door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) wil na de eerste succesvolle staatsbon in december een nieuwe eenjarige bon uitschrijven. Wellicht opnieuw fiscaal vriendelijk voor de consumenten. De vraag is : heeft dat nog zin ? De bedoeling was om met de eerste staatsbon de banken ertoe aan te zetten de rente op spaartegoeden te verhogen en dat is ook gelukt.

Op het internationale rentefront lijkt er zich een zekere stabiliteit te manifesteren. De Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt gaf eind oktober het signaal te kiezen voor een rentepauze. Het belangrijkste rentetarief wordt behouden op 4 procent, wat nog altijd het hoogste peil is sinds de start van de euro. Een verdere stijging om de inflatie onder controle te houden, is niet aan de orde. Ook al ligt de stijging van de levensduurte in de EU nog een aantal procenten boven het inflatiedoel van 2 procent, de centrale bank gaat ervan uit dat die geen hoge toppen meer zal scheren en langzaam zal afnemen. Dus is er geen nood aan een nog hogere rente, wat bovendien het risico op een te sterke vertraging van de economie te groot zou maken. Sommige economen denken dat er tussen nu en de herfst van 2024 niet veel meer zal gebeuren. Meer nog : men denkt daarna zelfs opnieuw aan een rentedaling.
Dat is een signaal dat de banken hun rentevoeten op spaartegoeden, en het klassieke spaarboekje voorop, niet snel meer gaan verhogen. Om maar niet te zeggen dat hier voor een duidelijke ‘stop’ wordt gekozen. In dat verband is het dan ook verbazend dat minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v) een nieuwe staatsbon wil uitgeven.

Slag thuisgehaald
Even een paar maanden terug in de tijd. Van Peteghem slaagde er niet in een fiscale hervorming door te voeren, maar krikte zijn populariteit wel op door de uitgave van een hoogrentende en fiscaal vriendelijke staatsbon. Burgers konden intekenen tegen een gunsttarief van 2,81 procent nettorente (de roerende voorheffing bedroeg geen 30, maar 15 procent). De lancering eind augustus werd een succes. Er werd zo’n 22 miljard euro opgehaald.
De staatsbon had ook – vooral – als doel een concurrent te zijn voor de voorzichtige spaarproducten van de banken, het klassieke spaarboekje voorop. De rente op de staatsbon lag een stuk hoger dan die op het spaarboekje en dus hoopte Van Peteghem dat de banken de rente daarop zouden verhogen. Die lag in verhouding tot de algemene rentevoeten relatief laag. Bovendien waren de intrestvoeten op woonleningen wel gestegen.
De christendemocraat haalde effectief zijn slag thuis. Banken verhoogden immers de rente op spaarboekjes en klanten die naar het kantoor kwamen om in te tekenen op de staatsbon, werden meer dan eens overtuigd om een deel te beleggen in een termijnrekening van een jaar (de looptijd van de staatsbon) en dat aan een vergelijkbare rente. Volgens Johan Thijs, topman van KBC, hebben “de banken de spaarrentes fors opgetrokken”. “De meeste financiële instellingen zitten nu aan 2,5 tot 3 procent rentevergoeding. Dus kun je stellen dat de overheid haar doel bereikt heeft.”
Electoraal scoren
Dus waarom een nieuwe staatsbon uitgeven ? Nu is nog niet duidelijk of dat met dezelfde eenjarige looptijd zal zijn of aan dezelfde fiscale voordelen, maar als Van Peteghem dat straks doet, dient dat maar één doel : electoraal scoren. Hij is sinds de lancering van de staatsbon inderdaad populairder geworden en hij kan zich in de kiezersmarkt zetten als een goede bestuurder.

Alleen kunnen we dus ernstige vragen stellen bij de zinvolheid van zo’n staatsbon bis. Zoals hierboven gesteld, is het rentebeleid gestabiliseerd, wat betekent dat er geen enkele reden is om te verwachten dat de banken hun spaarrente nog zullen optrekken. Ten tweede heeft de overheid ondanks de zware schuldenlast dat geld niet nodig voor een financiering. Men kan gewoon aan een lagere rente en op langere termijn geld lenen op de internationale markten.
Belastingbetaler betaalt de rente
Er is bij de uitgifte van de staatsbon geld weggesluisd bij de banken, wat hun rentabiliteit onder druk heeft gezet. Niet dat we moeten vrezen voor een nieuwe bankencrisis, ook al omdat het beeld terecht blijft bestaan dat de grootbanken in dit land een soort van oligopoliepositie innemen. De Belgische Mededingingsraad waarschuwde vorige week nog voor te weinig concurrentie tussen te banken. Dat zal natuurlijk een rol spelen, want het beeld wordt bevestigd dat banken niet echt betrouwbare economische actoren zijn.
Alleen is het een beetje flauw om ze te jennen met zo’n nieuwe staatsbon waarvan we niet mogen vergeten dat de rente uiteindelijk door de Belgische belastingbetaler wordt opgehoest. En dat ten voordele van wie belegd heeft in de eerste staatsbon. Laat dat net vermogende particulieren zijn die volgens de recentste cijfers gemakkelijk 250.000 euro spaargeld op overschot hadden.

foto’s (c) Gazet van Hove

