
Leon Degrelle (rechts)

door Anton Schelfaut in ’t Pallieterke
Op 8 mei 1945 stortte Leon Degrelle, oprichter van de fascistische beweging Rex en officier aan het oostfront, neer voor de kust van San Sebastián. Wat volgde was een opmerkelijk kat-en-muisspel tussen Belgische politici, de Spaanse autoriteiten en de ‘Führer uit Bouillon’ zelf. Die laatste slaagde erin zijn uitlevering tot aan de verjaring van zijn doodsstraf in 1974 te ontlopen. Hij bleef tot zijn dood in 1994 in Spanje. Auteur en voormalig VRT-documentairemaker Bert Govaerts (1952) dook in de Spaanse jaren van Degrelle.
Govaerts’ onderzoek naar de Spaanse jaren van Degrelle leverde in juni het boek ‘De man die uit de lucht viel’ (uitgegeven bij Manteau) op. Het verhaal achter die opmerkelijke titel met een dubbele bodem zou zo uit een hedendaagse actiefilm kunnen komen.
“Degrelle is letterlijk uit de lucht gevallen op 8 mei 1945, voor de kust van San Sebastián. Het vliegtuig waarmee hij Noorwegen was ontvlucht, met een Duitse piloot aan de stuurknuppel, is toen in zee neergestort”, schetst Govaerts.
“Daarna is hij figuurlijk uit de lucht blijven vallen wanneer hij onaangename dingen moest uitleggen”, vervolgt Govaerts. “Hij valt bijvoorbeeld uit de lucht als hij moet uitleggen waar hij tijdens de oorlog precies is geweest. Wanneer men hem vraagt wat er aan het oostfront is gebeurd en of hij weet had van de vernietigingskampen, antwoordt hij : ‘Ja, ik heb daar wel iets van gehoord. Maar ik denk dat dat niet zo grootschalig was.’ Op die manier valt hij ook figuurlijk uit de lucht.”

Was de toenmalige Spaanse leider, Francisco Franco, op de hoogte van zijn komst ?
“Eddy De Bruyne, die veel over het Légion Wallonie heeft geschreven, denkt van wel, maar kan dat niet staven met bronmateriaal. Volgens hem zouden er voor het einde van de oorlog afspraken zijn gemaakt met Spanje, via Degrelles goede vriend José Félix de Lequerica y Erquiza, die op dat moment kortstondig de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken was. Hij was eerder Spaans ambassadeur in Frankrijk geweest en had er toen voor gezorgd dat Degrelle, die door België in Franse handen was gegeven na de Duitse inval op 10 mei 1940, vrij snel werd vrijgelaten. Toch geloof ik niet dat de Spanjaarden hem hadden verwacht. En zeker niet op die manier.”
Maar achteraf heeft Franco hem wel de hand boven het hoofd gehouden ?
“Degrelle kende Franco goed. Hij was al eerder bij hem geweest, kort voor het einde van de Spaanse Burgeroorlog, in februari 1939. Een ander element dat meespeelde, was dat veel Spanjaarden – meer dan Walen of Vlamingen – aan het oostfront hebben gevochten. De ‘Blauwe Divisie’ was daar actief. Op een bepaald moment werd ze door Franco teruggetrokken, maar sommige leden bleven doorvechten. Een aantal van hen sloot zich zelfs aan bij de eenheid van Degrelle. Die laatste heeft toen Spanjaarden onder zijn bevel gehad.”
Je zou Degrelle een strijdmakker van de Falangisten kunnen noemen

Waren er nog andere banden tussen Spanje en Degrelle ?
“Ironisch genoeg heeft Degrelle voor de Tweede Wereldoorlog veel moeite gedaan om het regime van Franco nog vóór het einde van de Spaanse Burgeroorlog erkend te krijgen in België, via Spaak. Ik weet niet of Degrelles bijdrage doorslaggevend is geweest, maar Paul-Henri Spaak zou uiteindelijk de eerste democratisch verkozen politicus worden die Franco’s regime zou erkennen.”
“Ik heb archiefstukken gezien waaruit blijkt dat de Spanjaarden goed wisten wie Degrelle was en wat hij voor hen had gedaan. Je zou hem een strijdmakker van de Falangisten kunnen noemen. Toen hij in 1938 naar Spanje wilde, kwam dat de Spanjaarden eigenlijk niet goed uit. Ze wisten dat ze moesten opletten met Degrelle, omdat hij eerder al in Italië politieke problemen had veroorzaakt door uitspraken in een radio-interview. De Spanjaarden waren net bezig de relatie met België op orde te krijgen en konden elke politieke uitlating van Degrelle dus missen als kiespijn. In de documenten stond letterlijk : ‘We moeten afbakenen wat Degrelle hier mag doen en wat hij moet laten. Maar we moeten erkennen dat hij veel voor ons heeft gedaan om tot een erkenning door België te komen.’ Dat wisten de Spanjaarden heel goed.”
Kan zijn verblijf in Spanje worden gezien als een vakantie?
“Nee, het heeft jaren geduurd voor het daar voor hem enigszins comfortabel is geworden.”
Hebben de Spaanse autoriteiten het hem dan zo moeilijk gemaakt?
“Nee, echt moeilijk hebben de Spanjaarden het hem nooit gemaakt. Op een bepaald moment, maar wel pas in 1970, is er een arrestatiebevel tegen hem uitgevaardigd, omdat hij zich niet aan de afspraken hield. Eerder heeft hij kansen als zakenman gekregen. Heel veel details daarover hebben we nog niet. Op een bepaald moment had hij de leiding over een immobiliënbedrijf, maar dat is failliet gegaan. Hij heeft ooit ook een wasseretteketen opgestart. Dat is ook geen succes geworden. Maar er zijn altijd Spaanse vrienden voor hem blijven zorgen.”
Spaak eiste dat Degrelle onvoorwaardelijk zou worden uitgeleverd

Heeft de revalidatie na zijn letterlijke val uit de lucht zijn verblijf bemoeilijkt?
“Nee, dat heeft het hem net gemakkelijker gemaakt, omdat hij werd beschouwd als een patiënt. Alles kon daardoor worden vertraagd, zolang hij in het ziekenhuis verbleef. Als patiënt had hij ook meer mogelijkheden om te ageren dan als geïnterneerde, wat het lot was van de andere mannen die in hetzelfde vliegtuig waren gearriveerd.”
Hebben er politieke motieven meegespeeld om hem niet terug naar België te halen?
“Dat is een delicaat onderwerp. De Belgen hebben onmiddellijk om zijn uitlevering gevraagd. Zodra het bericht binnenkwam dat Degrelle in Spanje was, heeft Spaak om zijn uitlevering verzocht. Daar bestaat geen twijfel over. Maar in een uitleveringsverdrag tussen Spanje en België stond dat mensen die vervolgd worden voor politieke misdrijven – en in het geval van Degrelle dus al tot de dood veroordeeld waren – niet worden uitgeleverd. Beide landen doen dat niet. De Spaanse regering wilde onderzoeken of het om politieke misdrijven ging en heeft de zaak geparkeerd bij een hogere rechtbank. Dat was vooral een vertragingsmanoeuvre.”

“Tegelijkertijd gingen er in Spanje ook stemmen op die zeiden dat Degrelle niet zomaar mocht worden uitgeleverd. Dan viel het woord ‘hidalguía’. De Spaanse ridderlijkheid stond het niet toe om zomaar iemand uit te leveren. Er waren dus niet alleen juridische, maar ook morele redenen om hem niet uit te leveren. Degrelle was immers terdoodveroordeeld, wat in die tijd betekende dat hij zeker geëxecuteerd zou worden. In Spaanse documenten werd die bezorgdheid nogal onhandig geformuleerd, alsof België geen rechtsstaat was. Om uitlevering aan België te omzeilen, stelde Madrid voor om Degrelle als ‘oorlogsmisdadiger’ over te leveren aan de Britten en de Amerikanen, maar die weigerden. De Spanjaarden wilden daarna temporiseren en Degrelle misschien onder bepaalde voorwaarden uitleveren. Maar daar wilde Spaak niet van weten : hij eiste dat Degrelle onvoorwaardelijk zou worden uitgeleverd.”
Onder meer de Belgische Staatsveiligheid heeft – met medeweten van Spaak – een poging ondernomen om Degrelle te ontvoeren

Op de achtergrond vonden ook diplomatieke onderhandelingen plaats tussen onder meer België en Spanje over de Spaanse toetreding tot allerlei gezaghebbende internationale organisaties. Werden beide dossiers aan elkaar gekoppeld ?
“Spanje probeerde in die periode volwaardig lid te worden van de Verenigde Naties, waar Spaak als een van de historische stichters meer dan één vinger in de pap had. Toen Spaak merkte dat de uitlevering op zich liet wachten en de Spaanse voorwaarden op tafel bleven liggen, stuurde hij boze brieven naar de VN.”
“Het hele dossier werd steeds ingewikkelder. Er ontstond een kluwen van diplomatieke documenten en gesprekken, maar er bewoog niks. Na iets meer dan een jaar waren de gesprekken zo goed als doodgebloed. Uiteindelijk verbonden de Spanjaarden geen onredelijke voorwaarden meer aan de uitlevering. Er bleef nog slechts één voorwaarde over : bij de uitlevering wilde Spanje samen met België een communiqué naar de VN sturen waarin precies stond wat er met de gevangene zou gebeuren en de mededeling dat dit kon leiden tot volwaardige diplomatieke relaties tussen België en Spanje. Dat was geen onredelijk voorstel. Toch wilde Spaak er niet mee akkoord gaan. Dat heeft tot de nodige frustratie bij de diplomaten geleid. Ze hadden een jaar onderhandeld over wat volgens hen de best mogelijke deal was die niemand gezichtsverlies zou opleveren.”

“Ik denk dat er toen iets anders speelde : er was intussen zoveel tijd verstreken dat de Belgische politici de zware naoorlogse conflicten liever zouden dempen en zo weinig mogelijk executies wilden zien gebeuren. Het aantal executies lag toen al veel lager dan onmiddellijk na de oorlog. Vanuit dat oogpunt kwam het de Belgische politici beter uit dat Degrelle in Spanje zou blijven.”
“Daar zie je toch een zekere dubbelzinnigheid. Enerzijds bleef Spaak diplomatieke handelingen stellen die moesten bewijzen dat hij nog steeds op een uitlevering aanstuurde. Anderzijds deed hij niks meer om Degrelles uitlevering echt af te dwingen.”
De diplomatieke manoeuvres van Spaak waren dus vooral voor de bühne ?
“Uiteindelijk hebben de Spanjaarden het probleem in zekere zin voor hem opgelost door Degrelle in augustus 1946 effectief uit te wijzen. Dat wordt vaak vergeten : hij ís uitgewezen, maar daarna gewoon met de noorderzon verdwenen. Uit ridderlijkheid wilden de Spanjaarden niet zeggen via welke grens hij vertrokken was. Ze zeiden eenvoudigweg : ‘Sorry, we hebben hem uitgewezen en hij is vertrokken. Maar we weten niet waarheen.’”
De Spanjaarden wisten dat ze moesten opletten met Degrelle, omdat hij ook in Italië politieke problemen had veroorzaakt

Heeft hij Spanje dan daadwerkelijk verlaten ? Of is hij daar gewoon onder de radar gebleven ?
“Volgens mij is hij nooit meer uit Spanje weggeweest.”
Waarom was Degrelle volgens de geallieerden geen oorlogsmisdadiger ?
“Dat is een vrij ingewikkelde zaak. Het concept ‘oorlogsmisdaad’ – in de zin van een misdaad gepleegd door een individu – is eigenlijk pas tot stand gekomen ná 1946, tijdens de processen van Neurenberg. Dat begrip werd niet meteen opgenomen in het Belgisch recht. Degrelle is veroordeeld volgens het gewone krijgsrecht. Daarin bestond het concept ‘oorlogsmisdaad’ niet. Voor België was hij dus ook geen oorlogsmisdadiger.”
“België heeft wel geprobeerd om de Spanjaarden te overtuigen om hem toch uit te leveren door een lijst van misdrijven van gemeen recht op te sturen. Volgens België was hij verantwoordelijk voor verschillende moorden in Wallonië en gijzelingen tijdens het Von Rundstedt-offensief. Maar omdat hij daar nooit voor was veroordeeld en er nooit voor had terechtgestaan, zaten die zaken niet in het Belgische gerechtelijke dossier.”
“Het concept ‘oorlogsmisdadiger’ was – in de naoorlogse periode en volgens de geallieerden – enkel van toepassing op onderdanen van de Asmogendheden. Daar hoorde Degrelle niet bij. Maar zelfs later, toen het concept in het internationaal recht werd opgenomen, is Degrelle nooit op een lijst van gezochte oorlogsmisdadigers verschenen en zeker nooit voor oorlogsmisdaden veroordeeld. Toch komt dat argument telkens terug wanneer het over Degrelle gaat. Maar juridisch klopt het niet.”

Heeft Degrelle zich volgens u aan oorlogsmisdaden bezondigd ?
“Daar is nooit bewijs voor geleverd. Op de site van CegeSoma (Studiecentrum Oorlog en Maatschappij, red.) kan je lezen over een aantal brieven van Degrelle aan zijn familie waaruit blijkt dat hij wel op de hoogte was van bepaalde zaken. Dat betekent natuurlijk nog niet dat hij er daadwerkelijk bij betrokken was.”
“Wat ook opvalt – en dat kan opportunisme zijn geweest –, is dat in het dikke boek dat hij heeft geschreven over zijn ‘prestaties’ aan het oostfront slechts één Jood voorkomt. Die persoon werd niet gedood omdat hij Joods was, maar omdat hij een Sovjetsoldaat was. Degrelle vermeldt daarbij dat het ‘jammer’ is dat hij in het Sovjetleger is gegaan, vanuit de overtuiging dat de Joden niks verkeerds hebben gedaan. Maar verder wordt in het hele boek nergens over de Joden gesproken.”
Telkens wanneer onderhandelingen over Spaanse toetreding tot internationale instellingen vaart begonnen te maken, liet Degrelle van zich horen. Het leek wel alsof hij dat expres deed
Wat is uw inschatting ?
“Ik heb ‘La Campagne de Russie’ helemaal gelezen. Dat speelt zich voor een groot deel af in Oekraïne. Daar hebben gruwelijke moordpartijen plaatsgevonden. Maar die werden uitgevoerd door Einsatzgruppen, niet door de Belgische vrijwilligers. Maar dat ze daar niks van geweten zouden hebben, acht ik zeer onwaarschijnlijk.”
“In mijn boek staat een passage over een lang interview in ’t Pallieterke van Arthur De Bruyne met Degrelle uit de jaren 1960. Op een bepaald moment heeft De Bruyne het onderwerp waar wij het nu over hebben ter sprake gebracht. In het zesdelige interview in ’t Pallieterke zegt Degrelle daarover : ‘Als ik dat toen had geweten, zou ik meteen gestopt zijn met vechten. Want met dat soort praktijken wil ik niks te maken hebben.’ Maar het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat hij van niks zou hebben geweten.”

Op welke manier slaat uw boek een brug tussen geschiedenis en actualiteit ? Zijn er bepaalde lessen die we vandaag nog kunnen gebruiken ?
“Het is belangrijk om te blijven spreken met mensen die meningen verkondigen die ons niet aanstaan of die misschien zelfs in strijd zijn met de wet. Het lijkt me een slecht idee om hen te marginaliseren of hun meningen te verbieden. Een van de lessen uit dit verhaal is dat Degrelle alleen maar bekender is geworden dankzij het verbod dat op hem rustte. Dat maakte hem moeilijker te bereiken en dus interessanter, zeker voor journalisten. Opeens werd hij ‘de verbannen man’. Dat gaf hem een aura van mysterie. Als ze hem gewoon in België hadden kunnen bezoeken, was zijn verhaal een stuk minder spectaculair geweest.”

In uw boek maakt u ook gewag van enkele pogingen om Degrelle te ontvoeren. Kan u daar wat meer over vertellen ?
“Er zijn verschillende ontvoeringspogingen gedocumenteerd. Onder meer de Belgische Staatsveiligheid heeft – met medeweten van Spaak – een poging ondernomen, vroeg in de zomer van 1945. Ook een Belgische rechter, Albert Mélot uit Namen, had – vreemd genoeg tijdens zijn vakantie in Spanje – een ontvoeringspoging voorbereid. Het klinkt haast te gek om waar te zijn, maar die poging is gedocumenteerd.”
“Eveneens gedocumenteerd is de poging van een Israëliër en een Fransman. Zij werden aan de grens opgepakt met verboden wapens en kregen een jarenlange gevangenisstraf. Dat is poging nummer drie.”
“Verder is er sprake geweest van plannen van antifranquistische Basken, maar die zijn in een vroeg stadium afgeblazen. Er is ook nog de oud-verzetsman Georges de Lovinfosse die in zijn memoires beweert dat hij in 1946 klaarstond om Degrelle te schaken. Maar we moeten hem op zijn woord geloven. En dan zijn er nog een aantal pogingen waar alleen Degrelle zelf melding van heeft gemaakt. Daarom is het twijfelachtig of die ooit hebben plaatsgevonden. Er zijn dus vier concrete en gedocumenteerde pogingen geweest.”
Degrelle zou de Spaanse nationaliteit ‘door adoptie’ hebben verkregen

Wat is het meest lezenswaardige aspect van de Spaanse periode van Degrelle ?
“De diplomatieke schijngevechten waren geweldig. Het probleem van de Spanjaarden was dat ze volwaardig lid wilden worden van de organisaties waar andere Europese landen lid van waren, zoals de voorlopers van de Europese Unie. Spanje wilde vooral de Europese markt kunnen bedienen met zijn producten. Maar daarvoor moest het lid worden van bepaalde organen, zoals de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking. Spanje was ook in gesprek met de Europese Economische Gemeenschap. Maar telkens wanneer die onderhandelingen vaart begonnen te maken, liet Degrelle van zich horen. Het leek wel alsof hij dat expres deed.”
Kan u dat eens toelichten ?
“Op een bepaald moment waren de gesprekken opnieuw vergevorderd. De Belgen eisten toen van de Spanjaarden dat ze Degrelle het zwijgen zouden opleggen, zodat hij ook in Spanje niks meer zou kunnen publiceren. Maar daar wilde Degrelle niks van weten : hij schreef driftig verder. Uiteindelijk werd hij gesommeerd door een Spaanse minister. Hij moest eigenhandig, in het Spaans, een brief schrijven waarin stond dat hij geen toestemming meer zou vragen om boeken te publiceren. De Spaanse minister vertrok daarna naar Brussel met dat briefje op zak. Uit de verslagen van de vergaderingen blijkt dat het briefje werd overhandigd en in de dossiers is beland. Maar nog voor de gesprekken in Brussel waren afgelopen, had Degrelle de afspraken alweer overtreden.”
Verwierf Degrelle ooit de Spaanse nationaliteit ?
“De juridische situatie van Degrelle als ter dood veroordeelde was complex. Hij is in december 1944 bij verstek veroordeeld. Hij was er dus niet bij in de rechtbank. Op dat moment gold de besluitwet van mei 1944, opgesteld door de regering in Londen. Die bepaalde dat iemand die bij verstek werd veroordeeld voor collaboratie zes maanden de tijd had om verzet aan te tekenen. Als dat niet gebeurde, verloor hij automatisch zijn Belgische nationaliteit, zonder dat er nog een proces plaatsvond.”
“Maar belangrijker is dat na die periode van zes maanden een verstekvonnis automatisch veranderde in een vonnis op tegenspraak. Daarna had de veroordeelde nog slechts tien dagen de tijd om in beroep te gaan. Technisch gezien had Degrelle dus een heel korte periode waarin hij vanuit Spanje tegen het vonnis in beroep had kunnen gaan. Maar dat heeft hij nooit gedaan. In een brief verwijst hij later zelf naar die besluitwet van 1944 met de woorden: ‘Daarmee hebben ze mij te pakken gehad.’ Waarom hij geen beroep heeft aangetekend, is onduidelijk. Mijn inschatting is dat hij wist dat hij toch geen schijn van een kans had en dat hij het daarom van ondergeschikt belang vond om in beroep te gaan. Hij wilde zogenaamd wel terugkeren voor een proces, maar dan volgens zijn eigen rechtsregels.”
Wat waren daarvan de gevolgen ?
“Omdat hij geen verzet had aangetekend, verloor hij na zes maanden automatisch zijn Belgische nationaliteit. Hij werd dus staatloos, tenzij hij een andere nationaliteit zou aannemen. En inderdaad : hij verkreeg volgens documenten de Spaanse nationaliteit ‘door adoptie’. Maar ook daar bestaat – zoals wel vaker het geval is bij Degrelle – twijfel over. Want de Spaanse wet bepaalde dat adoptie alleen tot nationaliteitsverwerving kon leiden als de geadopteerde minderjarig was. Dat was bij Degrelle niet het geval.”
“Hoewel hij beschikte over een Spaans paspoort waarop ‘Español por adopción’ stond, bleek later dat zijn nationaliteit nooit officieel werd geregistreerd in het centrale archief van het Spaanse ministerie van Justitie, wat nochtans verplicht was. Toen de Spanjaarden overwogen om hem als staatloze uit te wijzen, is dat aan het licht gekomen. Het kan zijn dat dat opzettelijk was gebeurd, omdat het diplomatiek handig was. Want de hogere instanties konden daardoor altijd zeggen dat ze niet zeker wisten of hij nu wel of niet een Spaans staatsburger was.”

Govaerts, Bert. De man die uit de lucht viel, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 2025, 272 blz., ISBN 9789022342237.


