Professor Erik Buyst (Economie) gaat op emeritaat.
NIEUWS – door Hans Brockmans – www.doorbraak.be .
Na 33 jaar neemt Erik Buyst afscheid als voltijds professor economie aan de KU Leuven.

Na 33 jaar neemt Erik Buyst afscheid als voltijds professor economie aan de KU Leuven. Een gesprek over de noodzakelijke budgettaire ingrepen, die alleen mogelijk zijn als België ook institutioneel grondig wordt hervormd.
Erik Buyst was 33 jaar hoogleraar. Tien jaar geleden schreef hij samen met historicus Kristof Smeyers Het gestolde land – Een economische geschiedenis van België (Uitgeverij Polis). Zij beschrijven de hardnekkigheid waarmee de Belgische politiek ingrijpende maar noodzakelijke beslissingen voor zich uitschuift. Buyst doceert/de het vak Economische Geschiedenis.
Actueler kan nauwelijks : deze week nog adviseerde zakenbank Morgan Stanley om te shorten tegen Belgische overheidsobligaties. Voor Buyst is dat geen toeval, maar het voorspelbare gevolg van decennia uitstel.

Het grotere plaatje
Welke waren tijdens uw carrière als professor de economische hoogtepunten vanuit een historisch perspectief ?
Erik Buyst : De ondergang van het communisme na de val van de Muur (1989) was voor mij de belangrijkste evolutie na de Tweede Wereldoorlog. De Sovjet-Unie viel uit elkaar. Voor Centraal- en Oost-Europese landen werden aanvankelijk economische rampscenario’s voorspeld, zoals schrijnende armoede en hyperinflatie. Tot veler verbazing kende die regio een meer dan behoorlijke economische groei, zoals Polen en Hongarije bewezen.
Ook heel belangrijk was de invoering van de euro in 1999. Dit was de grote stap voorwaarts naar de Europese integratie. De keerzijde aan deze medaille was de Europese staatsschuldencrisis, die eind 2009 startte in Griekenland en uitdeinde naar de rest van de Unie. De Europese Centrale Bank en zowat alle landen van de eurozone konden enkel met stringente maatregelen een nog diepere crisis voorkomen.
De derde grote evolutie was de ontwikkeling van China als economische grootmacht. De economische hervormingen begonnen al in de jaren zeventig, maar pas sinds 2000 bleek duidelijk hoe sterk dat land de wereldeconomie mee bepaalde. Minder positief aan die evolutie is de enorme overproductie in China, die de westerse economie doet wankelen doordat Chinese producten hier worden gedumpt.
De markten ruiken zwakte
België kan pas schakelen aan de rand van een crisis, zegt u. Evolueren we niet in de richting van een stevige crisis na het bericht deze week dat de zakenbank Morgan Stanley beleggers aanraadt om te shorten tegen Belgische overheidsobligaties ?
Financiële markten deinzen voor niets terug. Als de markten een zwak land opmerken, wordt dat een financiële prooi. Ze speculeren op de stijgende rente en heel dikwijls voedt deze speculatie zichzelf. En een hogere rente maakt de schuldpositie van dat land nog gevaarlijker.
Welnu: België is in de EU het land met het grootste overheidstekort tegenover zijn bbp en heeft de op één na hoogste overheidsschuld. Il faut le faire. Ons land wordt zo wel degelijk een zwakke partij, dus een potentiële financiële prooi. De rente voor Belgische overheidsobligaties steeg deze week naar 4,2 procent, het hoogste niveau sinds 2012. Dat is geen toeval.
We moeten dus vooral hopen dat deze regering snel wel degelijk tien miljard euro vindt om te besparen. Als dit mislukt, deemstert het vertrouwen in ons land volledig weg. Dan dalen de ratings van de kredietagentschappen bijna zeker en stijgt de rente nog sterker. De politiek moet echt beseffen dat we dan terug in de noodsituatie komen zoals in de periode van Martens en Dehaene.
De deelstaten zullen zelf hun duit in het zakje moeten doen om ons land in lijn te brengen met de Europese begrotingsdoelstellingen
Het Federale Planbureau voorspelt voor 2031 voor de Franse Gemeenschap een verdriedubbeling van het tekort naar 158 procent van de ontvangsten. In het Waalse Gewest en Brussel groeit het tekort naar meer dan 320 procent van de ontvangsten. Het Planbureau bestempelt de situatie als ‘onhoudbaar’.
Ik heb de indruk dat onze broeders onder de taalgrens hopen dat ze hun begroting in orde zullen kunnen brengen met federaal geld. Vroeger werd bij zowat elke staatshervorming geld losgewrongen uit de Belgische schatkist om de deelstaten te herfinancieren.
Maar België is platzak. Een staatshervorming gekoppeld aan een verhoging van de federale dotaties is niet meer mogelijk. Meer nog : de deelstaten zullen zelf hun duit in het zakje moeten doen om ons land in lijn te brengen met de Europese begrotingsdoelstellingen.

Een geschiedenis van uitstel
U hebt ooit gezegd dat de intrede van België in de Economische en Monetaire Unie (EMU) niet onder de juiste omstandigheden is gebeurd. Wat bedoelde u daarmee ?
Het Verdrag van Maastricht bepaalde dat lidstaten enkel konden toetreden tot de Economische en Monetaire Unie als ze een begrotingstekort hadden van ten hoogste 3 procent en een schuld van maximum 60 procent van het bbp. België kon met een schuldgraad van 110 procent toch toetreden. Dat had men nooit mogen toestaan.
Nochtans was Jean-Luc Dehaene er wel in geslaagd om de 3 procent-norm te halen ?
De Belgische politiek beweegt alleen als het water aan de lippen staat. In 1982 werden we getroffen door een economische krimp, een piekende inflatie (9 procent), een recordwerkloosheid (12 procent) en een historisch begrotingstekort van 15,5 procent van het bbp. Er was eenvoudig geen weg terug. Wilfried Martens moest met een radicale maatregel, zoals de devaluatie van de Belgische frank, de economische ommekeer forceren – en dat gebeurde dan ook.
Ook Dehaene moest voor de invoering van de euro drastisch ingrijpen om het begrotingstekort af te bouwen. Maar de afbouw van de Belgische schuld werd helemaal niet gerealiseerd. Europa had toen de duimschroeven moeten aandraaien door een strakker budgettair scenario af te dwingen in de lijn van Maastricht. Was dat gebeurd, had ons land er vandaag veel beter voor gestaan.
We hebben een historische kans gemist om de begroting in de goede plooi te brengen. Guy Verhofstadt heeft het ook niet gedaan, ondanks de gunstige economische omstandigheden. Na de bankencrisis in 2008 is de Belgische schuld blijven groeien.

Vlaanderen stolt mee
Is Vlaanderen door zijn verstarde structuren stilaan ook niet aan het stollen ?
Ik vrees helaas van wel. Er was in Vlaanderen in de jaren tachtig veel enthousiasme over de dynamiek van de groeiende autonomie. Velen geloofden, met minister-president Gaston Geens, in het adagium ‘wat we zelf doen, doen we beter’.
Er was in Vlaanderen in de jaren tachtig veel enthousiasme over de dynamiek van de groeiende autonomie
Dat is niet gebeurd. Te veel Vlaamse dossiers lopen vast. Het complexe vergunningsbeleid verlamt de bedrijven. De stikstofproblematiek blijft aanmodderen. Dringende bouwprojecten worden op de lange baan geschoven door allerlei vertragingsprocedures. Ook het kwistig uitdelen van subsidies loopt de spuigaten uit.
Waarom doet Vlaanderen het dan niet beter dan België ?
Bij de overheveling van de Belgische bevoegdheden naar Vlaanderen werd ook de bureaucratische logica overgenomen. De Vlaamse dynamiek wordt in de kiem gesmoord door de Keizer Koster-mentaliteit van de administratie, die zoveel mogelijk alles op papier wil regelen en vastleggen.
De ambtenaren kregen ook de budgettaire middelen om dat bureaucratisch proces mee te financieren. Elke administratie grijpt de kans om zijn bevoegdheden uit te breiden. De politiek liet dat ook toe. De combinatie van politiek en geld leidt nu eenmaal tot rare resultaten. Een bureaucratie opbouwen is niet zo moeilijk. De afbouw is heel wat lastiger.
Vlaanderen werd aangestoken door de Belgische ziekte. Ondertussen kwijnt onze economie weg door de stijgende energieprijzen en de almaar hogere arbeidslast, die samen de concurrentiekracht van de Vlaamse industrie aantasten.

U beschreef de economie van België na de toetreding tot de EMU als een ‘provincie van Duitsland’. Dan staat de Vlaamse industrie er momenteel wel héél slecht voor gezien de economische situatie in Duitsland ?
Onderschat Duitsland niet. De industrie heroriënteert zich volop, bijvoorbeeld op de militaire productie. Duitsland is de belangrijkste exportmarkt voor de Vlaamse maakindustrie. De verstandige Vlaamse ondernemer onderzoekt vandaag dus best hoe hij de commerciële en technologische band met een bedrijf als Rheinmetall kan uitbouwen.
Wie bepaalt, betaalt
Samen met andere academici hield u in mei een pleidooi in De Standaard om via een staatshervorming de deelstaten sterker te betrekken bij de sanering van de schuld. Hoe ziet u dat ?
Door de bijzondere financieringswet (de wet die vastlegt hoeveel geld de federale overheid jaarlijks aan de gewesten en gemeenschappen doorstort, nvdr) vloeien er jaarlijks 80 miljard euro federale dotaties naar de deelstaten. Die federale overheid moet wel de zwaarste uitgaven dragen : pensioenen, gezondheidszorg, defensie en rentelasten. Enkel op dat niveau blijven besparen, is niet houdbaar.
Daarom zouden de deelstaten ook een deel van de kost van de vergrijzing moeten opvangen en bijvoorbeeld verantwoordelijk worden voor de gezondheidszorg en de pensioenen van regionale ambtenaren.
Die overdracht van bevoegdheden kan worden gefinancierd als de deelstaten meer fiscale autonomie krijgen. Als ze minder afhangen van dotaties, moeten ze voor een groter deel zélf instaan voor hun inkomsten. Dan moeten de politici ook rechtstreeks verantwoording afleggen aan de kiezer voor de belastingen die ze heffen en de uitgaven die ze doen. Wie bepaalt, betaalt.

Ook premier Bart De Wever heeft een staatshervorming op tafel gelegd als een noodzaak om de staatsschuld te verlichten. Het zuiden van het land zal dat toch nooit laten gebeuren ?
Hoe dit allemaal zal evolueren wordt de hamvraag van de volgende jaren. Met Kurieren am Symptom (symptomen bestrijden in plaats van de kwaal aan te pakken, nvdr) zullen we er niet geraken. De federale staat zit op zijn tandvlees. De financiële moeilijkheden zullen nog ettelijke jaren aanslepen door de vergrijzing, de toenemende defensie-inspanningen en klimaatmaatregelen. Een staatshervorming wordt onvermijdelijk. We kunnen ons geen halfslachtige oplossingen veroorloven.
Ik pleit voor een uitgebreide Vlaamse autonomie en een sterkere financiële verantwoordelijkheid voor de deelstaten
Misschien is het Belgische huishouden inderdaad zo versleten dat er geen herstel meer mogelijk is. Ook kan het politieke landschap zo evolueren dat de samenwerking tussen de taalgroepen onmogelijk wordt. Als de PTB sterker wordt in Franstalig België en het Vlaams Belang groeit in Vlaanderen, is het een open vraag of de Belgische staat dit kan overleven.

Het is dus niet ondenkbaar dat België dan uit elkaar valt. Niet dat ik per se voorstander ben van dit scenario, maar we moeten de mogelijkheid wel onder ogen durven zien. Vlaanderen houdt hier te weinig rekening mee. Wallonië doet dit wel. Ik verneem uit goede bron dat de PS studies in de la heeft liggen, die rekening houden met de opsplitsing van het land.

Naar een confederaal model
U zegt dat u geen voorstander bent van de splitsing van het land. U ondertekende nochtans in 2005 het Warande-manifest ‘Voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa’ ?
De vraag naar een zelfstandig Vlaanderen is een wat semantische discussie, zoals ook professor Bart Maddens onlangs nog heeft verdedigd. Binnen Europa is het begrip zelfstandigheid trouwens een illusie. Ik pleit voor een uitgebreide Vlaamse autonomie en een sterkere financiële verantwoordelijkheid voor de deelstaten. Dat kan wat mij betreft ook perfect worden gerealiseerd binnen een confederaal model.

Hans Brockmans is jurist. Hij werkte van 1988 tot 2023 bij het economische magazine Trends. Hij was drie keer genomineerd en twee keer laureaat van de persprijs van het Gemeentekrediet/Dexia. Hij kreeg ook de Citi Journalistic Excellence Award voor de financiële en economische berichtgeving. Hij was lang actief in het bestuur van de beroepsvereniging VVJ.
foto’s (c) Gazet van Hove.

