Een woonzorgcentrum is een mensenrecht
‘Bij een tweede golf van covid-19 moeten we erop toezien dat we niet elk van de 80.000 bewoners in eenzame afzondering opsluiten’, stelt Lorin Parys op standaard.be. ‘Schaf de woonzorgcentra af, ze schenden de mensenrechten’, schreef gerontoloog Peter Janssen (De Standaard 2 juli). Het was best een prikkelend stuk, maar hetLees verder

Net als vele honderden vrijwilligers van het Rode Kruis heb ik tijdens de coronacrisis de handen uit de mouwen gestoken in een woonzorgcentrum. Het was een ontnuchterende ervaring en een les in nederigheid. Ik mocht ontbijt serveren, kamers opruimen, lakens verversen en helpen met het eten. Iedereen, behalve de bewoners met dementie, zat toen al vijf weken geïsoleerd op zijn kamer. Dat betekent vijf weken geen bezoek, geen voet op de gang, geen gesprekje met een buur en geen activiteiten.
Ook aan de permanente vorming schortte er iets. Tijdens een briefing gooide een personeelslid de thermometer waarmee ze net de koorts van een bewoner had gemeten op tafel. Een collega vroeg of ze die ging ontsmetten. ‘Ah, op de derde verdieping waar ik normaal gezien werk, hoeft dat niet’, was het laconieke antwoord.
En wanneer een tweede golf van covid-19 zou komen, moeten we erop toezien dat we niet elk van de 80.000 wzc-bewoners in eenzame afzondering opsluiten, wegens een lokale infectiehaard. Het nieuwe normaal moet flexibel en op maat zijn, one size fits none. Met een systeem van kleurcodes zoals de minister van Onderwijs heeft ingevoerd, kunnen we ook in de zorg duidelijkheid creëren. Het beleid moet daarom met de experten van de GEES en de sectoren een systeem uitwerken op basis van het lokale risiconiveau. Groen betekent dat het risico op besmetting bijna onbestaande is. Bij niveau geel is het lokale risico laag, bij oranje matig en bij rood hoog. Afhankelijk van de kleurcode in een zone verscherpen of versoepelen we de maatregelen en bezoekregelingen.








