NIEUWS – door Jan Fabry – www.doorbraak.be .
Wie een sterke levensbeschouwelijke overtuiging heeft, laat die bij het solliciteren maar beter niet blijken. Een kruisje dragen, zich inzetten voor een kerk of zelfs uitgesproken atheïstisch uit de hoek komen, verkleinen allemaal de kans op een uitnodiging. Dat toont een nieuw onderzoek van de Universiteit Gent aan.
Onderzoekers Louise Devos, Louis Lippens en Stijn Baert lieten recruiters uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië fictieve kandidaten beoordelen. In totaal verzamelden ze 708 beoordelingen. De namen, religieuze symbolen en het type vrijwilligerswerk van de profielen verschilden.
Het opvallendste resultaat is niet dat moslims minder kansen krijgen, want ook christenen en atheïsten worden afgestraft zodra recruiters hun een duidelijke levensbeschouwelijke identiteit toeschrijven. Christelijke kandidaten maakten 7,2 procentpunt minder kans op een uitnodiging, atheïsten 6,4 procentpunt en moslims 4,8 procentpunt. Dat betekent niet dat christenen aantoonbaar sterker worden gediscrimineerd dan moslims, want het verschil tussen de groepen is volgens Devos niet statistisch significant. Wel staat vast dat zowel christelijke, islamitische als atheïstische kandidaten minder kans maken dan sollicitanten van wie de recruiter de overtuiging niet kan aflezen.

De ideale kandidaat
Het onderzoek gaat daardoor over meer dan klassieke religieuze discriminatie. Recruiters lijken niet zozeer een bepaalde godsdienst af te wijzen, ze verkiezen kandidaten die hun levensbeschouwing niet openlijk tonen.
‘Het openlijk uitdragen van een levensbeschouwing is nefast voor de aanwervingskansen’, besluit Devos. Wie duidelijk ergens voor staat, roept sneller argwaan op dan wie levensbeschouwelijk ondoorgrondelijk blijft.
Vooral het beeld van een overtuigde gelovige schrikt af
Bij christelijke en islamitische kandidaten speelt ook de intensiteit van het geloof mee. Hoe sterker een sollicitant zijn geloof lijkt te beleven, hoe kleiner de kans op een uitnodiging. Een (buitenlandse) naam of symbool alleen zijn dus niet het hele verhaal. Het beeld van een overtuigde gelovige schrikt af.
Vooral religieus vrijwilligerswerk werkt tegen een kandidaat. Wie zich inzet voor een kerk of moskee maakt 6,8 procentpunt minder kans op een gesprek dan iemand die actief is bij een niet-religieuze buurtvereniging. Dezelfde vrijwillige inzet krijgt dus een andere betekenis naargelang de organisatie. Wat bij een seculiere vereniging als maatschappelijke betrokkenheid geldt, wordt bij een geloofsgemeenschap plots een teken van afstand tot de meerderheid.
Dat beeld strookt moeilijk met het ideaal van de diverse werkvloer. Werkgevers benadrukken graag dat werknemers zichzelf moeten kunnen zijn. Dit onderzoek suggereert dat aan die vrijheid een stilzwijgende voorwaarde vasthangt : wees jezelf, maar hou je diepste overtuigingen liefst buiten beeld.

Spreken namens de klant
Die terughoudendheid heeft opvallend genoeg weinig te maken met de vermeende kwaliteiten van gelovige sollicitanten. Recruiters beschouwen openlijk christelijke en islamitische kandidaten zelfs als iets eerlijker, aangenamer en nauwkeuriger, maar nodigen hen toch minder vaak uit.
De verklaring zoeken recruiters bij de indruk die de sollicitanten zouden wekken in de buitenwereld. Ze verwachten dat collega’s en klanten minder graag met uitgesproken religieuze kandidaten samenwerken. Maar die vermeende weerstand werd bij collega’s of klanten niet gemeten. Het onderzoek registreerde uitsluitend wat recruiters dénken dat anderen zullen vinden.
Inclusief, maar niet te uitgesproken
De samenstelling van de steekproef verdient aandacht : publieke instellingen en organisaties zonder winstoogmerk vertegenwoordigen samen 76 procent van de onderzochte werkgevers. Daardoor kunnen de resultaten niet zonder meer worden veralgemeend naar de hele Belgische arbeidsmarkt.
Tegelijk levert die oververtegenwoordiging een ongemakkelijke achtergrond op. Net overheden en non-profitorganisaties dragen diversiteit en inclusie doorgaans hoog in het vaandel. Het onderzoek laat niet toe te besluiten dat zij sterker discrimineren dan commerciële bedrijven. Het toont wel dat zelfs in een steekproef waarin deze sectoren domineren, een zichtbare levensbeschouwing de kansen schaadt.
Het publieke debat over religieuze discriminatie draait meestal rond de islam en raakt daardoor snel verknoopt met migratie en etniciteit. De cijfers van de UGent verstoren dat vertrouwde verhaal. Ook christenen ondervinden een nadeel, terwijl discriminatie van die groep veel minder politieke aandacht krijgt. Zelfs atheïsten ontsnappen niet zodra hun overtuiging te duidelijk wordt.
De meest gegeerde sollicitant is blijkbaar niet noodzakelijk de meest neutrale, wel degene die zijn overtuiging het best weet te verbergen.

foto’s (c) Gazet van Hove.

