door Koen Elst in ’t Pallieterke .

Elke geschiedkundige is vertrouwd met het onderwerp van dit boek, de macht van het verleden : het politiek gebruik van de geschiedenis. De Nederlandse historicus Ivo van de Wijdeven heeft enkele goede vaktechnische studies op zijn naam, en ook dit werk van algemeen belang bevat een origineel feitenrelaas. Naast algemene beschouwingen en beknopte stukken over andere landen wijdt het forse hoofdstukken aan geschiedenismanipulatie in Rusland, Polen, Turkije, China en het Verenigd Koninkrijk. Wie de politiek gevoelige hoofdstukken uit de geschiedenis van die landen wil leren kennen, kan hier zeker terecht.

Verhelderend is onder meer de soms spitsvondige aaneenschakeling van antieke en recente geschiedenis, vooral in het vijfduizendjarige China. De Communistische Partij belichaamde destijds een radicale breuk met het verre confuciaanse en modernere Guomindang-verleden, maar beklemtoont vandaag juist de continuïteit van de nationale geschiedenis.
Voor Turkije en China is het verhaal objectief en voor niet-specialisten gewoon heel leerrijk. Geen kwaad woord over communisten en moslims, zo wil de tijdsgeest. De toon is echter onbeschroomd partijdig voor de Europese landen (en India), een inbreuk op de vakregel ‘sine ira nec studio’, ‘zonder afkeer noch voorkeur’. Weinigen zullen er moeite mee hebben dat Vladimir Poetin hier als grote boze wolf neergezet wordt, en ook Slobodan Milošević, Jaroslaw Kaczynski en Viktor Orbán blijven hier boemannen.

Samenvallende kritieken
Aandachtige lezers zullen echter opmerken dat een aantal geschiedkundige kritieken door Poetin op zijn buurlanden eigenlijk samenvallen met Van de Wijdevens eigen kritieken. Zo geeft hij toe dat Poetin een aantal documenten uit de Hitlerjaren gebruikt om aan te tonen dat Polen toen heus niet zo onschuldig was (bijvoorbeeld deelname aan Hitlers verdeling van Tsjechoslowakije, of pogroms zelfs na de Bevrijding), iets wat zich slecht verhoudt tot de door hemzelf zwartgemaakte geschiedenisvisie van de huidige Poolse nationaal-conservatieve regeringspartij. Die is hier één van de kleine boze wolven, en als zij iets positiefs zegt over Polens rol in de jaren 1930-1940, zoekt de auteur daar meteen boze bedoelingen achter.
Ook het subhoofdstuk over Hongarije is in dat bedje ziek. Van de Wijdeven gaat zijn boekje ver te buiten waar hij bijvoorbeeld (als een echte Donald Trump) insinueert dat de Hongaarse verkiezingen gemanipuleerd worden : “De illiberale staat Hongarije is inmiddels zo ingericht dat Orbán aan verkiezingsuitslagen niet hoeft te twijfelen.” Dat hij Orbáns opeenvolgende stembuszeges niet kan verkroppen, tot daartoe, maar niet met een geschiedkundige studie. Veel instrumentaliseringen van de geschiedenis zijn onwenselijk, maar niet onwaar. Dat Oekraïne de bakermat was van het christelijke tsarenrijk, mag geen voorwendsel voor een weder-aanhechting zijn, maar is wel een geschiedkundig feit.
De Servische nationalisten motiveerden rond 1900 de anti-Ottomaanse oorlogen als een herstel van hun ‘gouden tijd’, schampert de auteur. Nochtans is de woordkeuze heel redelijk : in vergelijking met de Ottomaanse slavernij (vaak letterlijk) was louter onafhankelijkheid zeker een gouden tijd, zonder aanhalingstekens. Milošević verheerlijkte Servië aldus : “‘Zes eeuwen geleden verdedigde Servië niet alleen zichzelf bij Kosovo, maar ook Europa’, beweerde hij.” Tja, dat is gewoon waar : de Ottomanen stopten niet in Beograd, maar veroverden ook Hongarije en tweemaal bijna Wenen, en hadden tot de Noordkaap willen doorgaan. Dat overeenkomstig de Koran zelf (60:4), waar Allah oproept om de hele wereld te islamiseren, goedschiks of kwaadschiks.

India
Door mijn specialisme heb ik met bijzondere aandacht de passus over India gelezen. Daarin beweert hij, voorspelbaar, dat Narendra Modi sinds 2014 “drukdoende is met het uitrollen van een eigen visie op het verleden van India”. Bewijs is met name Modi’s uitspraak dat India “al 1.200 jaar” geleden gekoloniseerd is. Het precieze jaartal kan naargelang de Indiase provincie eeuwen verschillen, maar in wezen wordt bedoeld : vóór de Europeanen kwamen, was er al een kolonisatie.
Onze historicus slikt hier echter de gemanipuleerde geschiedenisversie alsof de moslims als iets anders dan buitenlandse veroveraars gekomen zijn, en doet bovendien het herstel van de echte geschiedenis af als een “manipulatie”. Dat ook hij zich laat vangen aan de wijdverspreide antihindoepropaganda (bijvoorbeeld dat de beklagenswaardige moslims er vervolgd worden, reden waarom ze bij miljoenen uit Bangladesj en Myanmar naar India migreren en er bevoorrecht worden) is niet ongewoon, maar uitgerekend in een tekst over geschiedkundige propaganda is het ongelukkig. Alleszins had Modi’s uitspraak geen gevolgen voor het onderwijsbeleid. De bevoegde minister heeft fier verklaard dat er in de geschiedenishandboeken geen letter veranderd is – want de BJP is tevergeefs doodsbenauwd om als militante hindoe beschreven te worden. Je kan het best vergelijken met de N-VA die in Vlaanderens canon voor echt Vlaamse accenten terugdeinst uit even vergeefse angst voor haar Vlaams-nationale schaduw.
Veel nuttige feiten dus om in te passen in het definitieve boek over het politiek gebruik van de geschiedenis. Maar zelf kan het dat maar voor een deel zijn.
Ivo van de Wijdeven, ‘De Macht van het Verleden. Geschiedenis als Politiek Wapen’, Spectrum, Amsterdam, 2022, 320 p., ISBN 9789000374205.

foto’s (c) Gazet van Hove.

