Jinnih Beels : ‘De morele superioriteit waaraan links zich geregeld bezondigt, ondermijnt de politieke overtuigingskracht die nodig is om kiezers in beweging te krijgen.’
door Jinnih Beels – www.doorbraak.be .
Jinnih Beels ziet drie voorname uitdagingen voor de politieke linkerzijde. foto © Doorbraak
De recentste politieke peilingen tonen het nog maar eens aan : bijna de helft van de Vlamingen zou vandaag voor N-VA of Vlaams Belang stemmen. Goed nieuws voor rechts, slecht nieuws voor links. Toch is het glas in mijn ogen altijd halfvol en liggen de volgende verkiezingen – in het beste geval – nog bijna drie jaar voor ons.
De linkerzijde is volgens mij dan ook allerminst met uitsterven bedreigd, op voorwaarde dat ze bereid is zichzelf voor een deel opnieuw uit te vinden. Twee maanden zomerzon, enkele actuele gebeurtenissen en het genoegen om voor de tuchtcommissie van mijn partij te worden geroepen hebben mij doen nadenken over drie grote drempels waar een aanzienlijk deel van links vandaag tegenaan loopt.

1. Politieke in plaats van morele overtuigingskracht
De morele superioriteit waaraan links zich geregeld bezondigt, ondermijnt de politieke overtuigingskracht die nodig is om kiezers in beweging te krijgen. Ik hoop dat we stilaan geleerd hebben dat het contraproductief is om iemand met pertinente vragen over ons migratiebeleid weg te zetten als racist of onverdraagzaam, iemand met vragen over transgenderzorg als transfoob en iemand die meer handhaving vraagt als autoritaire zak.
Politiek overtuigen begint voor mij bij de erkenning dat mensen van mening kunnen verschillen zonder dat een van hen daarom een slecht mens is. Wanneer een standpunt als een moreel gebrek wordt voorgesteld, voelen mensen zich geraakt in hun identiteit en zullen ze, alleen al uit defensieve reflex, niet snel geneigd zijn om nog van mening te veranderen.
De opdracht is om met argumenten te tonen hoe controle, integratie en solidariteit kunnen samengaan, en waarom preventie en handhaving elkaar nodig hebben. Als links zulke bezorgdheden enkel veroordeelt, laat het zowel de kiezer als het politieke antwoord over aan (extreem)rechts.

2. Vrijheid, maar niet alleen voor de ‘juiste’ mensen met de ‘juiste’ opvattingen
Vrijheid is een van de principes waarvoor de linkerzijde in het verleden heeft gevochten en waar ook de Vlaming bijzonder gevoelig voor is. Toch dreigt die vrijheid vandaag, mede door een gevoel van morele superioriteit, steeds relatiever te worden. academische vrijheid en vrije meningsuiting lijken voor sommige linkse partijen en groeperingen vooral te gelden voor wie binnen hun moreel wenselijke kader denkt en spreekt – tenzij natuurlijk achter gesloten deuren.
Alleen blijkt de werkelijke waarde van vrijheid pas wanneer ze vooral geldt voor mensen met opvattingen die we verwerpelijk vinden. Iemand als Nathan Cofnas kan correcte feiten blootleggen zonder dat daarmee zijn bredere mens- en maatschappijbeeld wordt gelegitimeerd. Dat erkennen vergt alleen maar een kleine portie intellectuele eerlijkheid. De kiezer opleggen wat er wel en niet gedacht mag worden, duwt die alleen maar verder weg van hun ‘ideale wereld’. Zeker in een samenleving die stilaan lijkt te kicken op alles verbieden wat enigszins onwenselijk is, werkt dat opnieuw averechts.

3. Progressief beleid moet effectief vooruitgang opleveren
Een derde struikelblok is dat de linkerzijde beleid te vaak beoordeelt op de nobelheid van de bedoeling en te weinig op het uiteindelijke resultaat. Het woord ‘rechtvaardig’ maakt een nieuwe belasting nog niet rechtvaardig. Het etiket ‘duurzaam’ maakt een energiemaatregel nog niet automatisch duurzaam, betaalbaar of doeltreffend.
Elke politieke partij moet om de zoveel jaar naar de kiezer met een bilan van haar verwezenlijkingen. Die kiezer is niet dom, hoewel daarover op menig partijhoofdkwartier volgens mij wel eens anders wordt gedacht. Mensen voelen zelf of hun leven betaalbaarder is geworden, of de kwaliteit van het onderwijs erop vooruitgaat, of hun buurt veiliger wordt en of de overheid haar beloften nakomt. Goede bedoelingen bieden dan geen vrijgeleide voor slechte resultaten.

Tijdens mijn jaren bij de politie heb ik bovendien ervaren hoe weinig mensen aan nobele intenties hebben wanneer de overheid er niet in slaagt hun veiligheid te garanderen. Onveiligheid treft uiteindelijk het hardst wie niet de middelen heeft om eraan te ontsnappen. Ook daarom zijn veiligheid, gezag en handhaving voor mij volwaardige sociale thema’s.
Wie zichzelf progressief noemt, moet de eigen maatregelen daarom ook aan de feiten durven toetsen en bijsturen als ze niet werken. Progressief zijn is géén morele identiteit, wél een opdracht : aantoonbare vooruitgang boeken in het leven van mensen.
Mocht de brandmanager van links met die principes aan de slag gaan, dan ben ik ervan overtuigd dat links een rooskleurige toekomst tegemoet zou gaan. En dan hoefde ik de mijne misschien niet ergens anders te gaan zoeken.

Jinnih Beels (Vooruit) is gedeputeerde van de provincie Antwerpen en oud-politiecommissaris. Ze schrijft deze opinie in eigen naam.
foto’s (c) Gazet van Hove.


