
Een Arabische slavenhandelaar uit Mekka met zijn Noord-Kaukasische slaaf (rond 1888) (Christiaan Snouck Hurgronje).

door Karim Van Overmeire in ’t Palllieterke .
In mijn vorige bijdrage had ik het over de westerse zelfhaat : voor veel activisten is menselijk lijden enkel politiek interessant wanneer de daders westers zijn en de slachtoffers niet-westers. Dat verklaart de zeer grote aandacht voor de westerse media voor het conflict in Gaza, terwijl oorlogen die evenveel of meer slachtoffers maken nauwelijks het nieuws halen. Denk maar aan West-Afrika, Soedan of Jemen. De daders zijn in die gevallen moslims en dan draaien de westerse camera’s weg.

Een meer historisch voorbeeld is de manier waarop we naar slavernij kijken. Als die term valt, denken de meeste westerlingen aan de arme zwarte slaven die vanuit Afrika naar de Verenigde Staten werden verscheept om daar onder hardvochtige opzichters op de katoenplantages te werken. Sommigen zouden dit verhaal nuanceren door te schrijven dat slavernij al duizenden jaren en wereldwijd bestond, of dat de slaven eerst door andere zwarten waren gevangen genomen. Ik wil dat niet doen : deze vorm van slavernij was een weerzinwekkend en mensonwaardig systeem. Punt. Maar toch dit : er kwam een einde aan deze slavernij door de acties van vooral blanke abolitionisten en na een Amerikaanse burgeroorlog waarin honderdduizenden blanke soldaten stierven.
Galeislaven en eunuchen
Recent verscheen het boek ‘Captives and Companions’ van Justin Marozzi. Deze auteur heeft het over een slavenhandel die veel minder aandacht krijgt : eeuwenlang werden ook in de islamitische wereld massaal slaven aangevoerd. Veel van deze slaven kwamen uit Afrika, maar een ander deel waren blanke Europeanen die door islamitische kapers werden gevangengenomen. Dit gebeurde door Europese schepen te overvallen of door brutale raids uit te voeren op de Europese kusten. Vooral de Spaanse, Zuid-Franse en Italiaanse kustdorpen kwamen in het vizier, maar de islamitische slavenhandelaars vielen ook Engeland en Ierland aan. Er zijn zelfs gedocumenteerde verhalen van raids in IJsland : in 1627 werden daar 400 inwoners door Algerijnse piraten weggesleept. Tussen de jaren 1500 en 1800 werden zo meer dan een miljoen Europeanen tot slaaf gemaakt. De sterkste gevangenen werden vaak ingeschakeld als roeiers op de galeien van de piraten. De anderen werden naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten gevoerd, waar ze eindigden in huishoudens, mijnen, bordelen of paleizen. De mannen werden vaak gecastreerd om als eunuchen te dienen.
De piraten hadden hun bases in Tripoli, Tunis, Algiers, Rabat en andere Noord-Afrikaanse havens. De kust van Noord-Afrika stond lange tijd bekend als ‘Barbarije’. In verschillende Europese landen zamelden vorsten of religieuze orden geld in om de gevangengenomen slaven vrij te kunnen kopen. Naarmate de Europeanen militair sterker werden, voerden ze aanvallen uit op de piratennesten. Spanje deed dat al in de 16de eeuw en kreeg later versterking van Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland. In het begin van de 19de eeuw voerden de net onafhankelijk geworden Verenigde Staten twee oorlogen tegen de piraten. Het militair optreden van verschillende Europese landen en de Europese kolonisatie van Noord-Afrika maakten uiteindelijk een einde aan de dreiging.

Marozzi is niet de enige auteur die over deze slavernij heeft gepubliceerd. Eerder verschenen onder meer ‘Christian Slaves, Muslim Masters’ van Robert Davis (2003), ‘White Gold’ van Giles Milton (2004) en ‘The Forgotten Slave Trade’van Simon Webb (2020). Er is ook een boek in het Nederlands : ‘Drie keer verkocht in een vreemd land. Nederlanders in Noord‑Afrikaanse slavernij 1600–1800’ van Leendert Joosse (2023). Toch blijft dit onderwerp in het Westen in de schaduw van de hedendaagse geschiedschrijving. Het verhaal past immers niet in het narratief waarbij het Westen schuld moet bekennen voor alle fouten die het in het verleden heeft gemaakt. Europa mag in die zienswijze alleen een dader zijn, nooit een slachtoffer. Elke verwijzing naar islamitische slavernij stuit al snel op een beschuldiging van islamofobie. Het erkennen van Europese slachtoffers van islamitische slavernij hoeft echter niets af te doen aan de gruwel van de trans-Atlantische slavernij. Een volledige geschiedschrijving vereist de moed om feiten te brengen die niet passen in het dominante ideologische verhaal van het moment. Die moed is helaas zelden aanwezig in de academische wereld.


