De soldaat verdwijnt wel uit de oorlog, de oorlog niet uit de soldaat
Dinsdag 4 mei 1915. Bij een kapelletje in Pollinkhove staat een net 20-jarige soldaat geblinddoekt. Hij krijgt van de aalmoezenier laatste kruisteken op het hoofd. 12 militairen laden hun geweer, richten en vuren. Het vuur is niet gericht op de vijand; de soldaat kreeg geen laatste zegen voor een zelfmoordaanvalLees verder

Initiële symptomen van oorlogstrauma zijn onder andere zenuwtics, angstaanvallen en wat de Britten de thousand yard stare noemden . Houdt het trauma aan, dan kan de diagnose PTSS gesteld worden. Het effect van PTSS is dat de soldaat niet meer normaal kan functioneren. Hoezeer hij ook zijn kameraden wil bijstaan, hij wordt weerhouden door een mentale blokkade – vaak opgeworpen door één bijzonder schokkende gebeurtenis die als druppel de emmer heeft doen overlopen, zoals bij Vandenbosch met de dood van 2 kameraden. Die blokkade kan zich uiten in bijvoorbeeld het onvermogen te spreken of te slapen.
Een versterkende factor van de traumatisering was het gebrek aan goede opleiding en de jonge leeftijd van de soldaten. De minste kans op blijvend psychisch letsel loopt een militair die wat ouder is, relatief lang en intensief getraind heeft en een hechte band heeft met zijn eenheid. PTSS komt dan ook het minst voor bij commando’s, zo blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse leger. Bij hen zijn deze drie voorwaarden meestal aanwezig.










