COLUMN – door Johan Sanctorum – www.doorbraak.be .
In de maandagnacht van 12 oktober werd in Brussel/Jette politie-inspecteur Nordine El Talbi (41) tijdens een speuropdracht met één welgemikt schot in het hoofd afgemaakt. Alle sporen wijzen naar de drugsmaffia, want de gestolen auto die werd opgespoord en gelokaliseerd, zat vol met niet nader genoemde drugs.
Een door en door gedreven lid van de Brusselse anti-overvalbrigade, gespecialiseerd in gevaarlijk politiewerk. Vader van twee kinderen, hij laat een ontroostbare partner achter. Ik weet niet of het aan zijn Marokkaanse roots ligt, maar in kringen die doorgaans veel trammelant maken bij zo’n moord op een agent, is het tamelijk stil.
Laten we wel wezen : het is een klotejob. Als ze doodgeschoten worden, branden we een kaarsje, maar voor de rest vloeken we binnensmonds als ze ons weer betrappen met een gsm achter het stuur.

Grijze zones
Dat is eigenlijk normaal. In regimes waar iedereen ’s nachts uit zijn bed kan gelicht worden, zijn politie en leger met elkaar vervlochten tot één repressie-apparaat waar iedereen bang van hoort te zijn. In een democratische rechtstaat is dat anders. Ook al tast Donald Trump af hoever hij kan gaan met zijn ICE-militie, burgers pikken het niet dat agenten de straat afschuimen en mensen willekeurig kunnen oppakken.
En dus is het schipperen voor wie voor 2700 euro bruto (1700 netto) zo’n blauw uniform wil aantrekken. Plus nacht- en weekendpremies, maar dan nog. Want zelfs ondanks alle taakomschrijvingen en een ingrijpende politiehervorming in de jaren ’90 (waarbij de militair georganiseerde rijkswacht werd opgedoekt), blijft de sociale status van de ordehandhaver in de maatschappij en de rechtstaat precair. Is zijn functie er een van dienstbaarheid, of is ze overwegend repressief-beteugelend ? Moet hij vooral voor een vlotte doorstroom in het verkeer zorgen ? Burgers controleren en boetebonnen uitschrijven ? In een bredere veiligheidsopdracht kleine en grote criminaliteit bestrijden ?
Ondanks alle taakomschrijvingen en een ingrijpende politiehervorming, blijft de sociale status van de ordehandhaver in de maatschappij en de rechtstaat precair.
Of is de politie ook een soort opruimdienst om, in samenwerking met de Staatsveiligheid, systeemvijandige elementen te elimineren ? En wat heet ‘systeemvijandig’ ? Dat speciale eenheden in 2015 een islamitische terreurcel in Verviers konden oprollen, daar zal wel niemand rouwig om zijn. Maar dat diezelfde Special Forces in 2022 prepper Yannick Verdyck afmaakten, in wat een huiszoeking heette te zijn, daarover bestaat meer controverse.

Straatoorlog
Tijdens de voorbije scholierenbetogingen werd er – terecht – enorm gefoeterd op het vandalisme waarmee die demonstraties gepaard gingen. Maar evengoed beklaagden de serieuze demonstranten zich over het brutale politieoptreden. Ook dat laatste lijkt onvermijdelijk.
Flikken zijn ook maar mensen, en moeten ogen op hun rug hebben of ze krijgen dranghekkens over zich gekeild. De politievakbond spreekt van 800 gewonde en tijdelijk werkonbekwame agenten per jaar. De fameuze casseurs die betogingen infiltreren, mikken bewust op de ordehandhavers, waardoor er de facto een straatoorlog ontstaat. De journalisten smullen ervan.
Flikken zijn ook maar mensen, en moeten ogen op hun rug hebben of ze krijgen dranghekkens over zich gekeild.
Ik kan me voorstellen dat zo’n agent zich vooraf wel wat mentaal opkrikt of misschien zelfs een pilletje neemt. Regisseur Jan Verheyen maakte er zelfs een vierdelige docu over, getiteld Fuck you, flik, vanaf morgen te bekijken op VRT Max. In een aflevering van De Afspraak (duidelijk beter sinds Schols daar weg is) komt ex-agente Kelly daarover getuigen. Ze vertelt onder meer hoe ze in Brussel tijdens zo’n betoging bewusteloos bleef liggen terwijl haar collega’s wegliepen en niet naar haar omkeken. Het duurde een uur voor er een ambulance kwam. Ook dat is de realiteit. Wie wil zich voor 1700 euro per maand in elkaar laten slaan ? Het korps is overigens totaal niet opgewassen tegen de drugsbendes die er hun territoriumoorlogen uitvechten, en de dood van agent Nordine op hun geweten hebben.

De lange mars
Betogen wordt beschouwd als een democratisch grondrecht. Men beoefent dat recht vooral omwille van de verhoopte camera’s, want pas dan krijgen de actie en de slogans nieuwswaarde. Ludieke acties – een syndicale specialiteit – of op de grond voor dood gaan liggen (populair bij klimaatbetogingen), het kan allemaal helpen, maar het zijn uiteindelijk de politie en de provocateurs die de show stelen.
De bakermat van dit straattheater is u allicht bekend : voor de Fransen is elke betoging een periodieke herdenking van de Grote Revolutie anno 1789. Een hoogtepunt daarvan vormden de meidagen van 1968. Naar het schijnt begonnen omwille van een futiliteit, iets met verboden bezoek van het andere geslacht op de studentenkamers. Dat testosteronmoment dijde uit tot een rebellie tegen het establishment, de burgerlijke moraal en het kapitalisme, waarna de vakbonden op de kar sprongen samen met professionele agitatoren genre Daniel Cohn-Bendit.
De haat/liefde verhouding met zij die ons beschermen én beteugelen, het is voor elk rechtgeaard burger een crux.
Ook toen was het kat-en-muisspel met de vermaledijde flics standaard : het waren noodzakelijke figuranten in het grote re-enactment. Na een maand was het gedaan, hield Charles de Gaulle een historische toespraak, en legden de studenten examens af. Om een diploma te halen en de ‘lange mars door de instellingen’ aan te vatten, met name de sleutelposten te bezetten van de maatschappij, om die te veranderen. Daar kwam natuurlijk niets van, ze namen de macht gewoon over. Bij ons verschenen ze als Teletubbies, aanstormende socialisten, waaronder ene Frank Vandenbroucke, voormalig trotskistisch militant.

Maar we wijken af. Het zijn moeilijke tijden voor vrijheidslievende mensen, het werd tijd dat ik er een boek over schreef. ‘De gendarmen gaan je pietje afsnijden als je op straat plast’, verwittigde mijn moeder zaliger toen ik vijf was. Meer was niet nodig om levenslang de arm der wet met gezond wantrouwen te bejegenen. De haat/liefde verhouding met zij die ons beschermen én beteugelen, het is voor elk rechtgeaard burger een crux. De spreidstand tussen flikken wantrouwen en beseffen dat ze nodig zijn; tussen enerzijds die geniepige flitsauto’s ontwijken dankzij Waze, en anderzijds het nummer 101 bij de hand hebben tegen dat we nachtelijk gemorrel aan de voordeur horen.
Zie heel deze column toch maar als een eerbetoon. Vandaag ben ik Nordine; tot morgen.

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent filosofie, tijdschriftuitgever, theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever. Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen. Sanctorum schuwt de controverse niet. Humor, ironie en sarcasme zijn nooit ver weg.
foto’s (c) Gazet van Hove.

