door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Indien de begroting niet op orde raakt en de rentesneeuwbal begint te rollen, dan zal het uitsluitend Vlaanderen zijn die de rekening betaalt, zoals dat in het verleden altijd het geval is geweest. Econoom Geert Jennes legde recent de vinger op de wonde : Vlaanderen hoest sinds decennia de intrestlasten op van de federale schuld die door Franstaligen wordt veroorzaakt. Het gaat hier om tientallen miljarden euro’s aan extra transfers.

‘Rentesneeuwbal zou Vlaanderen tweede keer doen betalen voor Belgische staatsschuld.’ Dat was vorige week woensdag de kop van een vrije tribune van econoom Geert Jennes in De Tijd. Jennes is hoogleraar economie aan de Hochschule Osnabrück. In het verleden was hij verbonden aan het Leuvense onderzoeksinstituut Vives.
Jennes wijst er in zijn analyse op dat de intrestlasten op de stijgende schuld volledig door Vlaanderen worden betaald. En die factuur zal nog oplopen als de rentesneeuwbal begint te rollen. Pro memorie : de rentesneeuwbal ontstaat wanneer de rente op de staatsschuld hoger is dan de nominale groei (reële groei plus inflatie). Economen voorspellen dat die rentesneeuwbal vanaf 2029 begint te rollen, sommigen zeggen zelfs al vanaf 2028. In dat geval moet de overheid lenen om de intresten op de schuld te betalen.
Welnu, ook al gaat het hier om federale intrestlasten, eigenlijk is het Vlaanderen die deze betaalt. Bovendien worden de schulden en tekorten door Franstaligen veroorzaakt. Hoe komt dat ? Jennes legt het duidelijk uit in zijn vrije tribune : “Vlaanderen, het grootste en welvarendste deel van België, heeft al decennia een overschot binnen de federale begroting (de sociale zekerheid inbegrepen). Dankzij hun werkzaamheidsgraad van bijna 80 procent brengen de Vlamingen elk jaar meer belastingen op voor de federale begroting dan wat ze eruit terugkrijgen. Het kleinere Franstalig België daarentegen, met een werkzaamheidsgraad van niet eens 70 procent, brengt voor een veel groter bedrag dan het Vlaamse overschot jaar na jaar veel minder belastingen op dan dat het uitgaven uit de federale begroting weghaalt. Anders gezegd : het federale begrotingstekort wordt helemaal veroorzaakt door Franstalig België.”
In het verleden heeft Jennes daar al studiewerk naar bericht. En zijn conclusie is dat er naast de transfers via de financieringswet en de sociale zekerheid (samen al snel 7 miljard euro) ook nog de intrestlasten op de staatsschuld worden meegeteld.

De inzichten van Geert Jennes zijn wel sinds lang voorwerp van discussie. Hij telt de rentelasten op de staatsschuld mee in de Vlaams-Waalse transfers en zo komen we snel boven de 16 miljard euro uit. Want de tekorten op de begroting die de staatsschuld doen oplopen, worden zoals gezegd veroorzaakt door de deficits in Wallonië. In het verleden zijn er vaak debatten geweest of die intrestlasten al of niet moeten worden meegeteld. Ikzelf vond dat niet omdat het hier om een detaildebat ging. Het fundamentele probleem is dat Wallonië en Brussel veel te weinig bijdragen aan de sociale zekerheid. Daar zit de ‘crux’ van de transfers. Daarnaast nog eens over de intrestlasten beginnen, kan voor het grote publiek verwarrend overkomen.
Maar gezien de huidige precaire budgettaire situatie is het toch opnieuw relevant om het studiewerk van Jennes opnieuw mee te nemen in de begrotingsdiscussie. En dus in de transferberekeningen. Een vijftal jaar geleden schreef Jennes over dit thema een bijdrage in het boek ‘Vlaanderen betaalt’. Daarin staat dat Vlaanderen de voorbije decennia 5 tot 8 procent van het regionale Vlaamse bbp heeft opgehoest “louter door het bestaan van de Belgische staatsschuld”. Het gaat in euro’s van vandaag over 19 tot 31 miljard euro per jaar. Het is ingewikkeld, maar de berekening kan hier best vermeld worden. Jennes komt aan dat bedrag door het verschil te maken tussen de federale intrestlasten die Vlaanderen effectief heeft betaald (via grotere belastingopbrengsten) en de federale intrestlasten die Vlaanderen zou hebben moeten financieren op dat deel van de schuld dat Vlaanderen zelf heeft veroorzaakt.
“De Belgische federale schuld lijkt dus de échte kost van Vlaanderen”, aldus Jennes. Men noemt dit in het vakjargon een ‘opportuniteitskost’. Wat zou Vlaanderen met het aan België verloren geld allemaal niet hebben gedaan of kunnen doen ? Daarna volgt tussen haakjes : het gewoon teruggeven aan de eigen burgers.
En daarmee zitten we bij de essentie. Door de Vlaams-Waalse solidariteit, niet enkel in de sociale zekerheid, maar ook door de financiering van de schuld loopt de Vlaamse burger al decennia aanzienlijke belastingverlagingen mis. Op basis van de berekeningen van Jennes gaat dat om 4.500 euro per jaar. Een pijnlijke vaststelling tegen de achtergrond van aartsmoeilijke budgettaire onderhandelingen. Jennes komt tot een duidelijke conclusie in zijn vrije tribune : “In een onafhankelijk Vlaanderen zouden we hier niet over tekorten zeuren, maar op zijn Noors brainstormen over wat er het best met onze begrotingsoverschotten gebeurt.”
Tot slot : het is opbeurend dat Geert Jennes zich vanuit het buitenland in deze discussie mengt. Want in Vlaanderen is het met een vergrootglas zoeken naar academici die studiewerk verrichten rond de financiële wanverhoudingen tussen Vlaanderen en Wallonië. En als men zich toch over het thema buigt, is dat om de transfers weg te relativeren.


foto’s (c) Gazet van Hove.

