Hugo Claus is een icoon voor de anti-vlaamse culturo’s, maar was hij wel zo anti-Vlaams als gezegd wordt ? Kevin Absillis nuanceert dat.
Vereren de progressieven van Vlaanderen een foute halfgod ? Ja, Hugo Claus heeft veel meer sympathie, inlevingsvermogen en aandacht voor Vlamingen en flaminganten dan de voedstervaders, de oikofobe culturo’s, weten of willen toegeven. Hugo Claus had een boeiende verhouding met Vlaanderen en dat vertelt een zeer goede kenner van de schrijver in ‘t Pallieterke van vorige week : Kevin Absillis. Ik ondervroeg hem over zijn idool.
Wetenschappelijke Tijdingen is het tijdschrift van het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme (ADVN) en zijn voortrekker : historicus Frans-Jos Verdoodt. In het jongste nummer schrijven Kevin Absillis en Wendy Lemmens over Hugo Claus. Kevin Absillis schetst de échte Claus, niet de mythe van de anti-flaminganten. Hoe grondig hij Claus kent, bewijst zijn bekroonde, vuistdikke ‘Vechten tegen de bierkaai’ (2009) over uitgeverij Manteau, waar de auteur aanvankelijk geliefd was. Kevin Absillis (33) doceert moderne Nederlandse letterkunde en algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit Antwerpen en het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.

Is er begrip voor uw mening, vroeg ik in ‘t Pallieterke, over de jonge Claus bij de literaire goegemeente in Vlaanderen, die het imago van de zuivere kosmopoliet en zijn verzet tegen het bekrompen, achterlijke, fasciserende Vlaanderen voorrang geeft ?
‘David Van Reybrouck heeft bijvoorbeeld destijds positief gereageerd op het kerstessay dat ik eind 2012 schreef voor De Morgen en waarin ik Claus ook even opvoerde. In Van Reybrouck herken ik niet iemand die per sé de”zuivere kosmopoliet” wil uithangen – mij lijkt het dat hij op een serene manier respect vraagt voor een Belgische en een Vlaamse culturele eigenheid. In sommige van zijn essays, bijvoorbeeld in Pleidooi voor populisme, toont hij zich bovendien erg kritisch over het vrijblijvende kosmopolitisme van een hoogopgeleide, culturele elite. Hij staat daar trouwens niet alleen in : ook andere publieke, links gesitueerde intellectuelen zoals Tom Naegels of Geert Buelens, nemen afstand van het wellicht wat al te gemakzuchtige anti-nationalisme van een oudere generatie intellectuelen. Ze kijken vandaag op een genuanceerde manier naar de geschiedenis van de Vlaamse beweging.’

‘Dat is zo. Claus wijst de zoektocht naar een Vlaamse identiteit op zich niet af, of die naar een vorm van nationale geborgenheid. Wel waarschuwt hij voor de grote illusies die vaak met zulke zoektochten gepaard gaan. En de frustraties die het gevolg zijn van het in duigen vallen van die illusies. Daar heeft Claus voor willen waarschuwen. Er blijft ook, denk ik, een volksverheffer schuilen in de auteur.’
Is er dus een misverstand bij de culturo’s die hem adoreren als de perfecte anti-N-VA’er ?
‘Die uitspraken van Claus, zoals ook zijn anti-Belgische uitspraken, passen niet goed in het kraam van de “culturo’s” – een afschuwelijk woord is dat. Maar daarnaast heeft Claus natuurlijk ook uitspraken gedaan die wél in stelling kunnen worden gebracht tegen pakweg de N-VA. Het lijkt trouwens wel vast te staan dat Claus vandaag weinig sympathie zou hebben voor die partij. Hij zou ze economisch te rechts vinden en het gedweep met Vlaams-nationale symbolen waar sommige leden nog niet vanaf zijn, zou hij dwaas vinden, al zou hij voor de radde tong en de intelligentie van De Wever mogelijk wel respect hebben gevoeld. Als onderzoeker vind ik het hoe dan ook vooral mijn taak om de hele erfenis van Claus te bestuderen, niet alleen dat wat vandaag toevallig politiek recupereerbaar is.’
Zijn Hugo Claus en zijn bewonderaars ‘oikofoben’, om het begrip te gebruiken van een recent boek van Thierry Baudet, ‘Oikofobie’, waarin deze betoogt dat het bespotten, bekritiseren van de eigen geborgenheid, de eigen gemeenschap, een typische karakteristiek geworden is van het leeuwendeel van de Europese linkerzijde ?
‘Ik zou de kenners en bewonderaars van Claus zeker niet onder de noemer “oikofoben” plaatsen, zoals ook Claus geen “oikofoob” was. Wél wordt Claus’ literaire en intellectuele nalatenschap tegenwoordig gebruikt, of misbruikt als je wil, in politieke gevechten. Op zich heb ik daar geen bezwaar tegen : het houdt de belangstelling voor dat werk levendig. Maar voorwaarde is wel dat we dat werk ook blijven lezen natuurlijk. En daar schort het vandaag een beetje aan. De Claus van mensen als Guy Verhofstadt of opera-intendant Gerard Mortier dreigt een karikatuur te worden. Wat die oikofobie betreft : het werk van Baudet heb ik nog niet gelezen. Zelf heb ik de term ‘averechts nationalisme’ gemunt voor de neiging van (linkse) culturele elites om zich te distantiëren van een onaantrekkelijk natiebeeld dat ze zelf in hun fictie en in hun publieke vertoog creëren. Die neiging is sterk aanwezig in Vlaanderen, zeker de laatste jaren, maar uniek is ze niet. Andere onderzoekers hebben verhelderend geschreven over vergelijkbare complexen in Ierland en Italië. In dit verband wordt bijvoorbeeld wel eens van “inverted patriottism” gesproken, maar die term is in het geval van Vlaanderen en België ongeschikt. Spreken van een fobie lijkt me alvast te psychologiserend. Het lijkt me ook niet om een echte angst te gaan, meer om een vorm van al dan niet misplaatste schaamte – een term die overigens weer heel betekenisvol is in het literaire universum van Claus.’
Is de repressie traumatisch geweest voor Hugo Claus. U citeert in uw Manteau-boek Albert Westerlinck die haar ‘genadeloos, bestiaal’ noemt ?

Een en ander neemt niet weg dat de repressie voor de betrokkenen uiteraard bijzonder traumatisch moet zijn geweest, zij het dan wellicht niet zozeer de officiële, gerechtelijke vervolging als wel de spontane bestraffing en aanranding van echte of vermeende collaborateurs meteen na de bevrijding. Claus heeft over de volkswoede na de bevrijding en de mishandeling van ‘zwarten’ aangrijpend getuigd in zijn meesterwerken Het verdriet van België (1983) en De verwondering (1962) – reden te meer trouwens om de auteur alvast géén eenzijdigheid aan te wrijven.’
Frans Crols – www.doorbraak.be

