door Jan Huijbrechts in ’t Pallieterke .

Je kon er de laatste maanden écht niet naast kijken. Of het nu ging over tijdens de koloniale periode uit Congo ontvreemde artefacten of het spraakmakende boek van onderzoeksjournalist Geert Sels over nazi-roofkunst… Roofkunst is ‘in’… Het is dan ook ietwat vreemd dat het intussen oorverdovend stil blijft wanneer het over de kunst gaat die in de loop der eeuwen uit onze gewesten werd geroofd door vreemde bezetters. Dit gebeurde op een nooit eerder vertoonde schaal en systematisch tijdens de Franse bezetting (1794-1814).
Drie commissies trokken in het spoor van de Franse legers meteen na de slag bij Fleurus (26 juni 1794) onze contreien binnen om ‘alle monumenten, alle rijkdommen, alle kennis betreffende de Kunsten en Wetenschappen te verzamelen, om de Republiek ermee te verrijken’. Ze werden aangestuurd door de Parijse kunsthandelaar Lebrun – een groot kenner van de Vlaamse barokschilderkunst – die zich op zijn beurt liet inspireren door de culturele reisgids ‘Voyage Pittoresque de la Flandre et du Brabant’ die Jean-Baptiste Descamps in 1769 had gepubliceerd. Met deze gids in de hand stroopten de commissieleden, waaronder de bekende architect en schilder Charles de Wailly en tekenaar Pierre-Jacques Tinet, stad en land af op zoek naar waardevolle buit. Volgens Tinets rapport liet hij 73 kunstwerken in beslag nemen. Maar daar hield het niet bij op.

De ontvreemding van kunstvoorwerpen uit onze gewesten blijft helaas nog al te vaak onder de radar
De commissie waarin de kunstschilders Jacques-Luc Barbier en Antoine Léger zetelden maakte het nog bonter. Zij begonnen hun missie in Antwerpen op 31 juli 1794. Daar namen ze in amper een week tijd ongeveer 50 schilderijen in beslag. Van daaruit ging het verder naar onder meer Mechelen, Lier, Brussel, Leuven, Aalst, Gent en Brugge waar ze nog eens een veertigtal werken roofden. De geroofde kunst werd verzameld in Brussel van waaruit tussen september 1794 en februari 1795 niet minder dan zeven transporten richting ‘la douce France’ vertrokken…

Louvre
Het gros van deze werken belandde in het Louvre. Daar hangen vandaag nog steeds een ‘Laatste Oordeel’ van Jacob Jordaens, twee doeken van Frans Francken en een ‘Kruisiging’ van Caspar de Craeyer. Maar ook elders in Frankrijk kan men geroofde werken terugvinden. ‘Het visioen van Dominicus’ van de hand van Pieter Paul Rubens bijvoorbeeld hangt in het Musée des Beaux Arts in Lyon. Een ander werk van hem is in Rijsel terug te vinden. ‘De miraculeuze visvangst’, een ander topwerk van Caspar de Craeyer, hangt eveneens in Rijsel, terwijl de ‘Sint-Sebastiaan’ van Wenceslas Co(e)bergher, dat uit de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal was gestolen, nu in het Musée des Beaux Arts in Nancy te vinden is. In Caen hangt een Antoon Van Dyck, en voor een fraaie Otto Venius moeten we in Bordeaux zijn.
De Franse troepen pasten later overigens hetzelfde recept toe in bijvoorbeeld Italië en Egypte, waarvan de obelisk van Luxor op de Place de la Concorde in Parijs een blijvende getuigenis is. Waar er wereldwijd wel aandacht werd en wordt besteed aan de roof van kunstwerken uit Italië en Egypte, bleef en blijft de ontvreemding van kunstvoorwerpen uit onze gewesten helaas nog al te vaak onder de radar. Een klein deel van de geroofde kunst en artefacten werd na de val van het keizerrijk in 1815 door Willem I gerecupereerd, maar daarna werd het doodstil in dit dossier.
Geen opvolgingscommissie
Pas in 2015 liet toenmalig staatssecretaris Elke Sleurs het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium een inventaris opstellen met 188 geroofde kunstwerken. Na een verkennend juridisch onderzoek werd er – jammer genoeg – geen verder gevolg aan gegeven door bijvoorbeeld een opvolgingscommissie in het leven te roepen. Blijkbaar beschouwde men dit op federaal niveau als een eindpunt, terwijl dit in het feite het beginpunt zou moeten zijn van een breed debat over de restitutie van de Franse roofkunst. Voor Vlaams Parlementslid Filip Brusselmans, die dit dossier al sinds zijn aantreden volgt, is de maat nu vol. Enkele dagen geleden werd door het Vlaams Belang en dit zowel in het Vlaams Parlement als in de Kamer een voorstel van resolutie ingediend waarin wordt aangedrongen om alsnog een commissie in het leven te roepen die middels bilateraal overleg met Frankrijk tot een restitutie van deze roofkunst moet komen.

Restitutie is immers een haalbare kaart. In 1993 gaf toenmalig president Mitterrand één kostbaar manuscript dat tijdens een Franse strafexpeditie in 1867 uit een koninklijk archief in Korea was geconfisqueerd, terug aan Zuid-Korea. In november 2018, na de publicatie van een vernietigende studie door de kunsthistorica Bénédicte Savoy en de Senegalese auteur Felwine Sarr, kondigde de Franse staat aan bereid te zijn om geroofd Afrikaans cultureel erfgoed, onder meer uit Benin, terug te geven. Niets belet met andere woorden ook de teruggave van roofkunst uit onze contreien …

foto’s (c) Gazet van Hove & wikipedia – cover : Opera van Lille/Rijsel.

