NIEUWS – door Jan Fabry – www.doorbraak.be

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Muslim Rights Watch Belgium betoogde tegen het ontslag.

De Oost-Vlaamse lerares Hadija Amajoud verliest haar vaste benoeming omdat ze haar hoofddoek niet wil afzetten. Volgens rechtsfilosoof Boudewijn Bouckaert moet de provincie voet bij stuk houden. Kerkjurist Rik Torfs begrijpt de neutraliteitsregel, maar twijfelt of een ontslag de juiste uitkomst is.

De provincie Oost-Vlaanderen heeft Amajoud ontslagen omdat ze tijdens het lesgeven haar hoofddoek bleef dragen. Amajoud werkte sinds september 2022 aan Kiempunt Campus Assenede, een school voor buitengewoon basisonderwijs. Ze droeg haar hoofddoek al toen ze er begon en werd in januari 2024 vast benoemd. Haar prestaties werden nooit negatief beoordeeld.

In juni 2024 wijzigde de provincie haar personeelsreglement. Sinds september van dat jaar mogen personeelsleden van het provinciaal onderwijs geen zichtbare religieuze of levensbeschouwelijke tekens meer dragen. Alleen voor leerkrachten die levensbeschouwelijke vakken geven, is er een uitzondering.

De provincie stelde Amajoud voor om met hoofddoek islamitische godsdienst te geven. Dat weigerde ze. Ze is daar niet voor opgeleid en wil naar eigen zeggen niet tot haar geloof worden gereduceerd. Ook haar voorstel om de hoofddoek door een neutrale tulband of bandana te vervangen, bracht geen oplossing. Begin september verscheen ze voor de tuchtcommissie. Nu volgt het ontslag.

Het dossier verdeelt ook de juridische wereld. Het Vlaams Mensenrechteninstituut oordeelde eerder dat de behandeling van Amajoud neerkwam op discriminatie en intimidatie. De rechtbank van eerste aanleg in Oost-Vlaanderen wees haar vorderingen in kort geding in mei af. De rechter verwees onder meer naar haar keuze voor een loopbaan in het officieel gesubsidieerd onderwijs, waar ze zich aan de regels voor het personeel moet houden.

‘Het been stijf houden’

Rechtsfilosoof en emeritus hoogleraar Boudewijn Bouckaert vindt dat de provincie haar neutraliteitsregel consequent moet toepassen. Dat de leerkracht voor het overige goed functioneerde, verandert daar volgens hem niets aan.

‘Het is natuurlijk niet erg sympathiek tegenover een leerkracht die misschien op andere professionele criteria goed presteert’, zegt Bouckaert. ‘Maar ik denk dat het essentieel is dat men hier het been stijf houdt.’

Voor hem heeft een onderwijsinstelling het recht om neutraliteit in haar pedagogische project op te nemen en daar concrete regels aan te verbinden. ‘Dan moet die regel worden gehandhaafd en mogen we niet toegeven aan eisen die zijn ingegeven door een religieus-culturele traditie.’

‘Iedereen heeft recht op zijn eigen achterlijkheid’

Bouckaert maakt wel een onderscheid tussen de openbare ruimte en de werkvloer. Hij wil niet zover gaan als de Franse politica Marine Le Pen, die de hoofddoek ook op straten en pleinen wil verbieden. ‘De vestimentaire vrijheid is een onderdeel van de persoonlijke vrijheid. Als moslimvrouwen ervoor kiezen om met een hoofddoek over straat te lopen, is dat hun recht.’

Daarbij haalt hij een uitspraak van Jean-Marie Dedecker aan : ‘Iedereen heeft recht op zijn eigen achterlijkheid.’ Bouckaert noemt de hoofddoek zelf ‘de uitdrukking van een vrij achterlijke culturele traditie’, maar benadrukt dat zijn afkeer ervan verzoenbaar blijft met de individuele vrijheid.

Binnen een onderwijsinstelling ligt dat voor hem anders. ‘Een instelling zoals het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen heeft het recht om vestimentaire beperkingen op te leggen aan haar personeel, in functie van haar pedagogisch project.’

wil hoofddoeken op straten en pleinen verbieden

Twee visies op neutraliteit

Rik Torfs, emeritus hoogleraar kerkelijk recht, ziet in het conflict twee verschillende opvattingen over neutraliteit. De eerste is de laïcale visie, die sterker leeft in Frankrijk en Franstalige milieus. Religieuze tekens verdwijnen daarbij uit overheidsinstellingen. Vlaanderen kende volgens hem traditioneel meer religieus pluralisme : iedereen mocht tonen welke overtuiging hij aanhing.

Die tweede opvatting kwam de voorbije decennia onder druk te staan. ‘Zeker na 9/11 is een verstrakking opgetreden’, zegt Torfs. ‘Vrijheid was vroeger het centrale begrip, terwijl veiligheid en andere overwegingen vandaag hoger op de waardeschaal staan.’

‘Vrijheid was vroeger het centrale begrip, terwijl veiligheid en andere overwegingen vandaag hoger op de waardeschaal staan’

Hij begrijpt dat een gepolariseerde samenleving strengere neutraliteitsregels invoert. Toch heeft een verbod ook een keerzijde. ‘Als een hoofddoek verboden wordt, zie je niet wie er een zou hebben gedragen als hij niet verboden was. Je weet dus niet wat die mensen werkelijk ten diepste denken.’

Torfs vindt het moeilijk om het concrete ontslag te beoordelen omdat hij de volledige voorgeschiedenis niet kent. Principieel blijft hij terughoudend. ‘Ik vind het nooit een succes wanneer men iemand moet ontslaan.’ Tegelijk legt hij ook verantwoordelijkheid bij de leerkracht : ‘Het absoluut weigeren om de hoofddoek af te zetten, getuigt natuurlijk ook niet van soepelheid.’

Daarmee eindigt de zaak voorlopig zonder echte winnaar. De provincie bewaakt haar neutraliteitsregel, maar verliest een ervaren leerkracht. Amajoud verdedigt haar godsdienstvrijheid, maar verliest haar baan. Voor Bouckaert is dat de noodzakelijke consequentie van een duidelijke regel. Voor Torfs toont het vooral hoe moeilijk vrijheid en neutraliteit nog met elkaar te verzoenen zijn.

Jan Fabry (°1991) is journalist bij Doorbraak en doctor in de Nederlandse filologie. Hij woonde en werkte in België, Frankrijk, Polen en Tsjechië als leerkracht en onderzoeker. Zijn interesses situeren zich op het snijvlak van politiek, taal, geschiedenis en identiteit, met een bijzondere aandacht voor Vlaanderen en de Lage Landen.

foto’s (c) Gazet van Hove .