Directeurs vragen vertrouwen, geen micromanagen
NIEUWS – door Vanille Dujardin – www.doorbraak.be

Onderwijs : naast politiek, is dat hét onderwerp bij uitstek dat bijna wekelijks voor intense redactievergaderingen zorgt bij Doorbraak. Want er gaat zoveel mis. Vlaams minister van onderwijs Zuhal Demir wil het onderwijs weer naar de top brengen. Meer kennis, meer kwaliteit, meer resultaten.
Maar terwijl het kabinet hervorming na hervorming aankondigt, groeit op het terrein de frustratie. Directeurs klagen over een opeenstapeling van maatregelen, een gebrek aan duidelijkheid en een overheid die volgens hen almaar dieper doordringt in de klaspraktijk. Er blijft één vraag hangen : waar willen we naartoe en hoe gaan we dat bereiken ?
Demir komt geregeld onder vuur vanwege bemoeizucht en ‘micromanagement’. Scholen met budgetten die ze enkel aan vooraf bepaalde specifieke zaken mogen besteden, de overheid die focust op een ‘kennisrijk curriculum’, wat door sommigen gezien wordt als inbreuk op de pedagogische vrijheid van de school; de lijst is lang.
Directeurs vragen meer inspraak en voldoende tijd
Eind mei waarschuwden 1.300 Vlaamse directeurs in een open brief voor de opeenstapeling van hervormingen en de beperkte inspraak van scholen. Hun boodschap was duidelijk : geef scholen meer inspraak en voldoende tijd om nieuwe maatregelen te implementeren.

Beslissingen ver van de schoolpoort
Die bezorgdheid klinkt ook bij Pieter Van den Bossche, directeur van het Sint-Vincentiusinstituut in Gijzegem. ‘Wij merken dat er beslissingen worden genomen zonder voldoende rekening te houden met de dagelijkse realiteit waarmee scholen geconfronteerd worden’, zegt hij. ‘Maar die maatregelen hebben wel een serieuze impact op onze werking.’
Ook Joris Jansen, directeur van KNMC Groenendaal, ervaart die kloof tussen beleid en praktijk. Hij verwijst naar de jaarlijkse infosessies waarmee het kabinet scholen voorbereidt op het volgende schooljaar. ‘Vorig jaar werd nog gezegd dat de besparingen zich vooral zouden richten op het basisonderwijs en dat het secundair onderwijs grotendeels buiten schot zou blijven’, vertelt hij. ‘Nu vernemen we plots dat er toch allerlei maatregelen op ons afkomen. Dat zorgt voor onzekerheid.’

Meer kwaliteit, minder autonomie ?
Volgens beide directeurs zit het probleem niet alleen in de inhoud van de maatregelen, maar ook in de uitvoerbaarheid ervan. Jansen haalt een concreet voorbeeld aan. ‘Een leerling uit het zesde jaar wordt geproclameerd op zijn laatste schooldag. Hij is dan afgestudeerd, maar volgens het kabinet zou hij toch nog op school aanwezig moeten zijn. Niemand begrijpt zoiets.’
De directeurs benadrukken dat ze de intenties van het kabinet niet in twijfel trekken. Wel stellen ze vast dat antwoorden op praktische vragen vaak uitblijven. ‘Wanneer je vragen stelt, krijg je niet altijd een concreet antwoord’, zegt Jansen. ‘Omdat die maatregelen niet afgestemd zijn op de uiteenlopende realiteit van de scholen.’
De fundamentele vraag : hoeveel vrijheid moeten scholen krijgen ?
De discussie raakt aan een fundamentele vraag : hoeveel vrijheid moeten scholen krijgen ? Volgens Van den Bossche verschuift het beleid steeds meer naar gedetailleerde sturing, waar de overheid meer centraal bepaalt wat er in de klas gebeurt. ‘Wat mij stoort, is dat leerkrachten steeds minder vrijheid krijgen om zelf te bepalen hoe ze die doelstellingen realiseren’, zegt hij. ‘Wij weten welke output we moeten leveren. Geef ons dan ook de ruimte om zelf te bepalen hoe we die doelstellingen bereiken.’
Toch gaat het debat niet over een absolute tegenstelling tussen vrijheid en kwaliteit. Beide directeurs erkennen dat het Vlaamse onderwijs voor grote uitdagingen staat. De dalende resultaten op internationale toetsen zijn reëel en vragen om actie. ‘De overheid heeft gelijk wanneer ze zegt dat er meer moet worden ingezet op onderwijskwaliteit’, zegt Van den Bossche. ‘Maar onderwijs is een sector waarin je met heel verschillende leerlingen, contexten en uitdagingen werkt. Dat kun je niet allemaal vanuit Brussel regelen.’

Het vertrouwen brokkelt af
Maar het vaakst valt tijdens de gesprekken één woord : vertrouwen. ‘Er is duidelijk ongerustheid onder het personeel’, zegt Jansen. ‘Niet noodzakelijk omdat mensen tegen verandering zijn, maar omdat de communicatie soms moeilijk verloopt.’ Hij verwijst hierbij naar situaties waarin afspraken of aangekondigde maatregelen later opnieuw worden aangepast. ‘Plots wordt de berichtgeving in de media teruggedraaid of horen we dat er aanpassingen komen. Dat wekt niet veel vertrouwen bij de mensen.’
Ook Van den Bossche ziet vertrouwen als een cruciale factor. ‘De periode waarin het Vlaamse onderwijs internationaal uitblonk, was ook een periode waarin er veel vertrouwen bestond in scholen en leerkrachten’, zegt hij. ‘Dat betekent niet dat alles vroeger beter was. De realiteit is veel complexer geworden. Maar scholen weten wel degelijk wat er van hen verwacht wordt.’
Dat betekent niet dat scholen vandaag geen autonomie meer hebben. Ook Jansen nuanceert het beeld van een almachtige overheid. ‘Scholen hebben vandaag nog altijd behoorlijk veel vrijheid’, zegt hij. ‘Maar bij sommige maatregelen merk je wel een heel rigide aanpak. Daar voel je die micromanagement-stijl.’

De naam Demir in de leraarskamer
Opmerkelijk genoeg vinden beide directeurs niet dat er te weinig overleg plaatsvindt. ‘Er zijn voldoende overlegorganen’, zegt Van den Bossche. ‘Onze mening wordt gevraagd. Het probleem is eerder dat we niet altijd de indruk hebben dat er iets mee gebeurt.’ Jansen ziet wel positieve signalen. ‘Sommige maatregelen worden uiteindelijk uitgesteld of aangepast. Dus ik hoop dat we verder kunnen evolueren in die richting.’
De relatie tussen de minister en het veld staat onder druk.
Maar of het beleid invloed heeft op de motivatie van leerkrachten ? Van den Bossche merkt dat de relatie tussen het onderwijsveld en de minister onder druk staat. ‘Als we vandaag de naam van Demir in de leraarskamer laten vallen, krijgen we gezucht en rollende ogen’, zegt hij. ‘Dat is jammer, want ik denk oprecht dat haar intenties goed zijn.’
Het vat misschien wel het centrale spanningsveld samen : de overheid wil sneller ingrijpen om de onderwijskwaliteit te verbeteren, terwijl scholen meer vertrouwen en meer ruimte vragen om die ambities zelf waar te maken.

Wat nu ?
Wat zou hij de minister dan willen meegeven ? ‘Luister naar de input vanuit het onderwijsveld en communiceer tijdig en transparant over maatregelen die je wilt nemen’, zegt hij. ‘Eigenlijk zouden politici hetzelfde moeten doen als leerkrachten wanneer ze een onaangename boodschap aan een klas moeten brengen : uitleggen wat er verandert, waarom het nodig is en hoe je het gaat aanpakken. Zo creëer je draagvlak.’
Over één zaak lijken minister en directeurs het nochtans eens : de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs moet omhoog. Het echte debat gaat niet over het doel, maar over de vraag wie het best weet hoe dat doel bereikt kan worden : de overheid of de scholen zelf.
Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al drie jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek en journalistiek ten volle inzet.
foto’s (c) Gazet van Hove.

