
door Wannes Neukermans in ’t Pallieterke .
“En elke keer zijn er charlatans die op basis van een nationale peiling een zetelverdeling proberen te maken.” Volgens doctor in de communicatiewetenschappen en peilingexpert Frank Thevissen wordt er in dit land nog steeds ondermaats gepeild. Media en ook politieke partijen laten zich al te vaak leiden door opiniepeilingen. In een uitvoerig gesprek over de zin en onzin van peilingen legt Thevissen uit dat er de laatste decennia erg weinig vooruitgang is geboekt in de manier waarop er in ons land gepeild wordt.
“De peilingen zijn de grootste verliezers van de verkiezingen.” Die cliché-uitspraak horen we na elke verkiezing waarin een bepaalde tendens, of het nu een grote winnaar of verliezer is, niet naar voren kwam in de peilingen. “Maar je zou toch denken dat, als media dat twee of drie keer hebben meegemaakt, het toch eens tijd wordt om te bezinnen over de manier waarop er wordt gepeild ?”, vraagt Thevissen zich af. “Maar dat gebeurt niet. Status quo is en blijft de norm.”

Verwacht u dat de peilingen voorafgaand aan deze verkiezingen ook iets over het hoofd zien ?
“Ik weet niet of er zware afwijkingen zullen zijn. Maar als na 9 juni blijkt dat de uitslag min of meer overeenkomt met hetgeen gepeild is, zou ik dat eerder wijten aan het toeval dan aan goede peilingen. Doorheen de geschiedenis hebben peilingen er vaker naast gezeten. Er is de afgelopen jaren weinig veranderd en wat we nu meemaken en zien in de aanloop naar de verkiezingen, is eigenlijk hetzelfde als bij de vorige verkiezingen en de verkiezingen daarvoor.”
“Als de uitslag min of meer overeenkomt met de peilingen, wijt ik dat aan toeval”
Wat bedoelt u precies ?
“We zien elke keer dezelfde cyclus. Je begint met de verkiezingsuitslag. Dan is het wachten op de eerste peiling na de verkiezingsuitslag, drie à vijf maanden later. Dan merk je vaak dat er al snel een behoorlijke afwijking is ten opzichte van de resultaten van de verkiezingsuitslag. Daarover valt nieuws te melden, want we zien allerlei verschuivingen. Dat is meteen de vooraankondiging van nieuwe tendensen die zich aandienen en de toon zetten in de berichtgeving.”
“Maar wat gebeurt er nadien ? Er komt opnieuw een peiling en dan gaat men vaststellen dat die quasi gelijk is aan de vorige, als we de (fictieve) foutenmarge in ogenschouw nemen. Dan wachten we nog een paar maanden waarbij een volgende peiling quasi hetzelfde resultaat optekent. Dat is heel opvallend : als men de eerste keer na een verkiezing gepeild heeft, dan hebben de cijfers vaak de neiging om te blijven hangen. Af en toe zijn er wel verschuivingen, zoals eerst door het succes van Conner Rousseau en nadien de neergang van de partij na zijn vertrek als voorzitter. Maar heel vaak hebben de resultaten de neiging om te stabiliseren.”
“De consequentie daarvan is dat men altijd gaat vergelijken met de verkiezingsuitslag, in plaats van met peilingen van dezelfde soort, van hetzelfde ‘merk’ en met dezelfde omvang. Wanneer ze dat zouden doen, valt er voor de journalist geen nieuws te melden. Vervolgens komen we plots dicht bij de volgende verkiezingen en zegt men : ‘We hebben tot nu toe gedaan alsof we representatief hebben gemeten.’ ‘Representatief’ is trouwens een begrip dat totaal mismeesterd wordt in de peilingenkeuken. Maar, en ook dat kun je nagaan want het komt bijna systematisch terug, plots zegt men dat bijna 50 procent van de kiezers nog altijd onbeslist is. Dat betekent dat peilingen daarvoor maar voor de helft betrouwbaar waren. Dan komen de nieuwe verkiezingen eraan en je kent intussen de gevleugelde uitdrukking : ‘elke verkiezing baart een verrassing’. Dat is een mooie manier om de woorden van Yves Desmet in 2010 te citeren : ‘Belgische politieke opiniepeilingen behoren tot de slechtste van de wereld.’”

“Ik ken geen enkel bedrijf waar je zoveel keer na elkaar op je bek gaat, maar gewoon blijft voortdoen”
Hebben we in België dan echt zulke slechte peilingen ?
“De kans is groot dat er ook nu weer iets zwaar onderschat of overschat is, of dat een bepaalde tendens niet is ingecalculeerd. Hoe vaak heb ik in al die decennia de titels zien voorbijkomen als ‘De peilingen zaten er weer naast’ en ‘De grootste verliezers zijn de peilingen.’ Je zou toch kunnen verwachten dat de media daar lessen uit trekken ? Ik ken geen enkel bedrijf waar je zoveel keer na elkaar op je bek gaat, maar gewoon blijft voortdoen.”
Waarom blijft men dan op dezelfde manier voortdoen ?
“Louter omwille van het entertainmentgehalte. Daarbij verschuilt men zich achter een aantal argumenten. De 50 procent die nog niet heeft beslist, is er daar een van. Daarnaast zegt men dat peilingen telkens een momentopname zijn. Verkiezingen zijn dat trouwens ook. Ten tweede, en vooral : peilingen zijn in ons land vooral in handen van de media zelf. We hebben een soort van duopolie : je hebt VRT en De Standaard en daarnaast VTM met HLN, RTL en Le Soir die het speelveld domineren.”

Is dat in andere landen niet het geval ?
“Nee, daar wordt er onafhankelijk gepeild en zijn het de media die de peilingen inkopen. Hier is dat anders en dat is ook ongezond. Men verwijst af en toe wel naar elkaar, vooral omdat de VRT momenteel veel minder peilt en alles in een groot onderzoek stopt. Maar over het algemeen ga je zien dat als VTM een grote peiling brengt dat amper nieuws is bij VRT en vice versa. Dat bewijst niet alleen de onderlinge concurrentie, maar ook over welk artificieel format het eigenlijk gaat. Het feit dat media dat in handen hebben, is omwille van de politieke macht die media via peilingen in handen krijgen. Je zal maar door een peiling uitgeroepen als winnaar of verliezer : na een zekere tijd word je dat ook in realiteit.”
“Tom Van Grieken zat in ‘De Tafel van Gert’ en Gert Verhulst zegt : ‘U bent al vijf jaar aan een stuk de leidende partij in de peilingen.’ En dat zal wel, maar door de voortdurende herhaling, worden die peilingen een realiteit. In de perceptie is er geen ander referentiepunt om succes of falen te bepalen. Ik geloof die tendensen wel : Vlaams Belang zal het goed doen, Groen en Open Vld hebben het moeilijk. Maar het nieuws dat uit zo’n peiling gegenereerd wordt, wordt op den duur onverbiddelijke realiteit. Dat hele artefact van die peilingen geeft media enorm veel macht.”

Is het door de Belgische staatsstructuur ook niet moeilijker om conclusies te trekken uit peilingen ?
“Als je de resultaten van een VTM- of VRT-peiling te zien krijgt : heb je je al ooit afgevraagd voor welke verkiezingen er gepeild is ? Wij peilen ook altijd naar percentages. Maar wat zie ik hier heel dikwijls gebeuren ? Men doet een nationale peiling en dan zijn er altijd charlatans die denken dat ze op basis daarvan de zetelverdeling kunnen berekenen. Terwijl de peiling niet georganiseerd is op het niveau van de kieskring. Bijgevolg is een zetelverdeling berekenen statistisch onmogelijk. Als je, zoals Het Belang van Limburg, een peiling in de Limburgse kieskring organiseert, is het verantwoord om een zetelverdeling maken. Waarmee ik niet wil zeggen dat die peiling noodzakelijk goed was.”

“‘Representatief’ is een begrip dat totaal mismeesterd wordt in de peilingenkeuken”
Ook politieke partijen geven veel geld uit aan interne peilingen. Waarom doen ze dat, terwijl ook zij kunnen vaststellen dat ze niet erg accuraat zijn ?
“Dat zou je aan de partijen zelf moeten vragen. Ik vermoed in eerste instantie omdat partijen zoveel geld hebben dat ze op den duur niet meer weten wat ermee gedaan. Door zelf een peiling te organiseren willen ze een dubbele check doen. Soms lekt daar iets van uit, maar vaak ook niet. Het kan ook zijn dat men eens op een andere manier dan media wil peilen. Want wie betaalt, bepaalt.”
Er worden zelfs voorzitters ontslagen na slechte peilingen.
“Dat geeft aan hoe belangrijk die peilingen zijn. Niet geheel onlogisch. Want als je het politieke bedrijf zou zien als een winkel, dan gaat die slechts eenmalig om de zoveel jaar open. Dan sluit de winkel en zou je zonder peilingen jarenlang in een vacuüm terechtkomen. Dat is onleefbaar voor partijen : die hebben ergens wel behoefte aan die feedback. Als er een peiling op komst is, schieten partijen plotseling in gang, ze zetten hun mannetjes en vrouwtjes in en beginnen plotseling gekke acties te bedenken. Op die manier hopen ze het peilingresultaat gunstig te kunnen beïnvloeden, hetgeen veel zegt over de naïviteit van een aantal politici.”

Hoeveel kost een peiling ?
“De marktprijs schommelt naar schatting tussen de 20.000 en 25.000 euro. Die wordt niet altijd gevraagd aan media, omdat zij een deel betalen in de vorm van gratis publiciteit. Die winstmarges zijn zeer ruim, zeker sinds de overschakeling van telefoon naar internet. De kosten zijn daardoor gezakt, maar de prijzen niet.”


