrift, worden de mensenrechten van de betrokkenen voldoende gewaarborgd. Eerder dan zich over die waarborgen te bekommeren, zouden de critici zich beter zorgen maken over de mensenrechten van asielzoekers en gedetineerden die op een ernstige en systemische wijze worden geschonden als gevolg van de inefficiëntie van het verwijderingsbeleid.

Em. Prof. Dr. Marc BOSSUYT (Universiteit Antwerpen) Emeritus Voorzitter van het Grondwettelijk Hof Ere-Commissaris-generaal voor de vluchtelingen
foto’s (c) Gazet van Hove.


