COLUMN – door Jan Denys – www.doorbraak.be .
De studie van het Hoger Instituut voor de Arbeid over de integratie van Oekraïense vluchtelingen op de arbeidsmarkt haalde enkele maanden geleden vlot de media. De internationale studie van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen, die eerder verscheen, kwam veel minder in de pers.
Door het internationaal vergelijkende karakter is die tweede studie inhoudelijk nochtans interessanter. Het loont meer dan de moeite om de resultaten nog eens te belichten.
Voor ons land komt men op een werkzaamheidsgraad van 46%. Dat ligt duidelijk onder het Europese gemiddelde van 57%. Er worden geen afzonderlijke cijfers voor Vlaanderen, Brussel en Wallonië weergegeven, maar dankzij andere studies weten we dat Vlaanderen beter scoort dan de andere gewesten.
De druk om werk te zoeken en te vinden ligt dus veel hoger dan bij ons
Maar wie doet het het best ? Vooreerst zijn er de buurlanden van Oekraïne, die allemaal hoog scoren : Hongarije met 71%, Polen met 68%, Tsjechië met 66% en Slowakije met 62%. De laatste drie zijn landen die verhoudingsgewijs veel vluchtelingen opvangen. In Polen zijn er één miljoen vluchtelingen, in Tsjechië 400.000 (wat verhoudingsgewijs meer is dan in Polen).

Grotere kans op werk
Je zou denken dat die hoge aantallen de kans op werk verminderen, maar het omgekeerde is waar. Daar zijn verschillende redenen voor. Zo hebben al die landen lage uitkeringen. De druk om werk te zoeken en te vinden is dus veel hoger dan bij ons. Ze hebben ook een flexibele arbeidsmarkt en een nog altijd omvangrijke informele arbeidsmarkt. Taal is ook minder een belemmering dan in de rest van de Europese Unie en cultureel zijn die landen bovendien meer verwant met Oekraïne.
Het hoge cijfer van Hongarije lijkt verrassend als we de geopolitieke spanningen tussen beide landen bekijken, maar als dat al een probleem zou vormen wordt dat meer dan gecompenseerd door de Hongaarse achtergrond van een deel van de Oekraïense vluchtelingen.

Flexibele markt
Naast de buurlanden scoren ook Nederland (64%) en het Verenigd Koninkrijk (69%) goed. Daar speelt vooral de flexibele arbeidsmarkt een grote rol. In Nederland is meer dan de helft van de Oekraïners aan het werk gegaan via een uitzendkantoor. Nu is dat nog altijd 40 tot 45%.
Maar ook Spanje (61%) en Italië (58%) scoren hoog. Vooreerst zijn de uitkeringen daar beperkt. Ook de informele sector speelt een rol, maar in het geval van Italië was er ook al een relatief grote Oekraïense gemeenschap die als brug fungeert voor de nieuwe inwijkelingen.
Bizar
Het bizarre is dat Spanje en Italië twee landen zijn met een lage werkzaamheidsgraad en een hoge werkloosheid. Je zou denken dat de Oekraïners dan minder vlot aan het werk gaan. Toch doen ze dat daar veel vlotter dan in heel wat Europese landen met een hoge werkzaamheidsgraad.
Veel vluchtelingen werken onder hun niveau
Hoge werkzaamheidscijfers bij vluchtelingen zijn dikwijls een gevolg van een ‘work first’-benadering. De strategie is dan om de vluchtelingen zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Daar zijn uiteraard veel goede redenen voor, maar het gaat vaak wel gepaard met hoge kapitaalvernietiging. Veel vluchtelingen werken onder hun niveau. 37% van de hooggeschoolde vluchtelingen werkt in kortgeschoolde jobs. Bij de globale populatie is dat maar 7%.

Beterschap
Als je ervoor kiest om vluchtelingen eerst goed de taal van het thuisland aan te leren en een diploma te laten halen, dan kunnen de cijfers in het begin lager liggen maar op termijn hoger. Dat moet natuurlijk wel nog blijken in de feiten.
Het is nu nog te vroeg om al conclusies te trekken. Als we de globale cijfers van de werkzaamheidsgraad van vluchtelingen in het algemeen bekijken in België, dan plafonneerden die tot nu toe altijd rond de 50%. Dat is natuurlijk veel lager dan bij de autochtonen.
De verwachting is dat dat percentage voor Oekraïners op termijn hoger zal liggen, maar dat zal dus nog wel moeten blijken. De discussie over welke strategie de beste is om vluchtelingen te integreren op de arbeidsmarkt is zeker nog niet beslecht.

Jan Denys Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sind eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.
foto’s (c) Gazet van Hove.

