ECONOMIE
De winkelkar is de loep van de levensduurte.
Nieuws – door Frans Crols – www.doorbraak.be .

Het financiële vermogen van de Belgen is in het tweede kwartaal van 2026 met 69,7 miljard euro gestegen, tot 1.408 miljard euro. Dat blijkt uit cijfers van de Nationale Bank. Het is de stevigste buffer die een gezin heeft tegen de levensduurte. Steviger dan wat de Arizona-regering kan bieden. Want volgens het Internationaal Muntfonds is de duurdere winkelkar voor 70 procent het gevolg van internationale factoren. Toch krijgen de nationale politici kritiek, alsof zij de wereldeconomie besturen.
De Nationale Bank telt de waarde van spaargeld en beleggingen, zonder vastgoed, en trekt daar de schulden van af. De stijging komt vooral van het herstel van aandelen en obligaties. Die waren in maart gedaald door de campagne tegen Iran. De Nationale Bank zegt het uiteraard niet, maar er is weinig fantasie nodig om te zeggen dat het hier vooral om Vlaams vermogen gaat.
Van spaarboekje naar Bolero
Vijftig jaar geleden was de Vlaming een man of vrouw van het spaarboekje. Op een halve eeuw is dat gekeerd. Vandaag int hij de meerwaarde van aandelen en de opbrengst van goed renderende obligaties. Vlaamse initiatieven hielpen bij die ommekeer : Bolero van KBC, en voor het hogere echelon Bank Delen. Ook de financiële krant De Tijd en het economische magazine Trends speelden een rol. Een goed gevuld vermogen is een dam tegen een zure shopping.
In de taal van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez is de winkelkar de loep van de levensduurte. Die kar mag door de begroting van Arizona geen euro meer kosten. En zeker niet door gemorrel aan de btw op goederen of diensten. Het is een politieke belofte over iets wat de politiek maar voor een klein deel in handen heeft.

Een begrip uit 1912
De levensduurte is al meer dan een eeuw een economisch begrip. De smid ervan is de Amerikaan Irving Fisher van Yale University. In 1912 maakte hij een helder onderscheid. Enerzijds is er de gewone inflatie, wat hij een ‘mere rise in prices’ noemde. Anderzijds is er de stijging van prijzen die sneller gaat dan die van de inkomens. Alleen dat laatste is de echte ‘cost of living’.
Fisher zag stakingen, broodrellen en socialistische woelingen uit dezelfde bron voortvloeien. En hij merkte op dat die golfslag wereldwijd gelijkloopt.

Eten en energie als thermometer
Het IMF volgt Fisher 114 jaar later nog altijd op de voet. Het kijkt voor de levensduurte in de eerste plaats naar voedsel en energie. De reden is eenvoudig. Voor eten en brandstof bestaan nauwelijks vervangers. Bovendien schommelen die prijzen veel heftiger dan bijvoorbeeld die van de gezondheidszorg. Dat maakt ze tot een goede thermometer.
De levensduurte bereikte haar hoogste peil in 2007-2008, toen voedselprijzen en olieprijzen samen stegen tijdens de economische crisis. Een tweede piek kwam in 2022, na de Russische invasie van Oekraïne. Van de 85 landen die het IMF de voorbije 20 jaar volgde, kende 90 procent minstens één levensduurtecrisis.

Prijzen remmen of lonen optrekken
Wat kunnen beleidsmakers doen ? In ontwikkelingslanden kiest de overheid voor de helft voor het afremmen van prijzen en voor de helft voor het optrekken van lonen. In ontwikkelde landen is de verhouding 40 tegen 60. Het afremmen van prijzen gebeurt vaak via subsidies aan producenten. Dat begunstigt meteen ook de uitvoer, door de lagere verkoopprijzen.
Bij de schok van 2026 kozen overheden in 70 procent van de gevallen voor het temperen van de prijzen. Die keuze is begrijpelijk. Wie de levensduurte op haar beloop laat, riskeert zijn zetel. Ook al ligt de oorzaak voor het grootste deel ver buiten de eigen grenzen.
Frans Crols was hoofdredacteur en directeur van het economisch magazine Trends en na zijn 65 werd hij vrije pen van ’t Pallieterke, Tertio en Doorbraak.
foto’s (c) Gazet van Hove.

