COLUMN – door Jan Denys – www.doorbraak.be .

Naast regulier betaalde arbeid zijn er nog vormen van arbeid. Er is zwartwerk, vrijwilligerswerk en als belangrijkste huishoudelijke arbeid, zorgarbeid. In Iedereen aan ‘t werk ! (2024) betoog ik dat een analyse van het reguliere betaalde werk niet compleet is zonder ook andere vormen van werk mee te nemen.

De vier verschillende vormen van arbeid beïnvloeden elkaar namelijk onophoudelijk. Denk aan de interventie van de overheid om zwartwerk te ontmoedigen en zoveel mogelijk te transformeren naar regulier werk.

Zorgarbeid

Huishoudelijke arbeid verschoof de afgelopen weken naar de kern van het (pensioen)debat. In ideologisch heel diverse hoeken werd plots het idee geopperd dat ook huishoudelijke arbeid, veel meer dan nu, zou moeten meetellen voor de opbouw van de pensioenrechten. Alleen dat zou de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen kunnen dichten.

Zorgarbeid nog meer gelijkschakelen met betaalde arbeid zou de pensioenfactuur doen exploderen.

De pensioenhervorming kreeg zo een wel heel bijzondere wending. Van een gewenste besparing, absoluut noodzakelijk om in te spelen op de vergrijzing, ging ze heel snel naar een theoretisch enorme verruiming van pensioenrechten. Zorgarbeid nog meer gelijkschakelen met betaalde arbeid zou de pensioenfactuur helemaal doen exploderen.

We hebben sowieso veel te lang gewacht om maatregelen te nemen tegen de vergrijzing. Als huishoudelijke arbeid met terugwerkende kracht volop meetelt, dan kapseist het pensioenschip gegarandeerd. Dan hebben we het nog niet over een eventuele directe verloning van zorgarbeid.

Thuis blijven

Maar er zijn nog andere redenen om informele zorgarbeid niet volledig mee te nemen in de opbouw van de pensioenrechten. Het was heel opvallend dat dit principe alleen zou gelden voor zij die geheel of gedeeltelijk thuis blijven. Blijkbaar verrichten mannen en vrouwen die voltijds werken, in beide gevallen een meerderheid, geen zorgarbeid, of worden ze geacht dat gratis te doen. Geen gelijk loon voor gelijk werk dus.

Bovendien zou dit volledig in tegenspraak zijn met het adagium dat ‘werken meer moet lonen’. De incentive om betaalde arbeid te verrichten zou, zeker bij kortgeschoolde vrouwen, helemaal verdwijnen. De nu al lage werkzaamheidsgraad zou helemaal instorten. 

Bestand:Tyranov - Young Housewife.jpg
de huisvrouw – (c) Russisch museum Sint-Petersburg

Fuik

Minder of niet werken werd in de discussie ook een-op-een gelijkgeschakeld met het opnemen van zorgarbeid. Nochtans geeft maar 25 procent van de deeltijds werkende vrouwen aan dat de zorg voor kinderen of andere familieleden hiervan de reden is. 20 procent beweert dat een voltijdse baan niet mogelijk is. Nog eens 25 procent heeft het over persoonlijke redenen.

We weten intussen dat deeltijdse arbeid een fuik is.

We weten intussen dat opteren voor deeltijdse arbeid een fuik is. De transitie van voltijds naar deeltijds werk komt veel voor, maar eens men in een deeltijds systeem werkt, blijft men erin zitten. Iemand die deeltijds werkt om voor de kinderen te zorgen blijft deeltijds werken eens de kinderen groot zijn. Dan gaat het dikwijls meer om ‘me time’, om de zorg voor zichzelf. Dat is de betrokkenen gegund, maar de claim op bijkomende pensioenrechten vervalt dan wel. 

Context

Nog veel belangrijker is dat arbeid in een gezin fundamenteel anders is dan loonarbeid voor een werkgever. De context is totaal anders en quasi onvergelijkbaar. Bij gezinsarbeid gaat het om zorg en affectie, maar ook een informele verplichting. Bij werk voor een werkgever gaat het om contracten, loon en productiviteit.

Het motief om voor onze kinderen te zorgen is niet hetzelfde als om voor een werkgever te gaan werken. De ‘beloning’ is fundamenteel anders. Eleonora Mingarelli, onderzoekster aan de KULeuven,  verwoordde het zeer correct in De Standaard : ‘Het gezin functioneert niet op basis van pure berekening, het is geen uitwisseling van diensten waarbij elke bijdrage kan worden gemeten en vergoed’.

Arbeid in een gezin is fundamenteel anders dan loonarbeid voor een werkgever.

Als thuisarbeid meer zou meetellen voor het pensioen en/of verloond zou worden, dan is het voorspelbaar dat de overheid allerlei eisen gaat stellen. Dan komen er gegarandeerd criteria waaraan men moet voldoen. Wie weet komen er zelfs controlemechanismen, een duidelijke ingreep in de privacy en de gezinsautonomie. Wil men dat ? 

Er zijn waarschijnlijk betere oplossingen voor de financieel ondankbare situatie waarin veel thuisgebleven vrouwen terechtkomen.

Oplossingen

Het voorstel van professor privaatrecht Alain Verbeke om de bescherming die vrouwen nu genieten in een huwelijksstelsel van gemeenschappelijke aanwinsten uit te breiden naar feitelijk samenwonenden is problematisch omdat het verschil tussen huwelijk en samenwonen dan feitelijk wegvalt. Koppels moeten de vrijheid behouden om zaken onderling te regelen zonder de bemoeienis van de overheid.

Het idee van de pensioensplit ben ik meer genegen. Daarbij worden de pensioenen van wettelijk samenwonende of gehuwde mannen en vrouwen samengevoegd en nadien gedeeld. Het idee lijkt simpel; de uitvoering blijft zeer complex. Er zal nog heel wat water naar de zee vloeien voor dit idee überhaupt uitvoerbaar is, gesteld dat hierover een ideologische consensus kan worden gevonden.

De huidige discussie heeft alvast één voordeel : ze zal meer vrouwen en mannen doen nadenken over loopbaankeuzes en het besef doen groeien dat keuzes op jongere leeftijd later grote gevolgen kunnen hebben. Daar kan niemand tegen zijn.

Jan Denys

Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sind eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.

foto’s (c) Gazet van Hove.