Het masterplan openbare verlichting bepaalt hoe de openbare verlichting de komende jaren wordt ingericht en beheerd. Daarbij zoeken we naar een evenwicht tussen (verkeers)veiligheid, leefbaarheid, verbruik en de bescherming van natuur en biodiversiteit.

Openbare verlichting is belangrijk.

Ze helpt weggebruikers om elkaar tijdig te zien, onder- steunt het veiligheidsgevoel en maakt het mogelijk om ook ’s avonds gebruik te maken van straten, pleinen en andere openbare ruimten. Tegelijk heeft kunstlicht ook een impact op de omgeving. Overmatige of verkeerd geplaatste verlichting kan hinder veroorzaken voor inwoners en kan het natuurlijke ritme van dieren en planten verstoren. Met het masterplan kiezen we daarom niet voor zoveel mogelijk verlichting, maar voor de juiste verlichting op de juiste plaats en op het juiste moment.

Niet elke straat heeft dezelfde verlichting nodig

Een woonstraat, een verbindingsweg, een schoolomgeving, een plein en een weg langs een natuurgebied worden niet op dezelfde manier gebruikt. Het masterplan deelt het grondgebied daarom op in verschillende deelruimtes. Voor iedere deelruimte worden passende uitgangspunten bepaald, zoals het gewenste verlichtingsniveau, de kleur van het licht, de hoogte en vormgeving van de lichtpunten, de momenten waarop verlichting op volle sterkte brandt en de mogelijkheden om de verlichting tijdens de nacht te dimmen of te doven. Op drukke verbindingswegen en in aandachtszones, zoals schoolomgevingen of complexe kruispunten, is veel licht nodig. In woonstraten wordt de verlichting meer afgestemd op de lagere verkeersintensiteit tijdens de nacht. In groene en ecologisch waardevolle gebieden zetten we dan weer sterker in op het beperken van kunstlicht. Het masterplan is dus geen beslissing om overal op hetzelfde uur de straatverlichting uit te schakelen. De gemeente maakt per omgeving een afweging tussen veiligheid, gebruik en de behoefte aan duisternis.

Veiligheid blijft een basisvoorwaarde

We kiezen niet voor zoveel mogelijk verlichting, maar voor de juiste verlichting op de juiste plaats en op het juiste moment.

Bij alle keuzes blijft de veiligheid van voetgangers, fietsers en bestuurders centraal staan. Goede verlichting helpt om andere weggebruikers, kruispunten, obstakels en gevaarlijke situaties tijdig waar te nemen. Meer licht betekent echter niet automatisch meer veiligheid. Verblinding, grote contrasten tussen sterk verlichte en donkere zones of slecht gerichte verlichting kunnen het zicht net bemoeilijken. Het masterplan zet daarom in op kwalitatieve, goed gerichte verlichting die is afgestemd op de functie van de omgeving. Ook het veiligheidsgevoel en de sociale beleving worden meegenomen. Straten, pleinen en publieke ruimten moeten aangenaam en bruikbaar blijven, zonder dat ze onnodig de volledige nacht maximaal worden verlicht.

katten zitten graag in het donker

Duisternis is belangrijk voor de natuur

Ongeveer de helft van de diersoorten in Vlaanderen is gebonden aan schemering of duisternis. Kunstlicht kan het gedrag, de voortplanting, de voedselvoorziening en de verplaatsingen van dieren beïnvloeden. Bij de opmaak van het masterplan werd daarom gebruikgemaakt van de duisternisbehoeftekaart van het Agentschap voor Natuur en Bos. Die kaart toont waar duisternis of schemering bijzonder belangrijk is voor de biodiversiteit. De kaart bepaalt niet automatisch waar alle verlichting moet verdwijnen. Ze is een hulpmiddel om gerichte keuzes te maken. Samen met Fluvius werd bekeken waar verlichting noodzakelijk blijft, waar ze kan worden gedimd en waar de natuurlijke duisternis zoveel mogelijk kan worden behouden. Zo krijgt duisternis, naast licht, een volwaardige plaats in het beleid voor de openbare ruimte.

De duisternisbehoeftekaart van het Agentschap voor Natuur en Bos toont waar duisternis en schemering belangrijk zijn voor de biodiversiteit. Veel dieren gebruiken de nacht om voedsel te zoeken, zich te verplaatsen of zich voort te planten. De kaart helpt ons bestuur om bij beslissingen over openbare verlichting rekening te houden met ecologisch gevoelige gebieden. Ze bepaalt niet automatisch dat de verlichting in een zone volledig wordt uitgeschakeld. Per locatie wordt bekeken hoeveel verlichting nodig is voor veiligheid en gebruik, en waar dimmen, doven of het behouden van duisternis mogelijk is. Stapsgewijze uitvoering

Veiligheid blijft een basisvoorwaarde, maar duisternis krijgt daarnaast een volwaardige plaats in het beleid voor de openbare ruimte.

Stapsgewijze uitvoering

Hove schakelt geleidelijk over naar energiezuinige ledverlichting. Nieuwe interactieve ledverlichting kan flexibeler worden aan- gestuurd dan de klassieke verlichting. De lichtsterkte kan op verschillende momenten van de nacht worden aangepast aan het gebruik van de omgeving. De omschakeling gebeurt gefaseerd. Daardoor kan het straatbeeld tijdens de overgangsperiode verschillen. Op sommige plaatsen kan interactieve ledverlichting al worden gedimd, terwijl oudere verlichting voorlopig nog op volle sterkte blijft branden.

Het masterplan vormt het kader voor toekomstige vervangingen, investeringen en aanpassingen. Concrete maatregelen worden stapsgewijs uitgevoerd, rekening houdend met de beschikbare technologie, geplande werken, verkeersveiligheid, lokale omstandigheden en de beschikbare middelen.

tel. 03 / 460 33 46 – mowv@hove.be –  www.hove.be/masterplan-openbare-verlichting .

foto’s (c) Gazet van Hove.