door Karl Van Camp in ’t Pallieterke .
Het zal u nu niet verbazen als ik zeg dat 21 juli voor mij geen feestdag is. Het is een vakantiedag en daarmee is alles gezegd. De Vlaamse regering is een eindsprint begonnen om van 11 juli ook een vrije dag te maken. Doel : volgend jaar elke Vlaming een vrije dag op de Vlaamse feestdag.

Daarmee wordt dan toch een aloude eis van de Vlaamse Beweging gerealiseerd. We zitten wel eens op de kap van Jan Jambon, maar als ’t goed is, zeggen we het ook. Maar opgelet : nog niet te vroeg juichen. De uiteindelijke beslissing om van 11 juli een vrije dag te maken, is een federale bevoegdheid en het is een Franstalige minister, in casu minister Pierre-Yves Dermagne (PS), die een koninklijk besluit in die zin moet uitwerken.
Het toont nogmaals aan hoe ingewikkeld de staatsstructuur van dit landje is. Het erkennen van de Vlaamse feestdag als een betaalde vrije dag is natuurlijk louter symbolisch. Ook vandaag al hebben immers honderdduizenden mensen een vrije dag op 11 juli. Denk maar aan de onderwijssector en aan de bouwsector. Veel belangrijker is het om op die dag sensibilisering te brengen rond Vlaamse identiteit en Vlaamse bewustwording.

Baert-doctrine
Enkele dagen geleden vernam ik het overlijden van advocaat Frans Baert, 96 jaar oud en een van de oprichters van de Volksunie. Baert was niet alleen een vakman als advocaat, maar ook een politicus met dossierkennis. In 1977 kon hij minister van Justitie worden, maar koning Boudewijn stelde toen zijn veto. De koning vreesde dat Baert amnestie zou doordrukken. Denk nooit : het Belgische koningshuis doet niet aan politiek, heeft geen macht en is een puur protocollaire instelling. In praktijk is het net omgekeerd.
Frans Baert ligt ook aan de basis van de naar hem genoemde Baert-doctrine. Het houdt een stap-voor-stapstrategie in op weg naar Vlaamse onafhankelijkheid via staatshervormingen. Elke staatshervorming moet voor hem aan drie voorwaarden voldoen eer men ermee mag instemmen : het moet een aanzienlijke stap zijn in de richting van meer zelfstandigheid, het mag verdere stappen niet onmogelijk maken en er mag geen onredelijke prijs voor betaald worden.

Visies
België als land functioneert niet meer. Noord en zuid hebben duidelijke andere visies op economie, justitie, werk, energie, pensioenen, enzovoort. Iedereen met een beetje gezond verstand beseft dat een volgende grondige staatshervorming zich opdringt. Die wordt voorbereid door minister Annelies Verlinden (cd&v) en dat feit alleen al boezemt me niet direct veel vertrouwen in. Misschien moet Verlinden maar eens beginnen met de Baert-doctrine boven haar bed te hangen.
Het feit dat Alexander De Croo een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken aanvaardt die de taal van de meerderheid in dit land niet spreekt, is tekenend. Het feit dat Bouchez haar voordraagt, goed wetende dat dat gebrek aan taalkennis de Vlamingen stoort, is tekenend.
En wat de Baert-doctrine betreft, ik zou graag de laatste lijn veranderen. Schrap het woord ‘onredelijke’ en maak ervan: “Er mag geen prijs voor betaald worden”. Om het met de VU-slogan uit 1977 nog eens te herhalen: “Gedaan met geven en toegeven”. Maar laten we het nu menen…


Foto’s (c) Gazet van Hove.

