COLUMN – door Siegfried Bracke – www.doorbraak.be

File:Anders logo grijs.svg

de nieuwe partijvlag

De neergang van de Vlaamse liberalen blijkt onafwendbaar. Een nieuwe naam en een nieuwe voorzitter blijken niet te werken. In de DPG-peiling strandt Anders op 5,6 procent, een historisch dieptepunt. Politieke partijen verdwijnen zelden in één klap; ze slijten traag. Eerst verliezen ze hun verhaal, daarna hun kiezers, daarna hun structuur.

Herman Matthijs heeft op Doorbraak dat percentage omgerekend in zetels. In de Kamer blijven er aan Vlaamse kant twee liberale zetels over – vandaag zijn er dat nog zeven. In geen enkel parlement is er nog een liberale fractie. In het Europees Parlement verdwijnen ze ook. En er komt in de Senaat geen liberale gecoöpteerde senator meer; Goedele Liekens is haar lucratieve bijverdienste kwijt.

Erosie

Als het waar is dat Antwerpen in Vlaanderen een politiek laboratorium is waar nieuwe fenomenen en trends altijd eerst de kop opsteken, dan mag het ons dus niet verbazen dat er vandaag in de Antwerpse gemeenteraad geen liberalen meer te vinden zijn. Politieke erosie is natuurlijk ook een trend. Traag maar zeker.

En een ongeluk komt nooit alleen. Die dramatische peiling is voor Georges-Louis Bouchez een gedroomd argument om met zijn Vlaamse MR van start te gaan. Ik hoor het hem in zijn mooiste Frans zo zeggen : ‘Il faut absolument sauver le libéralisme en Flandre avant qu’il ne tombe définitivement sous le seuil électoral.’ Als Anders-voorzitter De Gucht dan nog maar eens zegt dat de partij van Bouchez eigenlijk geen liberale partij is, dan is die kiesdrempel in de verkeerde richting bereikt. Bouchez verzinnebeeldt ongeveer alles wat bij Anders ontbreekt.

Voorzitters

De vorming van de Brusselse regering heeft in deze kwestie waarschijnlijk een rol gespeeld. Maandenlang zeggen dat die regering niet kan zonder de N-VA en er dan toch instappen, het is moeilijk. Een bocht nemen is in de politiek nooit makkelijk, maar als er één partij is die zich dat echt niet meer kan veroorloven, dan wel Anders. Wat de nieuwe voorzitter nog maar net aan geloofwaardigheid had verworven, is hij meteen weer kwijt.

Frédéric De Gucht heeft zich daarmee het statuut aangemeten van Vincent Van Quickenborne : als die vandaag vurig en gedreven wit zegt, kan dat morgen met evenveel vuur zwart zijn. Quick is een buitengewoon verstandig man, maar wijs is hij niet. Quick is een lopende verliespost.

Wat de nieuwe voorzitter nog maar net aan geloofwaardigheid had verworven, is hij meteen weer kwijt.

Nog eens : een ongeluk komt nooit alleen. Het boek dat Guy Verhofstadt onlangs publiceerde over de toekomst van de politiek en de democratie, is ook geen cadeau. Wat de ex-premier schrijft houdt alleen journalisten en Verhofstadt zelf bezig. Het valt trouwens op dat geen enkele andere politicus of partij heeft gereageerd op dat schrijfsel. Ook de liberalen niet.

Verhofstadt doet met zijn partij wat hij altijd heeft gedaan : er gebruik van maken voor zover het zijn persoonlijke belang kan dienen. Dat is nu dus niet meer het geval, de partij kan niet meer dienen : hij zwijgt bijgevolg over zijn partij, hij is bezig met het hogere belang. Het enige wat hij zegt is dat die nieuwe naam geen slechte keuze is.

File:Guy Verhofstadt (2021) (cropped).jpg
Guy Verhofstadt – foto (c) Wikimedia Commons/EP

Irrelevantie

De kiezer is zelden mild voor partijen zonder kern, en die kern is Anders kwijt. De partij heeft geen eigen thema’s meer. Anderen hebben die overgenomen. Terwijl die thema’s zelf – respect voor individuele vrijheid, het belang van een bloeiend ondernemerslandschap, bijgestaan (en niet tegengewerkt) door een slanke, efficiënte overheid – feitelijk springlevend zijn. Het gedachtegoed van weleer doet het nog altijd zeer goed; het is de partij die haar betekenis kwijt is.

Toch merkwaardig hoe in nog geen twintig jaar de VLD is geëvolueerd van de partij van de premier naar de partij van de statistische irrelevantie.

Al is dat bij nadere beschouwing nu ook weer niet zo uitzonderlijk. Er zijn meer voorbeelden in Europa. In Italië was de Democrazia Cristiana vlak na de Tweede Wereldoorlog en tot diep in de jaren negentig de ruggengraat van de Italiaanse politiek. Idem de Gaulisten in Frankrijk, of de PASOK in Griekenland. Die Griekse socialisten waren in 2009 nog goed voor 44 procent; in 2015 haalden ze minder dan vijf procent. Opvallend : formeel bestaan de meeste van die partijen nog. Maar ze doen er niet meer toe; hun biotoop is de marge. De Romeinse senaat is na de val van het rijk in 476 ook nog een paar eeuwen doorgegaan…

Een pathetisch kantje

Het doet denken aan een schitterende Telefacts-reportage over het einde van de Belgische Kommunistische Partij. Die was er bij de Val van de Muur in ‘89 officieel mee opgehouden. Toch kwamen een tiental oudere mannen nog elke maand bijeen in het partijlokaal op het Antwerpse Sint-Jansplein. Ze dronken er pinten, terwijl ze de wereld uitlegden. Hun conclusie ? Het communisme is niet dood, want wij leven nog. Op de achtergrond speelde het Ave Verum Corpus van Mozart.

Karl Marx (1818-1883), ideoloog van het communisme

Er zijn politologen die zich hebben beziggehouden met het bestuderen van dat soort eindscenario’s. Ze hebben het over de symptomen van politieke uitputting. Er zijn er drie die eruit springen : het verlies van wat men het natuurlijke electoraat noemt, een interne reorganisatie en last but not least een nieuwe naam.

Intussen blijft voorzitter De Gucht zeggen dat alles wel goed komt. Hij doet denken aan zijn voorganger Bart Somers die dat na de nederlaag in 2007 ook zei. Waarop zijn partijgenote Annemie Neyts opmerkte dat het liberale optimisme stilaan een pathetisch kantje begon te krijgen. Toen al. Een implosie kan ook in slow motion.

Siegfried Bracke

Siegfried Bracke was voor de N-VA Kamervoorzitter en gemeenteraadslid in Gent. Voordien was hij journalist bij de VRT.

foto’s (c) Gazet van Hove.