NIEUWS – door Roan Asselman – www.doorbraak.be .

Gespierde mannen in vrouwengevangenissen ? Zo’n vaart loopt het in België niet.
Met de regelmaat van de klok verschijnt, veelal in Engelstalige media, een artikel over een mannelijke gedetineerde die overgebracht wordt naar een vrouwengevangenis. De spotlight wordt vervolgens vergroot op sociale media door beroemdheden die de meest recente casus aangrijpen om het volgens hen riskante regime van transvrouwen aan de kaak te stellen. Niet voor zichzelf, maar voor de andere, biologische vrouwen die nu een kleine ruimte met hen delen. Hoe pakken de Belgische gevangenissen deze delicate kwestie aan ?
België kent een uitermate eenvoudige procedure om van geslacht te veranderen. Wat ooit een zwaar medisch en juridisch parcours was, is nu een eenvoudige administratieve procedure. Die evolutie werkt ook door in de gevangenissen, waar de plaatsing van transgendergedetineerden sindsdien ook deels op een andere leest is geschoeid.
Steeds eenvoudiger
Tot 2018 golden strenge medische voorwaarden voor een officiële geslachtswijziging. Een paarse wet uit 2007 maakte zo’n wijziging mogelijk, maar koppelde die aan een ‘voortdurende en onomkeerbare innerlijke overtuiging’ tot het andere geslacht te behoren, een medische aanpassing van het lichaam ‘zoals medisch mogelijk en verantwoord’. Hormoonbehandeling, sterilisatie en chirurgie speelden een centrale rol. Een psychiatrische beoordeling was standaard.
Sindsdien volstaat de overtuiging dat het geslacht op de geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit
In 2018 ging die procedure op de schop. Sindsdien volstaat de overtuiging dat het geslacht op de geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit. Voor meerderjarigen zijn er geen medische of psychologische attesten meer nodig : geen diagnose, geen hormonen, geen operatie, geen sterilisatie. De procedure is puur administratief : de betrokkene doet aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar hij of zij woont. De procureur des konings heeft weliswaar drie maanden om eventueel een negatief advies te geven wegens strijdigheid met de openbare orde, maar dat gebeurt zelden. Aan het einde van de korte rit ontvangt de aanvrager een nieuwe identiteitskaart en wordt de ‘M’ een ‘V’ (of andersom).

Twee realiteiten
Die wetswijziging is al bij al onomstreden, ook omdat het aantal transpersonen zeer klein is (minder dan een 0,5 procent) en omdat de juridische kwalificatie van een individu als man of vrouw meestal niet relevant is. De uitzondering hierop zijn situaties waarin de juridische realiteit in conflict komt met de biologische, gelieerd aan de fysieke superioriteit van mannen. De deelname van transvrouwen aan vrouwensport is één voorbeeld. De opsluiting van biologische mannen bij biologische vrouwen is een ander.
De aard van die conflicten verduidelijkt ook waarom transvrouwen sneller in het vizier terechtkomen, terwijl transmannen relatief onder de radar vliegen. Want hoewel er uitzonderlijk sterke vrouwen en uitzonderlijk zwakke mannen bestaan, kan de grote meerderheid van de mannen de grote meerderheid van de vrouwen fysiek te baas. Dat betekent dat een transvrouw, een biologische man, een potentieel gevaar vormt voor vrouwelijke gedetineerden. Tezelfdertijd kan een transvrouw zelf gevaar lopen als hij/zij in een mannenafdeling moet verblijven : criminelen staan niet noodzakelijk te boek als de meest ‘inclusieve’ medemens.
België : nu dit, dan dat
In maart 2023 vaardigde de FOD Justitie interne aanbevelingen uit. Die zijn niet bindend, maar vormen het huidige kader. De rode lijn is dat transvrouwen in beginsel geplaatst worden in een afdeling die overeenkomt met hun genderidentiteit, ongeacht fysieke kenmerken of het geslacht op de identiteitskaart. Dat is met andere woorden een afdeling voor vrouwen. De genderidentiteit, zoals door de persoon zelf omschreven, weegt dus zwaarder door dan lichamelijke kenmerken of officiële documenten, zoals een identiteitskaart.
De woordvoerder van het Belgische gevangeniswezen beklemtoont evenwel dat de veiligheid van zowel de transpersoongedetineerde als de andere gevangenen meegenomen worden op een ‘case-by-case-basis’. Overeenkomstig de FOD-richtlijnen wordt ook de veiligheid van de andere gedetineerden en de orde binnen de gevangenis meegenomen in de beslissing. Dat iemand zegt trans te zijn en om een verzoek tot overplaatsing vraagt, betekent dus nog niet dat het ingewilligd wordt.
In praktijk
Tezelfdertijd staat een transpersoon steviger in zijn of haar schoenen als hij of zij zijn geslacht al officieel liet wijzingen. De identiteitskaart blijft in de praktijk een belangrijk document waarmee een onderzoeksrechter of gevangenisdirectie de genderidentiteit van een gedetineerde beoordeelt. Dat de Belgische procedure om dat geslacht te wijzingen uiterst eenvoudig is, zonder medische ingreep of psychologische check, betekent dan ook dat transvrouwen eenvoudiger dan vroeger bij (andere) vrouwen opgesloten worden.
Het aantal transpersonen in Belgische gevangenissen is tot slot niet gekend
Wat betekent dat in de praktijk ? Het betekent vooreerst dat een gespierde, besnorde man die zich gisteren realiseerde dat hij ‘eigenlijk een vrouw is’ niet meteen overgeplaatst zal worden. De meeste ambtenaren zijn immers niet onnozel. Tezelfdertijd heeft België niet langer een wettelijk immuunsysteem tegen net dit soort praktijken. Door gender – ID’s spreken zelfs van ‘geslacht’ – juridisch totaal los te koppelen van lichaam (hormonen en operaties) en geest (psychologisch onderzoek) en de beoordeling over te laten aan het beste vermogen van rechters en gevangenisdirecteurs, bestaat er geen harde grens meer tussen wat kan en wat niet.
Het aantal transpersonen in Belgische gevangenissen is tot slot niet gekend. Justitie laat weten dat ‘er geen officiële tellingen zijn, ook omdat transpersonen in een verschillende medische en juridische fase kunnen zitten en de fase in een transitieproces veelal niet duidelijk is’. ‘Trans’ is inderdaad een nogal flou begrip.

Roan Asselman (1996) is journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KU Leuven) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).

