De PISA-resultaten onder de loep
NIEUWS – door Vanille Dujardin – www.doorbraak.be .

Vlaanderen blijft beter scoren op onderwijs dan Franstalig België. Maar de kloof verkleint razendsnel.
De PISA-resultaten zijn er. Verrassend zijn ze niet : ons onderwijs boert al jaren achteruit. Maar achter de gemiddelden schuilt een opvallende Belgische evolutie : Franstalig België blijft achterop, maar houdt beter stand en wordt minder ongelijk, terwijl Vlaanderen steeds meer van zijn historische voorsprong verliest. Gaat het zuiden van ons land vooruit ? Of gaan wij vooral achteruit ?
Het grote Programme for International Student Assessment (PISA) werd in 2025 uitgevoerd bij ongeveer 800.000 leerlingen van 15 uit 91 landen en economieën. In de ‘Fédération Wallonie-Bruxelles’ (FWB) namen 2.819 leerlingen uit 98 secundaire scholen deel, in Vlaanderen ging het om 3.987 leerlingen uit 129 scholen. En de resultaten zijn niet goed, reageerden zowel Franstalig minister van Onderwijs Valérie Glatigny (MR) als Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). ‘Onze ambitie moet veel hoger liggen’, klonk het bij Glatigny.
‘Voor het eerst bij het OESO-gemiddelde’
Franstalige kranten pakten gisteren massaal uit met een opvallende vaststelling : voor het eerst sinds de start van PISA in 2000 bevindt de Franstalige Gemeenschap zich voor de drie klassieke domeinen rond of boven het OESO-gemiddelde. Alleen is er weinig reden tot feesten.
Voor wiskunde halen ze 467 punten, vier meer dan het OESO-gemiddelde van 463, voor lezen gaat het om 466 tegenover 461, en bij wetenschappen ligt de score met 482 punten exact op het OESO-gemiddelde. Dat betekent niet dat het Franstalige onderwijs plots een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt, wel dat dat internationale gemiddelde zelf sterk is gedaald.
Maar als we inzoomen op de resultaten van 2025 tegenover 2022, doet het Franstalige onderwijs het niet goed. Alleen bij wetenschappen is er een lichte stijging, terwijl de twee andere disciplines ook dalen. Glatigny wil dan ook niet spreken van een overwinning.
Tijdens een eerder interview met Doorbraak zei ze al dat de resultaten van het Franstalige onderwijs ‘in het algemeen slecht’ zijn, ondanks het feit dat het onderwijssysteem internationaal tot de best gefinancierde behoort. Ook na de nieuwe PISA-resultaten waarschuwde ze om geen genoegen te nemen met de ‘minst slechte’ te zijn. Sinds 2018 verloor de Franstalige Gemeenschap 28 punten voor wiskunde, 15 voor lezen en 3 voor wetenschappen. ‘We moeten de trend omkeren en die negatieve spiraal in de PISA-resultaten doorbreken’, aldus Glatigny.

Minder ongelijk
Toch is er in Franstalig België een ontwikkeling die moeilijk als louter statistische schijn kan worden afgedaan : het onderwijs wordt er minder ongelijk. En dat is opmerkelijk voor een onderwijssysteem dat jarenlang tot de meest ongelijke binnen de OESO behoorde. Sinds 2015 is het prestatieverschil tussen leerlingen uit kansrijke en kansarme milieus met ongeveer een kwart afgenomen, en de kloof tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond is zelfs ongeveer gehalveerd.
Belangrijk is ook hoe die verschillen kleiner worden. Het zijn vooral de kwetsbaarste leerlingen die hun resultaten verbeteren, terwijl de meest bevoordeelde leerlingen weinig vooruitgang boeken of zelfs licht achteruitgaan. De zwakste prestaties zien we nog altijd bij leerlingen met schoolachterstand en bij zij die vroeg naar het technisch of beroepsonderwijs worden georiënteerd. Net die vroege oriëntering probeert men met de gemeenschappelijke basisvorming, de tronc commun, uit het Pacte d’excellence uit te stellen. Toch mogen de huidige PISA-resultaten niet als bewijs voor het succes daarvan worden gebruikt : de geteste leerlingen hebben die hervorming nog niet volledig doorgelopen.
Vlaanderen verliest terrein
Aan Vlaamse kant ziet het plaatje er anders uit. Vlaanderen blijft beter presteren en ook boven het OESO-gemiddelde, maar het verschil met Franstalig België wordt editie na editie kleiner. ‘Het meest verontrustende is niet dat Vlaanderen plots slecht onderwijs heeft’, zegt onderwijseconoom Kristof De Witte van de KU Leuven. ‘We behoren voor wiskunde nog steeds tot de betere Europese systemen. Het probleem is de richting : al twintig jaar verliezen we terrein, zowel aan de onderkant als aan de top.’

Voor wiskunde verloor Vlaanderen sinds 2003 maar liefst 64 punten. In een vaste vergelijkingsgroep van veertien Europese landen bedroeg de daling gemiddeld 32 punten. Het aandeel Vlaamse toppresteerders daalde over die periode bovendien met 22,5 procentpunt, tegenover 6,8 procentpunt in de vergelijkingsgroep.
Ook bij lezen verdampte een historische voorsprong : in 2009 scoorde Vlaanderen nog 23 punten hoger dan het gemiddelde van die veertien landen, terwijl daar vandaag vier punten van overblijven, een verschil dat niet langer statistisch significant is. Volgens De Witte gaat het bovendien niet alleen om de zwakste leerlingen. ‘De hele verdeling schuift naar beneden. De SES-kloof blijft op lange termijn ongeveer stabiel terwijl het gemiddelde daalt. Dat betekent dat ook sterkere groepen mee terrein verliezen.’
Inhalen of achteruitvallen ?
Een eenvoudige verklaring voor die achteruitgang bestaat niet. De Witte wijst op een ‘structurele verzwakking van de leeromgeving’, met onder meer het lerarentekort, onvoldoende effectieve leertijd en een bredere daling van motivatie en leercultuur. De vergelijking tussen beide landsdelen blijft daarom dubbel. Franstalig België vertrekt van een lager niveau, maar houdt op sommige domeinen beter stand en slaagt erin de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen te verkleinen.

Vlaanderen blijft gemiddeld sterker, maar ziet zijn voorsprong slinken. ‘We moeten goed onderscheiden tussen “catching up” en “falling back”‘, zegt De Witte. Een deel van de toenadering ontstaat niet doordat Franstalig België spectaculair vooruitgaat, maar doordat Vlaanderen sneller terrein verliest.
Ook de politieke conclusies moeten voorzichtig blijven. ‘PISA 2025 is geen rapport over de minister van vandaag, maar over het onderwijsbeleid van ongeveer het voorbije decennium’, benadrukt De Witte. De hervormingen van Demir en Glatigny zijn te recent om hun effecten al in deze cijfers terug te zien.
Vlaanderen blijft voorlopig de beste leerling van de Belgische klas, alleen is er een kleiner verschil met de rest. En dat is dus niet omdat Franstalig België plots uitblinkt, maar omdat de vroegere Vlaamse uitblinker steeds gemiddelder wordt.
Vanille Dujardin is zelfstandig journalist en schrijft al drie jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Haar scherpe pen en nieuwsgierige blik focussen zich vaak op politiek en maatschappelijke thema’s. Sinds 2025 werkt ze voor Doorbraak, waar ze haar passie voor politiek en journalistiek ten volle inzet.
foto’s (c) Gazet van Hove .

