NIEUWS – door Roan Asselman – www.doorbraak.be .
Wie op zoek is naar een ongezouten mening over Open Vld/Anders, kan bij Els Ampe terecht. foto © EA
Wie op zoek is naar een ongezouten mening over Open Vld/Anders, kan (nog altijd) bij Els Ampe terecht. Het voormalige Brusselse boegbeeld van de Vlaamse liberalen houdt zich politiek stil sinds de electorale teleurstelling van Voor U in 2024, maar ze volgde de recentste ontwikkelingen – de voorzitterswissel, de verdere achteruitgang in de peilingen en de exit van Egbert Lachaert – met interesse. ‘Het partijbureau van Open Vld ? Dat is een beetje zoals het tv-programma De Verraders.’
Ampe (47) was vijftien jaar lang Brussels parlementslid voor Open Vld, van 2004 tot en met 2019. Zes jaar lang (2012-2018) was ze ook schepen in Brussel-Stad. Haar politieke carrière beëindigde de liberale kuitenbijtster in het Vlaams Parlement, eerst voor Open Vld, vanaf het najaar van 2023 als onafhankelijke en oprichtster van de partij Voor U. Met die libertaire formatie haalde Ampe de kiesdrempel niet. Een kunstje dat Maurits Vande Reyde en, eventueel, Egbert Lachaert, met Project Durf over een kleine drie jaar wel willen klaren.
Uw laatste jaren bij – en dus ook uw vertrek uit – Open Vld vielen samen met het voorzitterschap van Egbert Lachaert. De onvrede die u toen voelde kon hij niet wegnemen ?
Els Ampe : Dat niet, maar ik weet niet of ik hem veel kwalijk kan nemen. (Denkt na) Intussen is er meer dan twee jaar gepasseerd, dus ik moest even nadenken toen u mij contacteerde (glimlacht). In mijn exit bij Open Vld was Egbert niet de sleutelspeler. Frédéric De Gucht speelde een prominentere rol. Laat ik dat even toelichten.
Open Vld en ik zijn uit elkaar gegroeid in 2017. Dat had met twee zaken te maken. Ten eerste : de begroting. Ik ben een cijfermens; ik bekijk begrotingen en tabellen. U mag mij eender welk verhaal vertellen, als de cijfers niet kloppen, ben ik sceptisch. In 2017 zag ik dat het met de financiering van Brussel de verkeerde kant opging.
Open Vld en ik zijn uit elkaar gegroeid in 2017 door twee zaken : de begroting en de beruchte Samusocial-affaire
Een voorbeeld. In het Vlinderakkoord was er afgesproken om Brussel jaarlijks 500 miljoen euro te geven. Niet zomaar, maar ten voordele van de Vlaamse en Waalse pendelaars die elke werkdag naar Brussel trekken. Maar dat gebeurde niet. Guy Vanhengel (toenmalig Brussels minister van Financiën voor Open Vld, red.) gebruikte dat geld gewoon om de begroting van het Hoofdstedelijk Gewest in evenwicht te houden. Bij ongewijzigde koers zou dat tot een serieus gat leiden in de begroting. Ik had dat, dacht ik toch, op een vriendelijke manier aangekaart bij Vanhengel, maar dat is serieus in het verkeerde keelgat geschoten.

En verder ?
De tweede kwestie was de beruchte Samusocial-affaire. Toen dat ontplofte, was ik Brussels schepen. Ik was razend op de burgemeester van Brussel, Yvan Mayeur, omdat ik het onaanvaardbaar vond dat Mayeur geld ontving om in de raad van bestuur van een daklozenorganisatie te zetelen. Bovendien wist niemand dat. Als reactie op die affaire heb ik totale transparantie geëist over de mandaten die Brusselse politici hebben. We hebben dat eerst in Brussel-Stad verkregen en later ook in het Brussels Parlement, waar ik ook fractievoorzitter was.
Dat was één van de laatste keren dat Guy Vanhengel en ik een serieus gesprek hadden. Vanhengel had blijkbaar allerlei deals met de PS over mandaten die ik niet kende. Met andere woorden : eerst val ik hem lastig over zijn begroting, daarna gooi ik roet in het eten voor zijn afspraken met de socialisten.
Één van mijn collega’s heeft toen nog gezegd : ‘Els, pas op met uw ordonnantie over transparantie.’ Maar ik dacht toen nog dat ik moest oppassen voor de PS, niet voor de minister van mijn eigen partij. En nu lag heel dat netwerk rond Guy Vanhengel en de Open Vld plots op straat. Maar ik vond en vind het heel belangrijk dat burgers weten wat politici doen met het geld. Want het is uiteindelijk hún geld.

Vanaf dat moment werd u op een zijspoor geplaatst.
Dat mag u zo opschrijven, ja. Toch in Brussel; ik werd uit alle Brusselse interne communicatie geweerd. Er werd ook een karaktermoord gepleegd. Ik weet niet hoeveel journalisten ze hebben opgebeld om te zeggen dat er iets met mij scheelt, maar je voelt dat. Als je ergens binnenkomt, bijvoorbeeld. (Denkt na) Het vreemde is ook dat dat nooit rechtstreeks aan mij verteld werd. De Brusselse Open Vld is een beetje zoals de maffia : je voelt dat ze je iets kwalijk nemen, de sfeer is omgeslagen, maar ze geven je geen uitleg waarom ze je uitschakelen. Er is zelfs geen discussie.
In 2019 trok ik wel nog de lijst voor het Vlaams Parlement in Brussel. Dat kwam door de nationale partijtop, omdat ik nu eenmaal heel veel stemmen haalde. In 2019 was ik in Brussel de Nederlandstalige verkozene met de meeste stemmen. U kan zich voorstellen dat de sfeer daarna niet meteen verbeterde. Maar nationaal begreep men dat het niet verstandig zou zijn om mij electoraal niet uit te spelen. Vanhengel en Gatz waren daar helemaal niet mee opgezet.

U zei daarnet dat er in uw verhaal een rol weggelegd was voor de huidige voorzitter, Frédéric De Gucht.
Toen ik in het Vlaams Parlement zat, brak corona uit. Toen werd de werking van het parlement feitelijk opgeschort. Volksvertegenwoordigers mochten nog één keer per week op een knopje drukken, dat was het. Tussenkomsten waren niet mogelijk voor ‘gewone’ parlementsleden. Daarom ben ik video’s beginnen maken, om toch met de mensen te blijven communiceren.
Toen de statutaire commissie oordeelde dat ik kon blijven, waren Vanhengel en Gatz niet content
Die video’s, die filmpjes, werden niet gesmaakt omdat ik te kritisch was voor de partij en overheidsbesturen waar ook Open Vld in zat. Guy Vanhengel en Sven Gatz zijn toen naar de statutaire commissie gestapt om mij uit de partij te zetten. Da’s mislukt, maar de zaken waren verbrod. Dat kwam dan bovenop mijn inhoudelijke bezwaren, want ik kon mij niet vinden in die economisch linkse – echt linkse – koers die de partij bleef varen.
Toen de statutaire commissie oordeelde dat ik kon blijven, waren Vanhengel en Gatz niet content. Ze zijn naar Egbert gestapt en die heeft zijn fiat gegeven om Frédéric De Gucht te rekruteren om mij ook lokaal, in Brussel-Stad, buiten te rijden. De Gucht was geen mandataris, maar ze vroegen hem om te kandideren voor het voorzitterschap van de afdeling. Omdat hij niet genoeg steun had, zijn ze te elfder ure trouwens links en rechts nog nieuwe leden gaan ‘maken’. In de krant sprak men over ‘spookleden’. Ik noem dat fraude, maar Egbert liet het gebeuren. En De Gucht, die heeft zijn werk gedaan. Toen Open Vld in september 2023 weigerde rechtstreekse verkiezingen te organiseren voor het voorzitterschap – zoals voorzien in haar eigen statuten – ben ik opgestapt.
De onvrede die u toen voelde kon Egbert Lachaert dus niet wegnemen, integendeel. Ook ideologisch niet, ondanks het feit dat Lachaert zelf wel uit de ‘donkerblauwe’ hoek van de partij kwam.
‘Lijkt te komen’ is, denk ik, correcter. Toen Egbert kandideerde in 2020 was ikzelf ook kandidaat-voorzitter. En ik vond dat hij toen helemaal niet zo’n donkerblauw verhaal vertelde. De marketing, die was wel donkerblauw. Maar Egbert is toch eerder het ‘enerzijds-anderzijds’ type. Heel vriendelijk, heel aimabel, zeker en vast. Maar in mijn ogen is hij niet de man die werk wil maken van een echte staatsvermindering. En dat blijft voor mij het allerbelangrijkste.

Zijn donkerblauw imago klopte misschien wel in vergelijking met Bart Tommelein, de toenmalige burgemeester van Oostende, die duidelijk als de ‘links-liberaal’ in de race zat.
Door de media werd die voorzittersverkiezing snel gedegradeerd tot een tweestrijd Lachaert-Tommelein. Ik werd al snel aan de kant geschoven. En als je de race natuurlijk reduceert tot Egbert en Bart, dan snap ik de indruk van de rechtse Egbert en de linkse Bart. Maar zoals ik zei : inhoudelijk merkte ik daar maar weinig van.
Maar oprecht : ik neem Egbert weinig kwalijk. Het is nu wel een beetje een slang die in zijn eigen staart bijt, want het is Egbert Lachaert die, op vraag van Guy Vanhengel en Sven Gatz, Frédéric De Gucht ging halen om mij in Brussel aan de kant te schuiven. En nu schuift De Gucht Lachaert aan de kant. Da’s de politiek, blijkbaar. Zeker in de Vld.
Voor een partij die beweert het oude ‘clanspel’ te willen verlaten, is de verkiezing van De Gucht minstens opvallend te noemen. Hoe belangrijk was dat tribale machtsspel toen u in de partij zat ?
Toen ik de eerste keer verkozen werd, in 2004, viel mij dat niet meteen op. Maar naarmate je langer in de partij en in het partijbureau zit, begrijp je het meer en meer. Ik had op den duur het gevoel dat dat partijbureau weinig meer was dan een pervers clanspel. Een beetje zoals dat programma ‘De Verraders’ : je weet nooit wie je bondgenoot is en wie de verrader. Je voelt je daar ook helemaal niet op je gemak. Omdat je weet dat er op voorhand door enkele familieclans afspraken werden gemaakt, en dat de rest van de aanwezigen – en de rest van de partij – daarbuiten vallen.
Da’s natuurlijk niet gezond. Maar voor wie écht liberaal is, bestaat er geen alternatief. De voordelen van de bestaande partijen zijn zó groot, dat een nieuwe liberale of libertarische partij stichten bijna onmogelijk is. Partijen krijgen elk jaar zo’n tien euro dotatie per stem, zolang er minstens één verkozene in het parlement zit. Welnu, ‘Voor U’ had een kleine 50.000 stemmen, maar geen verkozenen omwille van die kiesdrempel van 5 procent, en dus ook geen 500.000 euro. N-VA daarentegen had ook een kleine 50.000 stemmen, in Wallonië. Maar omdat zij wél verkozenen hebben, uit Vlaanderen, krijgen zij dat half miljoen wel.

U weet als de beste hoe moeilijk het is om een nieuwe politieke partij te starten.
Geen dotatie, want geen verkozenen, en ook die kiesdrempel zorgt ervoor dat verkozen geraken aartsmoeilijk is. Maar er is meer dan dat. We worden bijvoorbeeld niet opgenomen in De Stemtest van professor Walgrave. Dat betekent dan weer dat we niet mogen meedoen aan de tv-debatten. En die zijn natuurlijk cruciaal voor de bekendheid van een partij zonder geld.
Open Vld is een clanpartij, voor de zonen en de dochters – meestal zijn het wel zonen – van
Dat de oprichting van alternatieven voor de bestaande partijen zo moeilijk is, is voor mij ook een reden waarom die partijen intern democratisch moeten zijn en goed bestuurd moeten worden. Het is niet zo dat je, vrijemarkt-gewijs, naar een andere bakker of beenhouwer kan stappen als het product je niet aanstaat. Maar de Open Vld is geen democratische partij en wordt niet goed bestuurd. Het is een clanpartij, voor de zonen en de dochters – meestal zijn het wel zonen – van. Een zieke partijcultuur. En dat straalt uit.

In de meest recente peiling scoorde Anders nog 6 procent. Denkt u dat de partij, waarvoor u toch bijna 20 jaar zetelde, ten dode is opgeschreven ?
Ik denk dat die partij eigenlijk al dood is. Ik vind dat erg om zeggen, omdat ik het jammer vind dat het nooit gelukt is om Open Vld, de liberale partij van Vlaanderen, opnieuw een liberale koers te doen varen. Maar ik vrees dat ‘Anders’ nu al een soort zombie is : overleden, maar af en toe opduikend, zoals in een horrorfilm. Welk leven zit daar nog in ? Ik zie het niet.
Maar u voelt geen leedvermaak ?
(Fel) Nee. Gelijk krijgen kan heel erg pijnlijk zijn. Dit is zo’n geval.

Wat verwacht u van Project Durf van Maurits Vande Reyde ? Wat hij promoot lijkt wel erg op het liberale/libertarische programma van Voor U in 2024.
Er is veel overlap. Inhoudelijk zitten Maurits en ik, denk ik, min of meer op dezelfde lijn. Staatsvermindering vind ik heel belangrijk, Maurits ook. Wij pleitten ook voor de afschaffing van subsidies, een thema waarop Maurits nu furore maakt. Dat is natuurlijk fantastisch om te zien. Voor mij het bewijs dat we met Voor U hebben gewogen op de politieke agenda. Dat onze bekommernissen wel bestaan, dat die materie wél leeft. En ik hoop, oprecht, dat hij slaagt in wat we met Voor U niet konden doen, namelijk dat verstarde partijlandschap doorbreken en de overheid afbouwen.
Als Maurits Vande Reyde u belt, neemt u dan op ?
Ik ben een vriendelijke, hoor; ik neem altijd mijn telefoon op (glimlacht).
Zonder twijfel, maar u weet wat ik bedoel : in Brussel heeft Durf nog geen aanvoerder.
Nee, ik hou me vandaag met andere dingen bezig. Ik heb net mijn master nutritional sciences gehaald, en ik adviseer nu grote en kleine voedingsbedrijven hoe ze hun lekkere voeding gezond kunnen maken en omgekeerd. Ik heb daar mijn passie gevonden; dat is ook een beetje een terugkeer naar de wetenschap. Ik heb ook het gevoel dat ik meer impact heb op het leven van de mensen dan in mijn gevecht met de partijpolitiek en de monsterstaat. Maar ik wens Maurits het allerbeste toe.

Roan Asselman (1996) is journalist, analist en redacteur van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KU Leuven) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).
foto’s (c) Gazet van Hove.


