www.doorbraak.be
Francesca Van Belleghem en Lode Vereeck (Vlaams Belang) : ‘Niet de vraag óf er migratie is, maar welke migratie, bepaalt uiteindelijk de economische uitkomst.’
Francesca Van Belleghem is jurist en migratie-expert. Lode Vereeck is publiek econoom. Beiden zijn Kamerleden van het Vlaams Belang.
Francesca Van Belleghem en Lode Vereeck – foto © Vlaams Belang
Het is bijwijlen zielig hoe sommige academici hun wetenschappelijkheid overboord gooien om toch maar te kunnen pleiten voor meer migratie, en om migratiekritische partijen in een slecht daglicht te plaatsen. Zo zouden migranten ‘aanvankelijk’ amper een beroep doen op pensioenen en andere leeftijdsgebonden uitgaven, volgens dr. Willem Sas (KU Leuven en UHasselt). Precies dat ene woord legt de zwakke plek bloot in zijn budgettaire redenering. Wie vandaag als dertiger aankomt en werkt, draagt bij. Maar wie blijft, wordt ook zeventig en ouder. Er zijn evenwel ook dertigers die hier aankomen maar niet werken. En ook die worden zeventig en ouder.
De studie van Oxford Economics waarop Sas zich baseert, is een nuttige denkoefening. Ze schrapt vanaf 2026 alle toekomstige migratiestromen uit het basisscenario en berekent de gevolgen voor arbeidsaanbod, productiviteit en overheidsfinanciën. Dat een vergrijzend land sterker krimpt wanneer alle toekomstige migratie wegvalt, is logisch. Maar een extreem nulscenario zegt nog niet welke migratie economisch wenselijk is. Nulmigratie en selectieve migratie zijn niet hetzelfde.
Het echte debat gaat daarom niet alleen over hoeveel migratie er is, maar vooral over welke migratie. Precies daarover zegt een nulscenario weinig tot niets.

Levensloop
Wie wil weten welke migratie de schatkist versterkt en welke ze belast, moet verder kijken dan één begrotingsjaar, maar kijken naar kosten en baten over de hele levensloop : van aankomst tot remigratie of overlijden, met belastingen en bijdragen tegenover onder meer uitkeringen, zorg, onderwijs en pensioen. De Nationale Bank van België (NBB) waarschuwde in haar migratiestudie van 2020 dat haar fiscale analyse slechts een statische momentopname is. Dat de tweede generatie daarin gemiddeld meer lijkt bij te dragen dan autochtonen, schrijft de NBB uitdrukkelijk toe aan haar jongere leeftijdsstructuur. Bekijkt men alleen de actieve leeftijd, dan ligt haar bijdrage onder die van autochtonen.
Hooggeschoolde migranten kunnen niet als maatstaf dienen voor alle migratie
Berekeningen over de levensloop tonen vooral dat de verschillen tussen migranten groot zijn. Ook de NBB vindt grote verschillen naar opleiding en migratiemotief. Hoogopgeleiden uit westerse landen leveren de grootste economisch positieve bijdrage over hun levensloop. Voor laag- en middengeschoolden, gezinsherenigers en asielzoekers is het saldo negatief.
Sas verwijst dus terecht naar de productiviteitswinst van hooggeschoolde migranten, maar net daarom kan die groep niet als maatstaf dienen voor alle migratie. Opleiding, leeftijd bij aankomst, migratiemotief, loon en verblijfsduur bepalen mee de rekening. Economisch bestaat ‘de’ migrant niet.

Samenstelling
Voor België is dat geen academisch detail. UGent@Work berekende in 2023 voor niet-EU27-migranten tussen 20 en 64 jaar een werkzaamheidsgraad van 51,4 en 59,0 procent op basis van nationaliteit respectievelijk geboorteland, tegenover 76,5 procent bij niet-migranten. Professor arbeidseconomie Stijn Baert en zijn collega’s wijzen daarbij op de instroom zelf : landen die relatief meer migranten aantrekken voor werk of studie kennen doorgaans betere sociaaleconomische integratie dan landen waar vlucht en gezinshereniging zwaarder wegen. Wie het arbeidsaanbod wil vergroten, moet dus niet alleen naar nieuwe instroom kijken, maar ook naar de vele mensen die hier al wonen en niet werken.
Ook het talent dat we wél nodig hebben, komt niet vanzelf. Hooggeschoolden kiezen hun bestemming. De OESO noemt het complexe Belgische belastingstelsel en de relatief hoge personenbelasting expliciet als factoren die Vlaanderen minder aantrekkelijk maken voor internationaal talent. Dat België buitenlandse kaderleden en onderzoekers een bijzonder fiscaal regime aanbiedt, zegt genoeg : zelfs de fiscus erkent dat onze belastingdruk een concurrentienadeel is.

De politieke analyse die Sas schetst, is dus niet correct. Kritiek op massamigratie is niet hetzelfde als verzet tegen elke arbeidsmigrant. In het voorgestelde arbeidsmarktbeleid van het Vlaams Belang wordt eerst ingezet op een hogere werkzaamheidsgraad en productiviteit, en vervolgens ruimte gelaten voor hooggekwalificeerde, tijdelijke en complementaire arbeidsmigratie uit landen waarvan de positieve nettobijdrage aan onze schatkist bewezen is. Men kan die voorwaarden te streng vinden, maar een muur is het niet.
Het echte dilemma luidt daarom anders : Europa heeft talent nodig, moet meer mensen die hier al wonen aan het werk krijgen en moet zijn verzorgingsstaat betaalbaar houden. Dat vraagt selectie, activering en een eerlijke rekening over de hele levensloop. Niet de vraag óf er migratie is, maar welke migratie bepaalt uiteindelijk de economische uitkomst.


foto’s (c) Gazet van Hove .


