COLUMN – door Johan Sanctorum – www.doorbraak.be .

Veel goede wil aan tafel om iets te doen met het Nederlands van minister Bernard
Quintin.

Veel goede wil aan tafel om iets te doen met het Nederlands van minister Bernard Quintin. foto © VRT/Doorbraak

Wie De Afspraak op vrijdag van 4 september aan zich liet voorbijgaan – waarvoor alle begrip – nodig ik toch uit alsnog het filmpje te bekijken waarin minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) aan tafel zit met Isolde Van den Eynde (HLN), Luckas Vander Taelen en moderator Ivan De Vadder. Onderwerp : het Brusselse drugsgeweld. Hét onderwerp van het moment. Vander Taelen werpt de minister wel een en ander voor de voeten omtrent het Brusselse malgoverno, en dat soort debatten zien we graag.

Enfin, ‘debat’ is misschien een groot woord. De minister spreekt namelijk een soort Nederlands dat pijn doet aan de oren en ons constant dwingt om te ontcijferen wat hij nu eigenlijk wou zeggen. U moet daarbij vooral de gelaatsuitdrukking van zijn tafelpartners observeren : na een lange uitleg van Quintin werd het soms stil, gewoon omdat je hen hoorde denken ‘man, zeg het toch gewoon in het Frans, dan begrijpen we het tenminste’.

Misschien is het ook wel een strategie : een taal maar basic beheersen, en zo de diepgang en de punch uit het debat houden

Uiteraard is het lovenswaardig dat Franstalige politici zich tegenover het Vlaamse publiek in het Nederlands proberen uit te drukken. Denken we dan. Dikwijls is dat het resultaat van een snelcursus waarmee je wel een eind weg komt als toerist in Antwerpen, maar voor een politiek debat gelden nog andere maatstaven. Il tire son plan, zou ik kunnen zeggen over onze BiZa-minister. Maar ondertussen komt het debat nauwelijks op gang, en heeft het gezelschap de handen vol aan het vreemdsoortig geneuzel van Quintin. Misschien is het ook wel een strategie : een taal maar oppervlakkig beheersen, en zo de diepgang en de snedigheid uit het debat houden.

Ik kijk dan wat jaloers naar de politieke debatten bij onze noorderburen, waar ministers zich niet kunnen verschuilen achter anderstaligheid, en er met samengestelde zinnen, hyperbolen, oxymorons en andere stijlfiguren wordt gegoocheld, in een Nederlands dat de gemiddelde Vlaamse Belg nauwelijks verstaat.

Napoleon

Meer dan honderd jaar heeft de Vlaamse beweging strijd gevoerd om het Nederlands tot evenwaardige cultuur- en omgangstaal als het Frans erkend te zien. Maar nu het taalprobleem zogezegd opgelost is, moeten we vaststellen dat in het nieuwe België, geleid door een ex-Vlaams-nationalist, de kakofonie nog altijd regeert. De kamer-debatten verlopen tweetalig, één zin in het Nederlands en dan weer twee in het Frans. Voor onze noorderburen is dat best een vrolijke, schattige bedoening, terwijl ze heel goed beseffen dat zo’n Babelse kermis misschien wel verband houdt met de onbestuurbaarheid van dit land.

Met zijn Napoleonhoedje gaat Georges-Louis onbeschaamd voor het herstel van la Belgique de Papa

Wie niet meedoet aan de Franstalige goodwill om, voor de redding van het vaderland, vijf woorden Nederlands te spreken, is MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Hij spreekt de Vlamingen gewoon in het Frans aan, en raar maar waar : die vinden dat prima. Bouchez verspilt zijn tijd niet aan cursussen Nederlands, omdat hij weet dat je als anderstalige toch met een handicap vertrekt in een politiek debat. Maar tegelijk herinnert hij er ons aan wie België heeft gesticht : zijn politieke voorvaderen, de Franstalige liberalen, die het motto huldigden ‘La Belgique sera latine, ou ne sera pas’.     

Misschien is het daarom dat Georges-Louis afgelopen zondag een bijeenkomst organiseerde aan de Leeuw van Waterloo die, o ironie, door Willem I werd opgericht om het einde van het Napoleontijdperk en het daaraan verbonden Franse cultuurimperialisme te vieren. Niemand neemt hem die trumpiaanse slordigheden kwalijk. Met zijn Napoleonhoedje gaat Georges-Louis onbeschaamd voor het herstel van la Belgique de Papa, wetende dat de Vlamingen hun taalfierheid graag inleveren voor een btw-verlaging op belegde broodjes. En zo komt het dat zelfs Vlaamse toppolitici zich in een bedenkelijke tussentaal uitdrukken, waarmee ze waarschijnlijk ‘volks’ willen overkomen.

En dan is er PISA

Elke drie jaar worden de PISA-resultaten gepubliceerd, een internationaal onderzoek naar leesvaardigheid en wiskundig/wetenschappelijke kennis bij 15-jarige scholieren. Elke drie jaar krijgt Vlaanderen alarmerend slechte cijfers met een steile neerwaartse curve, vooral voor geletterdheid. Elke drie jaar staan de kranten er twee weken vol van, en heeft de onderwijsminister het ‘over een tanker die je maar traag kan keren’. Elke drie jaar komt expert Dirk Van Damme, adviseur en kabinetschef onderwijs aan het begin van deze eeuw, toen de neergang begon, vertellen dat de situatie ernstig is. Elke drie jaar maakt ondergetekende de oefening om de malaise socio-cultureel te duiden. Ik zou die van vorige keer bijna woordelijk kunnen kopiëren.

Afgelopen week had ik het daarover op Facebook aan de stok met schrijver Jeroen Olyslaegers. In een pathetisch vertoog beklaagde hij zich over de ‘ontlezing’ – slecht voor zijn winkel uiteraard -, en pleitte voor het herstel van een ‘bewustzijnsverruimende’ leescultuur. Toen ik op zijn pagina opmerkte dat we met een allochtone subcultuur zitten van jongeren die thuis geen Nederlands spreken en onze cultuur ten gronde als iets vijandigs zien, en of dat misschien wel iets te maken heeft met de minachting voor boeken, werd ik stante pede voor fascist uitgemaakt.

Zo lang die anderstalige, soms uitgesproken anti-westerse thuiscultuur als een schaduw over de klas hangt, mogen we het vergeten

Neen, ik mocht vooral geen zaken mixen die met mekaar geen verband houden. Helaas. In Antwerpen spreekt 50 procent van de leerlingen in de basisschool thuis geen Nederlands. Leerkrachten passen zich aan en worden gedwongen om in een soort lingua franca les te geven. De goede leerlingen vervelen zich, de middenmoot verdwijnt in de groep die gedomineerd wordt door kinderen en jongeren uit migrantengezinnen die de school zien als een gevangenis, terwijl er in het echte leven makkelijk geld wordt verdiend met andere activiteiten.

het omstreden boek …

Ze moeten mij niet van racisme beschuldigen als ik beweer dat de leesarmoede vanuit die hoek wordt aangestuurd. Het zou vooral een ‘jongensprobleem’ zijn. Dat lijkt me logisch : in de gemeenschappen van Maghreb-migranten heerst een sterke machocultuur en zijn het net de meisjes die hun best doen om een diploma te behalen. Zo lang die anderstalige, soms uitgesproken anti-westerse thuiscultuur als een schaduw over de klas hangt, mogen we het vergeten.

En zo komt alles samen : de Belgische pruttelpot, het Vlaamse taalminimalisme, en het multiculturele debacle. Ook ter linkerzijde zien Vlaamse schrijvers de bui van het nieuwe analfabetisme hangen, al vordert het voortschrijdend inzicht om oorzaken te benoemen traag. Een kwestie van bewustzijn dus. Of gewoon gezond verstand : als niemand leest, heb je geen schrijvers meer nodig en is het probleem opgelost.

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent filosofie, tijdschriftuitgever, theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. Sanctorum schuwt de controverse niet. Humor, ironie en sarcasme zijn nooit ver weg.

foto’s (c) Gazet van Hove.