Een aantal woorden en begrippen waarmee u dit jaar geconfronteerd zal worden
Het leidt geen twijfel dat u ook dit jaar overspoeld zal worden door de politiek correcte “new speak” die ons langs alle mogelijke kanalen door de heersende ideologie zal opgedrongen worden. Dat jargon zal zoals altijd bestaan uit een aantal woorden en begrippen waarvan sommigen al een tijdje in gebruikLees verder

Allochtoon : een term die al een tijdje meegaat en waarop stilaan sleet komt. Ondertussen mag hij wel beschouwd worden als het voorlopig einde van een lange evolutie die bij ‘vreemdeling’ startte. Die ‘vreemdeling’ werd na een tijdje een ‘gastarbeider’, daarna een ‘migrant’, een ‘mede-Vlaming’, dan iemand uit een ‘etnisch culturele minderheid’ en is dus nu voorlopig een ‘allochtoon’. Want vermits al die benamingen na een tijdje vervangen werden omdat ze mogelijkerwijze ‘pejoratief’ konden overkomen, is er geen reden om te denken dat dit uiteindelijk ook voor’ allochtoon’ niet het geval zou zijn. In Gent is het al zover, vermits die term verbannen werd uit de woordenschat van de stedelijke administratie. Het woord werd zelfs door burgemeester in het Baudelopark officieel begraven. Het stadsbestuur heeft het vervangen door ‘Gentse Turk’, ‘Gentse Noord-Afrikaan’, enz... Het vergat echter mede te delen of het woord ‘allochtoon’ toch nog gebruikt wordt wanneer het mensen betreft die niet in Gent wonen. Maar gezien de universele roeping van het huidig bestuurscollege van de Arteveldestad zal hieraan wel binnenkort een mouw worden gepast.
Antipolitiek : Een woord dat plots ontstond na de verrassende verkiezingsoverwinning van het VB op 24 november 1991. Niemand wist van waar het kwam of wie het had uitgevonden, maar in de eerste jaren na “zwarte zondag” (ook new speak) werd er zowel in de politiek als in de media veelvuldig gebruik van gemaakt. Daarna geraakte het stilaan onder de radar. De laatste tijd duikt het echter regelmatig weer op. Als u zou denken dat het woord betrekking heeft op mensen die met politiek niets willen te maken hebben, bent u volledig verkeerd. Antipolitiek is een terminologie die voorbehouden is voor mensen die een politieke mening huldigen die afwijkt van deze van de heersende ideologie, dit met de bedoeling ze uit het democratisch debat te bannen. In kerkelijke termen zouden ze ketters zijn.
Belgische djihadist : er is geen ontkomen aan, een radicale moslim die vanuit ons land vertrokken is om in Syrië of Irak aan de kant van IS te gaan vechten, mag alleen zo genoemd worden. Van zijn oorspronkelijke nationaliteit mag absoluut geen gewag worden gemaakt. Of hij de Belgische nationaliteit verkregen heeft of niet, is ook van geen enkel belang. Hij is van hier vertrokken en dus is hij Belg en uiteraard nooit een allochtoon.
Fascisme : een evergreen van het zuiverste water. Het woord werd zo vaak gebruikt dat het helemaal geen betekenis meer heeft. Er mag trouwens van uitgegaan worden dat zij die het overal menen te zien opduiken, weinig of niets van het historisch fascisme afweten. Een Franse denker zei ooit dat iedereen wel eens de fascist van iemand anders is geweest. M.a.w. het is gewoon een scheldwoord dat intellectueler klinkt dan andere en dat net zoals de “reductio ad Hitlerum” een ultieme redding biedt voor wie over geen enkel ernstig argument beschikt om een politieke tegenstander de mond te snoeren.
Islamofobie : deze term is niet nieuw maar zal ongetwijfeld nog lange tijd in zwang blijven. Het woord werd een decennium terug in Teheran naar aanleiding van een radicaal islamitisch congres uitgevonden. Het werd zeer snel gretig overgenomen door al wie zich in het westen links progressief noemt om het naar het hoofd te slingeren van al wie de lef heeft om zich kritisch over de islam uit te laten. Zij die dat doen, beseffen niet dat een fobie een psychiatrische ziekte is en dat ze zich hiermee op het pad begeven van de vroegere communistische Sovjet-Unie waar dissidenten in psychiatrische instellingen werden opgesloten.








