door Pieter Vandermoere in ’t Pallieterke .

De Amerikaanse journalist Edgar Snow zegt u wellicht niet veel. Nu ja, hij studeerde journalistiek, maar ontpopte zich vooral tot propagandist van communistisch China.

Op voorspraak van enkele Chinese vrienden, nauw gelieerd aan de partij, kreeg hij toegang tot Mao. Die bevond zich toen in een soort virtuele ballingschap.

Via vraaggesprekken en zijn boek Red Star Over China hielp Snow de Democratische presidenten Roosevelt en Truman in een sprookje geloven : de fictie dat de Chinese communisten idealistische, verlichte vrijheidsstrijders waren en de nationalistische Kwomintang de baarlijke duivel.

Morgenrood boven China (Hardcover)

Deconstructie van een mythe

Frank Dikötter is een Nederlandse historicus en sinoloog, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van China. Hij schreef een trilogie over communistisch China en over de grote hongersnood onder dictator Mao.

Dankzij toegang tot Chinese partijarchieven en zijn academische banden met Stanford en Hongkong is hij uitstekend geplaatst om feiten van fictie te scheiden over het ontstaan van het bloedrode Rijk van het Midden.

Zoals Julius Caesar al wist : geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar. Vermeng dat met het politieke activisme van generaties historici en met de naïviteit (of medeplichtigheid) van de media, en het hoeft niet te verbazen dat er nog altijd een waangedachte leeft.

Die luidt dat een klein, dapper groepje communisten zich vanuit een quasi-verloren strijd naar de macht vocht. Tegen zowel de Japanse bezetter als een boosaardige alliantie van nationalisten en grootgrondbezitters. De extreemlinkse overwinning zou enkel mogelijk zijn geweest dankzij een diepe verankering in de bevolking, vooral onder arme boeren.

Het boek beschrijft indringend de nadagen van het keizerrijk. Ondanks de schrijnende armoede bleef het aantal communistische partijleden bijzonder laag.

De universele mal waarmee marxisten de complexiteit van elke maatschappij willen reduceren, past ook in China niet. De vermeende klassenstrijd was een fictieve constructie in een land met nauwelijks herenboeren. Hoe slaagden de communisten dan toch in hun opzet ?

PVDA aanbidt communistisch China

Hel in plaats van arbeidersparadijs

Dikötter schetst een verhaal dat bol staat van willekeurige terreur, verklikking en plundering. Mao en zijn volgelingen hanteerden een tactiek van de verschroeide aarde. Waar ze verschenen, lieten ze een spoor van vernieling en bestuurlijke anarchie achter. Via roof, torenhoge belastingen en afpersing vloeiden de middelen wél rijkelijk binnen.

Geen wonder dat de Chinese bevolking haar hoop stelde op de Nationalistische Partij, de Kwomintang. Leider Chiang Kai-shek voerde succesvolle hervormingen door in het leger en zorgde voor politieke stabiliteit. Tegelijk wist hij de welvaart te verhogen: het wegennet werd verbeterd en de elektriciteit deed haar intrede.

Soldaten en burgers stemden met hun voeten : desertie uit communistische milities was schering en inslag. Omgekeerd vond de auteur geen enkel voorbeeld van iemand die naar communistisch gebied vluchtte.

Mao kreeg dus geen steun van de Chinese bevolking, maar wel van buitenlandse geestesgenoten. Talloze politieke commissarissen en militaire adviseurs sijpelden vanuit de Sovjet-Unie binnen. Ze infiltreerden onder meer het Chinese leger en leverden allerlei hand- en spandiensten.

Dat doorprikt de mythe dat het communisme anti-imperialistisch zou zijn. In Oost-Europa én in China probeerde Moskou via militaire inmenging zijn ideologie op te dringen, tegen de wil van de lokale bevolking.

PVDA aanbidt ook Noord-Korea

Washington blundert

In de inleiding werd al gewezen op de kwalijke rol van westerse journalisten die zich lieten misleiden door de rode sirenenzang. Slechts een handvol moedige en tegelijk scherpzinnige pennenridders gaf later toe dat ze fout zaten.

Dikötter is ook streng voor de Amerikaanse politicus George Marshall, bekend van het gelijknamige plan. Zijn gevaarlijke inschatting dat Mao de democratie zou omarmen, bracht hem ertoe te eisen dat de communisten een plaats moesten krijgen in de Chinese regering.

De historicus wijst fijntjes op de Griekse ervaring uit dezelfde periode. Daar bevochten een democratische en een communistische fractie, elk met een eigen militie, elkaar zonder genade.

Terwijl Washington te lang talmde om de Chinese nationalisten militair te steunen, ging Moskou veel rigoureuzer te werk. Zo zorgde Stalins overdracht van het graanrijke Mantsjoerije ervoor dat de communisten voldoende voedsel hadden om de laatste fase van de burgeroorlog succesvol af te ronden.

Het boek verschaft een nieuw inzicht in de perfide, gewelddadige methoden waarmee het communisme de macht greep. Tegelijk versterkten Amerikaanse beleidsmakers hun tegenstander in de Koude Oorlog door verkeerde beslissingen te nemen.

Tientallen miljoenen Chinese slachtoffers van het communisme zouden nooit meer kunnen navertellen hoezeer zij deze politieke revolutie betreurden.

foto’s (c) Gazet van Hove.