door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .

De regering-De Wever rondde een maand geleden een belangrijke klif met de invoering van een meerwaardetaks op financiële activa. Maar daarmee is het debat over deze belasting nog niet voorbij. Ze wordt pas na het zomerreces in de federale Kamer gestemd en meer bepaald de MR wil die periode als hefboom gebruiken om de belasting uit te hollen. Wat trouwens al met het afsluiten van het zomerakkoord gebeurd is.

In de communicatie rond het federale zomerakkoord ging quasi alle aandacht naar de maatregelen op het vlak van pensioenen en arbeidsmarktbeleid. Nochtans werden ook nog een aantal andere zaken afgeklopt, zoals een aantal onderdelen van de meerwaardebelasting op financiële activa. Daarover had de federale regering weliswaar al eind juni een akkoord bereikt en daarmee het moeilijkste dossier afgehandeld.

Toch nog bijsturingen

Alleen : in de zoektocht naar een compromis volgden nog een aantal bijsturingen, vooral onder druk van de Franstalige liberalen van de MR. De N-VA is ook niet gelukkig met deze nieuwe belasting, maar duwt minder hard op het rempedaal. De bijsturingen zijn grotendeels in het voordeel van de belegger, zij het dat ze geen echt zware uitholling van de meerwaarde-taks betekenen. Maar het toont wel aan dat de discussie over deze belasting nog niet gesloten is.

wil de nieuwe belastingen uithollen …

De basisregels van de belasting blijven uiteraard overeind, namelijk een taks van 10 procent op meerwaarden van financiële activa zoals aandelen, met weliswaar een vrijstelling van de meerwaarden tot 10.000 euro. Wie 20 procent van een bedrijf bezit, zoals een KMO, betaalt een opklimmend tarief tussen 1,25 en 10 procent afhankelijk van de omvang van de meerwaarde.

Wat recent wel veranderd is, is de aangifte van de meerwaarden. Dit zal gebeuren via de bankinstelling. Maar in het zomerakkoord staat dat een belastingplichtige het recht heeft die aangifte zelf te doen. En weliswaar zelf de taks te betalen op alle meerwaarden, maar zonder dat de overheid een gedetailleerd overzicht heeft van het volledige patrimonium. Ook komt er meer flexibiliteit in het tijdstip van de betaling. Kortom, de bronheffing door de bank wordt bijgestuurd. Het is geen manier om de belasting te ontwijken, maar het geeft de belastingplichtige meer vrijheid.

Minder rendabel voor staat

Een vergelijkbare regeling komt er voor de fiscale experts, de advocaten en de accountants die in de oorspronkelijke regeling bijna als een soort van fiscale ambtenaren moesten optreden. Aanvankelijk was voorzien dat zij ‘interne’ transacties zoals het verkopen van aandelen van een bedrijf aan een holding moesten aangeven bij de fiscus. Nu is het aan de fiscus zelf om daarnaar op zoek te gaan. Het is allemaal tamelijk technisch, maar het verhoogt in elk geval de kans dat de overheid minder geld overhoudt aan deze nieuwe belasting.

Verder is er de exit-taks. Deze belasting moet ervoor zorgen dan vennootschappen die België verlaten om aan de meerwaarde-taks te ontsnappen, toch worden belast. Dat is een van de zogenaamde achterpoortjes die volgens federaal minister Frank Vandenbroucke worden “dichtgemetseld”. Al valt dit te nuanceren na de laatste aanpassingen. Er is sprake van een versoepeling : wie België verlaat na 2026 en zijn financiële activa niet verkoopt binnen de twee jaar, zal die belasting niet moeten betalen. Wie bijvoorbeeld de aandelen binnen die twee jaar verkoopt, wél. Kortom, de meerwaarde-taks is minder ‘streng’ dan aanvankelijk gedacht.

En het is nog niet gedaan. Deze belasting moet nog worden gestemd in de Kamer. Dat is pas gepland tegen oktober. Tussen nu en het najaar is er dus nog ruimte voor aanpassingen. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez heeft al in vertrouwelijke gesprekken laten weten die periode te gebruiken om de taks verder uit te hollen. Hij is ook van plan om te dreigen met een vertraging van de stemming als andere dossiers zoals de voorziene lagere lasten op arbeid niet versneld worden doorgevoerd.

Begrotingsgesprekken

Politiek vuurwerk verzekerd dus. Bouchez ging zelfs zover om aan eerste minister Bart De Wever (N-VA) te vragen om in het najaar bij die discussies zelf betrokken te worden. Ook al omdat er een zware budgettaire opdracht wacht en de kans reëel is dat de opbrengst van de meerwaardetaks tegenvalt. Maar De Wever houdt de boot af. Hij wil geen partijvoorzitters als politieke schoonmoeders.

Ten slotte is het debat over de meerwaardetaks om juridische redenen nog niet voorbij. Bij fiscale experten is te horen dat er nog altijd een kans bestaat dat het Grondwettelijk Hof de meerwaardetaks vernietigt omwille van het arbitraire onderscheid tussen wie meer of minder dan 20 procent van de aandelen bezit. Iemand met 20 procent betaalt zoals hierboven gesteld een opklimmend tarief van 1,25 tot 10 procent. Maar als je 19,9 procent bezit, word je aan tien procent belast. Dat is niet billijk en ruikt naar discriminatie. Onder andere de MR en de N-VA hebben geprobeerd om daar een mouw aan te passen door te opperen dat participaties van personen uit hetzelfde gezin kunnen worden samengevoegd, waardoor men sneller en vaker de grens van 20 procent en dus het lagere tarief bereikt. Maar dat is niet weerhouden.

Zelfs indien het Grondwettelijk Hof de wet niet vernietigt, komt ze in het najaar opnieuw op de tafel van de regering. Bijvoorbeeld als de Raad van State bedenkingen formuleert bij de verschillende drempels en tarieven.

foto’s (c) Gazet van Hove .