Links en Belgisch, de ezel en de steen ?
In een artikel op De Wereld Morgen “Links en Vlaams, de tang en het varken ?” stelt de Leuvense filosoof Thomas Decreus dat binnen de huidige machtsconstellatie in de Belgische staat het onmogelijk is om op een consequente manier links-flamingant te zijn. Vooraf willen we opmerking dat Decreus zijn bijdrageLees verder

Vooraf willen we opmerking dat Decreus zijn bijdrage begint met het gebruik van vrij duidelijke politieke begrippen als conservatisme, nationalisme en neoliberalisme. Gaandeweg worden die echter vervangen door het containerbegrip “rechts” dat dan zou moeten staan voor zowel conservatief, (neo-)liberaal als nationalistisch. Daar tegenover zou dan “links” staan dat anti-conservatief, anti-(neo-)liberaal en anti-nationalistisch zou zijn. Maar Decreus voert zelf aan dat (neo-)liberalisme strijdig is met nationalisme en conservatisme. Door deze drie begrippen samen onder te brengen in het concept “rechts” doet hij aan begripsvervuiling en vervalst hij het debat.

Natuurlijk zal de kracht die de doorbraak naar de onafhankelijkheid realiseert in een belangrijke mate haar stempel drukken op dat onafhankelijke Vlaanderen. Een reden te meer om er voor te zorgen dat het een anti-liberale, anti-kosmopolitische, anti-imperialistische, linkse kracht is. De strijd tegen de Belgische reactie en haar Europese terugvalbasis is nog lang niet gestreden. Zelfs de volgens Decreus “verbeten ideologische najagers van de droom van een Vlaamse onafhankelijkheid” geven België nog minstens vijfentwintig jaar. Het is dus nog niet te laat om effectief een links Vlaams-nationaal front te vormen. Recente cijfers uit de opiniepeiling van Ipsos in opdracht van Le Soir en De Morgen spreken voor zich : 55% van de Vlamingen willen een eigen Vlaamse sociale zekerheid, 72% van de Vlamingen willen behoud van de automatische loonindexering. Iedere partij die daaraan prutst zal daar bij de verkiezingen ook op afgerekend worden. Wij zien niet in welke historische overwinningen van de arbeidersklasse in deze constellatie zouden opgeofferd worden.
Tweemaal heeft de Vlaamse arbeidersbeweging de kans laten liggen om de slagkracht van het Vlaamse bewustzijn en de Vlaamse emancipatiebeweging te laten samenvloeien met die van de arbeidersbeweging. Een eerste maal in de decennia voor de Eerste Wereldoorlog. Gebiologeerd door de mogelijkheid om een sociaal-reformistische politiek binnen het Belgisch kader te voeren en geïndoctrineerd met de idee dat het Frans de unieke taal van de Verlichting is – alsof er geen Aufklärung of Enlightenment bestond - heeft de socialistische arbeidersbeweging in Vlaanderen toen geweigerd de leiding te nemen van de Vlaamse Beweging. Een deel van de daensistische Beweging, met name de groep rond Hector Plancquaert, heeft die kans wel proberen grijpen maar kon ze niet grijpen zonder frontaal in botsing te komen met de hiërarchie van de Katholieke Kerk en dat werd haar noodlottig. Hierdoor werd de leiding van de Vlaamse Beweging overgelaten aan de groeiende klasse van kleinburgerlijke intellectuelen die haar uiteindelijk zou leiden in rechts-autoritaire vaarwaters en de collaboratie met Nazi-Duitsland.

![vsblogo[1]](http://www.gazetvanhove.be/wp-content/uploads/2014/02/vsblogo1-295x60.gif)









