
door Jurgen Ceder in ’t Pallieterke .
Vorig jaar had Gwendolyn Rutten nog boos haar afscheid van de nationale politiek aangekondigd, toen niet zij, maar Paul Van Tigchelt minister van Justitie werd. Die vervanging was nodig omdat de vorige minister, Vincent van Quickenborne, een andere partijgenoot, had geblunderd in een terreurdossier. ‘Quickie’ stapte niet uit de politiek, zoals een meermaals in opspraak gekomen politicus hoort te doen, maar eiste gewoon zijn burgemeesterschap van Kortrijk weer op.
Die post had hij aan zijn partijgenote Ruth Vandenberghe overgelaten, nadat hij zichzelf in de federale regering had gewurmd. Met Kortrijk als laatste toevluchtsoord, nam de gebuisde minister die daarna gewoon weer van haar af.
Die stoelendans was slechts de eerste van een reeks voor Open Vld. Drie weken later stapte Bart Somers uit de Vlaamse regering om opnieuw burgemeester te worden in Mechelen. Je ziet het patroon : met het uitzicht op een nederlaag in de landelijke verkiezingen trekken de feodale heren zich terug naar hun lokaal bastion, in de hoop daar wel te kunnen overleven.

De Bocht van Rutten
Rutten maakte een bocht van 180 graden en nam onmiddellijk de vrijgekomen ministerpost in. In juni leed haar partij een zware nederlaag, waaraan zij met haar schaamteloze postjespakkerij ongetwijfeld zelf een bijdrage heeft geleverd, en zo was elke kans verkeken dat zij in de volgende regering nog aan de slag kon. Enkele dagen geleden beging zij haar volgende ongegeneerdheid: ze besloot de vorming van de nieuwe Vlaamse regering niet af te wachten, verliet haar post en eiste haar burgemeesterschap van Aarschot weer op.
“Het werk is klaar”
Rutten licht haar beslissing toe. “Het werk is klaar”, zegt de vrouw die nog maar een half jaar op post is. Rutten is nochtans minister voor Binnenlands Bestuur, en in die bevoegdheid belast met het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen van oktober. “Met nog 2,5 maanden te gaan, ligt er in Aarschot nog heel wat werk op de plank en wil ik me ten volle inzetten voor onze stad”, zegt ze. Onzin, uiteraard. Rutten, wil zich nog snel even lokaal profileren en als uittredend burgemeester de gemeenteraadsverkiezingen ingaan.
Er zijn twee soorten mensen die overleven in de politiek: degenen die politiek talent hebben en degenen die geen enkele schaamte kennen. Tot de tweede groep, de mensen die om het even wat zouden zeggen of doen om weer aan de bak te geraken, tevens de talrijkste groep, behoort Gwendolyn Rutten.
Het zou kunnen dat ze deze keer wel een brug te ver is gegaan. Zelfs binnen Open Vld, waar men begint in te zien dat het openlijke carrièrisme van de topmensen een belangrijke factor was in de verkiezingsnederlaag, klinkt nu luide kritiek. Ontslagnemend voorzitter Tom Ongena, immer de brave soldaat, blijft stil, maar degenen die zijn plaats ambiëren, onder wie Bert Schelfhout en de ex-woordvoerder van Rutten, Vincent Verbeecke, houden zich niet in. Eva De Bleeker, de minister die door De Croo opzij werd gezet omdat zij haar begroting net iets te gewetensvol had opgesteld, liet ook haar ongenoegen blijken. Het valt echter te betwijfelen of Open Vld, de partij van het ultieme carrièrisme, ooit echt van aard kan veranderen.


foto’s (c) Gazet van Hove.

