Militaire operaties zijn lang niet altijd humanitair
Vanwege de eerder kleine omvang van het ‘nieuwe’ Belgische leger wekt het verbazing bij hoeveel operaties het is betrokken. Meestal gaat het om het regiment Paracommando. Dat is opgegaan in de zogenaamde Lichte Brigade, bestaande uit de 2 bataljons Paracommando en een licht infanteriebataljon. Hieraan zijn ook enkele kleine eenhedenLees verder



De berichten over buitenlandse operaties zijn eerder zeldzaam, vaag en meestal onvolledig. Vooral de paracommando’s hebben er na hun Afrikaanse periode in Congo en Ruanda-Urundi uitgevoerd, de meesten onder een andere vlag. De Verenigde Naties zijn de onbetwistbare koploper, maar er werden en worden ook regelmatig missies in opdracht van Europa volbracht. De NAVO-interventie in Afghanistan is een geval apart, omdat het gaat om een puur militaire tussenkomst. We kunnen enkel maar hopen dat er nog een humanitair luik zal volgen. Ook de operaties in de Balkan waren een vreemde eend in de bijt, omdat de opdracht daar van dag tot dag veranderde.
Na de Congolese onafhankelijkheid in 1960 waren de verhoudingen tussen Congo en België op zijn minst genomen zeer gespannen. Het duurde tot 1964 voor er weer sprake was van een dooi, vooral omdat Mobutu zich zoals voor ook na zijn staatsgreep omringde door Belgische hoge officieren – hun aandeel in zijn staatsgreep zal wel nooit aan het licht komen. In dat jaar 1964 sloten België en Congo de eerste PPM-overeenkomst, waarbij PPM staat voor ‘Programme de Partneriat Militaire’.






