door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .

Met veel bravoure kondigde eerste minister Alexander De Croo (Open Vld) aan dat hij vorig weekend binnen de regering tot een akkoord zou komen over een taxshift met lagere lasten op arbeid en meer koopkracht. Maar Vivaldi reed zich door de interne tegenstellingen opnieuw vast. Gelukkig maar, want er zat wellicht opnieuw een anti-Vlaamse fiscale hervorming aan te komen. Dit dossier wordt best naar een volgende regering doorgeschoven. En dan een mét een Vlaamse meerderheid.

Het lijkt met de moed der wanhoop dat minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) pogingen onderneemt om voor het zomerreces toch te landen met een fiscale hervorming. Al meer dan een jaar heeft hij een blauwdruk klaar. Lagere lasten op arbeid zijn de eerste pijler. Het belastingvrij minimum wordt opgetrokken (dat deel van het loon waar je geen belastingen op moet betalen) en het zal langer duren vooraleer je in de belastingschijf uitkomt. De logica zelve.

De Vlamingen zouden de kas van consumptiebelastingen verhoudingsgewijs meer spijzen dan de Walen

Frankrijk

In België kom je al met een jaarlijks belastbaar inkomen van 23.900 euro in de 45 procentschijf van de personenbelasting terecht. Meer dan 41.300 euro op jaarbasis wordt aan 50 procent belast, het hoogste tarief. Dat is extreem veel. We gaan hier eens niet de vergelijking maken met referentielanden Nederland en Duitsland. Wel met zuiderbuur Frankrijk, toch bekend als een van de EU-staten met een relatief hoge fiscale druk. Welnu, daar word je pas aan 74.546 euro aan 41 procent belast. Er is in Frankrijk ook een tarief van 45 procent en dat bereik je pas met een belastbaar jaarinkomen van meer dan 160.000 euro. Bijna vier keer meer dan de Belgische grens voor dat tarief. Akkoord, hier bestaan zeer veel aftrekposten, maar zelfs wie er royaal gebruik van maakt, zal nooit in de situatie terechtkomen dat men aan het einde van de rit minder belastingen moet betalen dan in Frankrijk.

Dat het voorstel van Van Peteghem om de belastingen via deze weg te verlagen overal applaus kreeg, of toch bijna overal, is dus perfect te begrijpen en is zelfs toe te juichen. Ook en vooral in Vlaanderen waar de inkomens verhoudingsgewijs hoger liggen en er ook meer mensen aan de slag zijn (76 procent tegen 66 procent in Wallonië en Brussel). Want de fiscale hervorming moet vooral de werkenden ten goede komen.

Andere belastingen

Het probleem zit ’m echter in de manier waarop die belastingverlaging gefinancierd moet worden. Voor deze linkse coalitie zijn uitgavenbeperkingen taboe. En dus moet men op zoek naar andere en hogere belastingen. Daarover bestaat er binnen Vivaldi geen eensgezindheid, om het zacht uit te drukken. Socialisten en Groen/Ecolo willen hogere vermogenstaksen, allerlei fiscaal aantrekkelijke verloningsvormen (groepsverzekering, maaltijdcheques,…) moeten zwaarder worden belast. En liefst mag de btw op een aantal consumptiegoederen niet omhoog. Wat dat laatste betreft, staan zowat alle regeringspartijen, cd&v uitgezonderd, op de rem. De Franstalige liberalen van de MR vinden dan weer dat men moet afblijven van de vermogensfiscaliteit.

Dat leidde vorig weekend tot een blokkering tijdens de onderhandelingen. De ideologische tegenstellingen zijn gewoon té groot. En dus kreeg het optimisme van De Croo een stevige knauw. Een fiscale hervorming die naam waardig zit er niet aan te komen. Misschien ergens een soort van afgezwakte of magere versie voor de galerij, net voor het zomerreces dat op 21 juli begint. Het bewijs dat Vivaldi niets meer gedaan krijgt.

Een fiscale hervorming die naam waardig zit er niet aan te komen

Fundamenteel probleem

De vraag is of we dat wel erg moeten vinden. Beter geen beleid dan een slecht beleid, want aan het einde van een geslaagd overleg zou al snel duidelijk worden dat dit een anti-Vlaamse fiscale hervorming is. Niet aan de kant van de belastingverlagingen uiteraard. Wél wanneer we de mogelijke nieuwe of hogere belastingen onder de loep nemen. Die zullen vooral door de Vlamingen worden betaald. De btw is natuurlijk een algemene consumptiebelasting, die laten we buiten beschouwing. Al zouden we kunnen stellen dat de Vlamingen deze kas van consumptiebelastingen verhoudingsgewijs meer spijzen dan de Walen. Dankzij de betere koopkracht.

Het fundamentele probleem situeert zich echter elders. Bij een hogere belasting op effectenrekeningen, bij een minder interessante beleggersfiscaliteit, met het extra belasten van bedrijven via de minimumbelasting en de afbouw van fiscale voordelen die vooral start-ups en de durfkapitaalsector raken. Het gros van al die bedrijven of burgers met vermogen die deze belastingen betalen, tot 70 procent van de bevolking of de vennootschappen, woont in Vlaanderen. Daar is nu eenmaal meer roerend vermogen.

Opsparen

Met een Franstalige meerderheid en Vlaamse minderheid in de federale regering is het dan ook gemakkelijker om zulke taksen op te leggen als de eigen achterban er weinig van zal voelen. Daarom spaart Van Peteghem op zijn minst de interessante onderdelen van zijn fiscaal hervormingsplan op voor een volgende regering en een volgend formatieconclaaf. Wanneer er wel een Vlaamse meerderheid aan tafel aanschuift.

Foto’s (c) Gazet van Hove.