FORUM

Willem-Gert Aldershoff : ‘In het Westen begrijpt men niet wat jonge moslims aangeleerd wordt : de islam is kerk én staat. Zorgvuldig onderzoek is nodig.’

Wat lezen islamitische jongeren in de literatuur die ze in boekenwinkels vinden ? Nauwgezet onderzoek is nodig, vindt Willem-Gert Aldershoff.

Het is hier al zo vaak geschreven : het kennisniveau over de islam in West-Europa is bedroevend, zowel bij de doorsneebevolking als bij politici. En dat is zorgelijk, gezien het groeiend aantal burgers met deze achtergrond waar waarden nogal eens schuren met onze democratische principes.

Onze beleidsmakers hebben de neiging zich te focussen op gewelddadige uitingen vanuit de islam zoals terroristen en geradicaliseerde jongeren. Maar ook vele kritische moslims vragen aandacht voor wat er in ‘doorsnee’ moskeeën wordt gepredikt en voor wat er wordt onderwezen in het naschools koran/islamonderwijs dat zoveel jongeren volgen, ook op voltijdse islamitische scholen.

Er is ook bezorgdheid over de literatuur, vaak in het Arabisch, die de vele islamitische boekwinkels aanbieden. Uit ervaring weten zij dat dit soort onderwijs een vruchtbare voedingsbodem vormt voor het zich eigen maken van een erg behoudende islam met waarden die botsen met de onze.

Curriculum

In Frankrijk en België verschenen de afgelopen jaren studies die zorgen baren. De Franse journalist Étienne Delarcher (een pseudoniem) voerde undercover gesprekken met leiders van een zeventigtal ‘doorsnee’ moskeeën en schreef daarover in 2024 een boek. Dat kwam met verontrustende getuigenissen over de verhouding man/vrouw, geloofsafvalligen en scheiding van kerk en staat. In datzelfde jaar verscheen in België het boek Allah heeft niets te zoeken in mijn klas. De auteurs Laurence D’Hondt en Jean-Pierre Martin  ‘… hadden niet gedacht dat de situatie zo ernstig was. Ons onderwijs wordt steeds meer door moslims in vraag gesteld’.

En eerder dit jaar publiceerde de Canadese onderzoekster Eilane Ellinger Het verborgen curriculum in islamitische scholen – van gebed tot sharia, een gedetailleerd overzicht van wat leerlingen op Engelstalige islamitische scholen aangeleerd krijgen via een lesprogramma dat in Dubai werd ontwikkeld. Hieronder wordt de schokkende inhoud verkort weergegeven.

Allah n'a rien à faire dans ma classe (ebook) | Jean-Pierre Martin, Laurence D'Hondt | Sociologie | 9789401443197 | Librairie Club

Sleutelboodschappen voor leerlingen van 17-18 jaar

De islam beschouwt zich als de ‘din’, een begrip dat bij niet-moslims doorgaans onbekend is. Het curriculum omschrijft din als ‘een systeem van geloven, een code voor het leven. Het betekent niet alleen de spirituele ontplooiing van het individu. Het omvat alle zaken die met een levenswijze te maken hebben, zoals… religie, wetten, handel, moraliteit, politiek, justitie, voedsel, drank, kleding – in feite alle aspecten van het leven die betrekking hebben op het denken en handelen van de mens. Dit is het meest fundamentele punt dat doorgrond moet worden om de islam te begrijpen want, in deze samenvattende betekenis, is religie het leven van een moslim.’

Sharia ‘is de goddelijke en eeuwige wet en is daarom volledig betrouwbaar.’

Uitgebreid wordt ook de islamitische wetgeving, sharia, uitgelegd. Moslims moeten die toepassen om din te kunnen beleven. Allah heeft daartoe ‘een pad, of wetten, onthuld gebaseerd op Zijn oneindige opperste wil.’ Die wil ‘mag niet door menselijke rede beoordeeld worden en moet volledig worden gehoorzaamd, zonder vragen.’ Daarbij hebben moslims de verantwoordelijkheid ‘om het ware geloof te verspreiden en de mensheid voor het hellevuur te beschermen’ en kan ‘zelfs de meest bekwame moslimgeleerde een duidelijke tekst uit de Koran niet overrulen’.

Sharia ‘is de goddelijke en eeuwige wet en is daarom volledig betrouwbaar. Het is de basisinstelling van islamitische beschaving (…) De islamitische wet geeft vorm aan de samenleving zelf.’

Superieur

Het leerplan benadrukt verder dat sharia geen persoonlijke vroomheid is, maar een plicht voor elke moslim: ‘(Sharia) is alomvattend, eeuwig, en superieur aan ieder systeem dat door de mens is gemaakt’. Daarom heet de islam ‘islam’. Het betekent immers ‘onderwerping’, aan Allah, aan zijn profeet Mohammed en aan de teksten van de Koran. Dat alles moet blind worden geloofd en gevolgd, en mag niet in twijfel worden getrokken.

Door dit islamitische lesprogramma maken studenten zich de volgende kernideeën eigen :

  1. De menselijke rede is geen betrouwbare bron voor het onderscheid tussen goed en kwaad – alleen de sharia kan dat.
  2. Mohammeds voorbeeld moet in alle opzichten worden gevolgd en sharia staat boven elke seculiere staat of grondwet.
  3. Het is de plicht van moslims om de samenleving in te richten op basis van het goddelijk recht.

Helaas is hier geen ruimte om alle zorgwekkende bepalingen uit de sharia weer te geven, daarom alleen enkele sprekende voorbeelden : de structurele ongelijkheid tussen man en vrouw; zware straffen voor moslims die de islam verlaten; zware lijfstraffen voor bepaalde misdaden zoals bv. overspel.

Fundamenteel verschil

Mensen die nog twijfelden aan het fundamentele verschil tussen godsdiensten als het christendom, hindoeïsme, sikhisme en jodendom enerzijds en de islam als ‘din’ anderzijds kunnen nu toch moeilijk dit fundamentele verschil niet zien : de islam is kerk én staat, en bepaalt concreet hoe de samenleving dient te functioneren.

Dit alles maakt duidelijk hoe belangrijk het is dat onze samenleving goed zicht krijgt op wat er ook in ‘doorsnee’ moskeeën wordt gepredikt, wat leerlingen meekrijgen in naschools islam/koranonderwijs en op reguliere islamitische scholen en wat islamitische boekwinkels aanbieden. Daarvoor is zorgvuldig onderzoek nodig. Alleen dan kan worden vastgesteld of alles in overeenstemming is met onze democratische waarden.

grote moskee van Brussel

Willem-Gert Aldershoff is analist internationale politiek

foto’s (c) Gazet van Hove.